Vereniging 1e Poolse pantserdivisie Nederland      

Terug

Archief 2006

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Over de activiteiten van de Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland zijn in 2006 zijn de volgende artikelen gepubliceerd: Op deze pagina kunt  u ze nalezen.


Koninklijk eerbetoon voor de Polen
Prinsenbeek herdenkt oorlogsdoden
Polen aanwezig bij herdenking Alphen

Koningin reikt Militaire Willemsorde De Gouden Leeuw uit.
Alsnog onderscheiding Poolse veteranen.
Beatrix: Fout uit verleden hersteld
Erkenning na 60 jaar
Poolse brigade ontvangt alsnog Willemsorde.
Driel eert Poolse strijders
Jeugd Axel staat stil bij bevrijding
Akcja ''rz'' i radia zet Prezydent pomoże
Per se bij het graf van mijn vader
Ambassadeur Michalowski woont herdenking bij
Poolse kinderen bezoeken stad
Regio herdenkt Poolse soldaten.
‘Voor Wladyslaw, Zygmund?
Nieuwe kruizen voor Poolse strijders.
Lezersbrief:Herdenkingen
Een bloemetje, dat moet toch kunnen.
Polscy pancerniacy powinni spocząć na jednym cmentarzu

Polscy żołnierze generała Maczka leżą w kwaterach Wehrmachtu


Koninklijk eerbetoon voor Polen

Woensdag 19 april 2006 - ARNHEM – De Poolse generaal-majoor Stanislaw Sosabowski wordt 31 mei in Den Haag door koningin Beatrix postuum geëerd met de Bronzen Leeuw.

Michael Sosabowski, kleinzoon van de Poolse bevelhebber zal de medaille in ontvangst nemen.

De Eerste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade, waarover Sosabowski (1892- 1967) het commando had, krijgt de Militaire Willems-Orde op haar vaandel. Deze hoogste Nederlandse militaire onderscheiding is een verlaat eerbetoon aan de Poolse para’s voor hun inzet, september 1944, tijdens de Slag om Arnhem.

Door fouten van het Britse opperbevel mislukte de operatie Market Garden, maar de Polen kregen de schuld.

top                                                                


Prinsenbeek herdenkt oorlogsdoden

Maandag 1 mei 2006 - PRINSENBEEK – Het comité Dodenherdenking Prinsenbeek houdt 4 mei om 19.00 uur een herdenkingsdienst in de Kerk van O.L.V. ten Hemelopneming.

Voorgangers tijdens de dienst zijn pastor Schakenraad en dominee Ten Brinke. Na de dienst is er een stille tocht naar de Vredeskapel. Harmonie Amor Musae speelt tijdens de wandeling de Mars Funčbre. In toespraken en met twee minuten stilte zullen tijdens de herdenking in de Vredeskapel alle gevallenen worden herdacht.

Na het zingen van het Poolse en het Nederlandse volkslied, leggen twee zoons van Poolse oud-strijders, wethouder Oomen namens de gemeente Breda en twee leden van het Comité Dodenherdenking namens de Prinsenbeekse bevolking kransen.

Daarna volgt een bloemenhulde in de kapel.

top


 

 

Polen aanwezig bij herdenking Alphen

Dinsdag 9 mei 2006 - ALPHEN – Traditiegetrouw houdt Alphen ook dit jaar later dan de landelijke datum van 4 mei zijn Dodenherdenking. Bijzonder dit jaar is de aanwezigheid van een delegatie Polen.

In de parochiekerk en op de erebegraafplaats aan de Molenstraat worden vrijdag militairen en burgers herdacht die sinds het begin van de Tweede Wereldoorlog in het dorp zijn gesneuveld of door ander oorlogsgeweld zijn omgekomen.

De eerste Dodenherdenking vond in Alphen al in 1940, het jaar van de Duitse inval, plaats. Alphen houdt nog altijd vast aan deze herdenking. Reden waarom het dorp niet meedoet aan de landelijke herdenking. Vrijdag is dus de 67e editie.

Op de erebegraafplaats liggen zes Nederlandse en achttien Poolse militairen begraven, onder wie de Poolse broers Wloch, die in 1944 respectievelijk 23 en 26 jaar oud waren. De twee maakten deel uit van de Eerste Poolse Pantserdivisie.

Op initiatief van burgemeester Harrie Nuijten is dit jaar een delegatie van de Poolse gemeente Pniewy uitgenodigd om bij de herdenking aanwezig te zijn. De gemeente Alphen-Chaam houdt al sinds 1987 contacten met Pniewy. De Poolse gemeente heeft vier vertegenwoordigers afgevaardigd.

De herdenking begint om 18.45 uur met een oecumenische kerkdienst in de Willibrorduskerk, met pastoor Jan Paes uit Alphen en dominee Rienk Lanooy uit Chaam als voorgangers. Aan de viering werken de harmonie, de zangkoren en het Willibrordusgilde mee.

Op de erebegraafplaats zal burgemeester Nuijten daarna (rond 19.45 uur) een toespraak houden, waarna kransen en bloemen worden gelegd, mede namens organisaties van militairen en oud-militairen.

De organisatie is in handen van de Alphense afdeling van de Bond van Wapenbroeders.

top


Koningin reikt Militaire Willemsorde en Bronzen Leeuw uit.

Hare Majesteit de Koningin reikt woensdagochtend 31 mei op het Binnenhof in Den Haag de Militaire Willemsorde uit aan de 1ste Zelfstandige Poolse Parachutistenbrigade.

De Poolse generaal-majoor Stanislaw Sosabowski, die de eenheid leidde, ontvangt postuum de Bronzen Leeuw.

De Poolse eenheid ontvangt de hoogste militaire onderscheiding wegens haar inzet tijdens de operatie Market Garden in september 1944. Market Garden was de grootschalige geallieerde luchtlandingsoperatie bij de bruggen van Arnhem en Nijmegen. Daarnaast krijgt generaal-majoor Sosabowski postuum de dapperheidsonderscheiding vanwege zijn persoonlijke inzet bij deze operatie (zie persbericht ministerraad, RVD, 09.12.2005).

Minister van Defensie Kamp heeft de eenheid en haar commandant voor genoemde onderscheidingen voorgedragen op basis van het advies van het Kapittel der Militaire Willemsorde en de commissie Dapperheidsonderscheidingen van het Ministerie van Defensie.

De Poolse 6 Attack and Assault Brigade, de eenheid die de traditie van de oorspronkelijke Parachutistenbrigade in ere houdt, neemt de Militaire Willemsorde in ontvangst. De Bronzen Leeuw voor generaal-majoor Sosabowski wordt uitgereikt aan zijn twee kleinzonen.

Vijftig jaar geleden werd de Militaire Willemsorde voor het laatst uitgereikt, 43 jaar geleden de Bronzen Leeuw.

top


Alsnog onderscheiding voor Poolse veteranen

             

De Poolse militairen die in september 1944 betrokken waren bij de Slag om Arnhem, zijn alsnog koninklijk onderscheiden. Koningin Beatrix kende 62 jaar na dato de Militaire Willemsorde toe aan de voormalige Eerste Poolse Parachutistenbrigade. Generaal-majoor Sosabowski, in september 1944 de commandant van deze brigade, werd postuum de Bronzen Leeuw verleend. Met de uitreiking van beide onderscheidingen werd volgens de koningin "een fout in de geschiedenis" hersteld.

De rol van de Poolse militairen tijdens de operatie Market Garden is jarenlang onderbelicht geweest. De Polen waren immers niet betrokken bij de eerste aanvallen op Arnhem, maar arriveerden pas op 21 mei. Ze landden bovendien niet bij Elden - zoals in eerste instantie de bedoeling was - maar in de Betuwe. Hun doel was om met de veerpont, die volgens de berichten in Britse handen was, alsnog de oversteek naar Arnhem te maken. Maar in werkelijkheid was de veerpont vernield, en de Polen kwamen onder zwaar vijandelijk vuur te liggen. Desondanks wisten zij met rubberboten de Rijn over te steken. Een Duitse overmacht stond een verdere opmars in de weg. Uiteindelijk gaven de Britse commandanten ter plaatse hun positie ten noorden van de Neder-rijn op.

Koude Oorlog
Het mislukken van de Slag om Arnhem werd door hoge Engelse militairen in de schoenen van de Polen geschoven. Onterecht, maar het gebeurde wel. "Politiek", zegt kleinzoon Michael van generaal-majoor Sosabowski nu. Datzelfde antwoord geeft hij ook op de vraag waarom zijn grootvader nu pas postuum is onderscheiden. In haar toespraak gaf koningin Beatrix een reden voor het late eerbetoon: na de Tweede Wereldoorlog werd Polen communistisch en stond de Koude Oorlog het verlenen van een dergelijke hoge onderscheiding in de weg. Al had koningin Wilhelmina hem in 1946 al wel willen toekennen, zo vertelde de majesteit.

Gemotiveerd
Het feit dat de brigade en haar voormalige commandant nu alsnog zijn onderscheiden, ligt mede aan de koningin, zo bevestigt minister Kamp van Defensie. "De koningin is, net als haar vader prins Bernhard, zeer gemotiveerd geweest om deze Willemsorde uit te reiken. En dat is ook goed."

Geweldige ervaring
Die politieke achtergrond en het regenachtige Hollandse weer ten spijt, genoten de Poolse veteranen met volle teugen van hun bezoek aan Nederland. Van de plechtigheid op het Haagse Binnenhof, maar ook van het gesprek met koningin Beatrix. Na afloop van de plechtigheid ontving de koningin de oud-strijders en hun gasten in de Ridderzaal. Kamp: "De koningin heeft lang met hen gesproken. Ook met de weduwen van vetranen. Het is voor hen een geweldige ervaring."
Donderdag brengen de veteranen nog een bezoek aan Driel en Oosterbeek.

top


Beatrix: Fout uit het verleden hersteld

DEN HAAG – Met het uitreiken van de Militaire Willemsorde aan de Eerste Zelfstandige Poolse Parachutistenbrigade en, postuum, de Bronzen Leeuw aan generaal-majoor Stanislaw Sosabowski, die de eenheid leidde, is een fout uit het verleden hersteld. Dat zei koningin Beatrix woensdag op het Binnenhof bij de uitreiking plechtigheid.

De Willemsorde plus een zogenaamde cravatte met de tekst 'Arnhem 1944' worden door de vorstin aan het vaandel bevestigd.

De Polen vochten dapper mee tijdens de operatie Market Garden in 1944, al hadden ze hun bedenkingen bij de actie van de Britse veldmaarschalk Montgomery. De operatie mondde uit in de dramatisch verlopen Slag om Arnhem.
Het loyale Poolse aandeel is lang veronachtzaamd. „Helaas hebben de moedige verrichtingen van generaal Sosabowski en zijn Eerste Poolse Parachutischenbrigade in de Slag om Arnhem en de grote verdiensten die zij daarmee hebben gehad voor de bevrijding van Nederland, nooit een formele erkenning gekregen”, aldus de koningin. „Koningin Wilhelmina, mijn grootmoeder, heeft destijds wel de wens daartoe uitgesproken en ook mijn vader, prins Bernhard, heeft dikwijls op erkenning aangedrongen. Jammer genoeg is destijds aan hun wens geen uitvoering gegeven. De grote veranderingen die zich na de oorlog in Europa hebben voltrokken en de ongelukkige gevolgen die dit voor Polen heeft gehad, hebben bij deze omissie mede een rol gespeeld”, vervolgde Beatrix.
Het besluit om de Polen alsnog te eren doet volgens haar „recht aan de Poolse strijders die zich voor de bevrijding van Nederland hebben ingezet en aan de uitzonderlijke moed die zij daarbij hebben betoond. Wij eren hiermee bovenal ook hen die in de strijd het offer van hun leven hebben gebracht.”
In de Slag om Arnhem zijn 93 Polen gesneuveld of later aan hun verwondingen overleden. Nederland had voor de plechtigheid 120 veteranen en veertig weduwen getraceerd, uit heel de wereld. Ongeveer de helft daarvan was voor de plechtigheid naar Nederland gekomen.
Het viel sommige oude houwdegens wel een beetje tegen dat ze zelf niets kregen om op hun revers te spelden. De Willemsorde plus een zogenoemde cravatte met de tekst 'Arnhem 1944' werden door de vorstin aan het vaandel van de opvolger van hun eenheid bevestigd (iets wat ze van tevoren grondig had geoefend). Maar voor iedereen was er een oorkonde, een fotoreportage en een presse-papier, speciaal gemaakt door de Kanselarij der Nederlandse Orden.
De uitreiking van de onderscheidingen, die in geen tientallen jaren meer waren toegekend, was een koude en natte aangelegenheid. De Poolse veteranen wilden echter niet onde een afdakje, maar gewoon in de openlucht, al of niet in een rolstoel. En zelfs degenen die van een rolstoel gebruik moesten maken, verrezen zoveel mogelijk als de plechtigheid dat vergde.

top


 ‘Erkenning na zestig jaar’

Woensdag 31 mei 2006 - Vandaag reikt koningin Beatrix de hoogste militaire onderscheiding, de Militaire Willemsorde, uit aan de 1e Poolse Parachutistenbrigade. Een beloning voor de inzet van deze eenheid bij de Slag om Arnhem in 1944. Generaal-majoor Stanislaw Sosabowski ontvangt postuum de Bronzen Leeuw. ‘Eindelijk’, zeggen de Polen.

Parachutisten landen bij Arnhem in september
Natuurlijk zijn de ‘Nederlandse Polen’ uitermate trots op de uitreiking van de Militaire Willemsorde. „Maar het is wel zestig jaar te laat“, vindt Adrian Stopa, voorzitter van de in Breda gevestigde Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland. „En dat is jammer. De Poolse soldaten hebben aanvankelijk te weinig eer gekregen. Neem de strijders van de 1e Poolse Pantserdivisie, die een belangrijke rol in de bevrijding van Zuidwest-Nederland hadden. Geen van die jongens heeft destijds vanuit Den Haag ooit een medaille gehad.“

Prins Bernhard zei in 2004 nog ‘het ongelooflijk nalatig te vinden dat de soldaten niet waren beloond voor hun moed’. Hij zei het volledig eens te zijn geweest met het besluit van koningin Wilhelmina – in 1946 – om alle Polen die in Nederland gevochten hadden, te eren. Dat is nooit gebeurd. Vermoedelijk door toedoen van de Britten, die niet wilden dat de Polen met de meeste eer gingen strijken. In 1952 werd door het toenmalige kabinet zelfs besloten ‘geen koninklijke militaire onderscheidingen in verband met de Tweede Wereldoorlog meer uit te reiken’.

Prins Bernhard verzette zich daar tegen en probeerde in de laatste jaren van zijn leven het kabinet op andere gedachten te brengen. Minister Henk Kamp van Defensie hield ook lange tijd vast aan het besluit uit 1952, maar ging uiteindelijk overstag na een motie van de Tweede Kamerleden Hans van Baalen (VVD) en Frans Timmermans (PvdA).

Op 9 december vorig jaar werd alsnog besloten de hoogste Nederlandse militaire onderscheiding, de Militaire Willemsorde, aan de 1e Poolse Parachutistenbrigade uit te reiken. Dat gebeurt vandaag op het Binnenhof in Den Haag.

De Willemsorde werd ruim vijftig jaar geleden voor het laatst toegekend. De Bronzen Leeuw die generaal-majoor Sosabowski postuum krijgt, werd 43 jaar geleden voor het laatst uitgereikt. De Polen krijgen de hoge onderscheiding voor hun inzet tijdens de zogeheten Operatie Market Garden in september 1944, de grote luchtlandingsoperatie van de geallieerden bij Arnhem. Sosabowski krijgt de dapperheidsonderscheiding voor zijn persoonlijke inspanningen tijdens die operatie.

Sosabowski was de oprichter en bevelhebber van de 1e Poolse Parachutistenbrigade. Die werd opgericht in Engeland. Daar was Sosabowski met tienduizenden soldaten naartoe gevlucht toen de Duitsers Frankrijk innamen.

Eigenlijk wilde de Poolse regering – in ballingschap in Londen – de brigade inzetten ter ondersteuning van de geplande opstand tegen de Duitsers in Polen. Zover kwam het niet. De brigade werd uiteindelijk ingezet bij een Britse luchtlandingsoperatie, die aanvankelijk Operation Comet genoemd werd.

Sosabowski wilde dat niet en eiste dat zijn bedenkingen op schrift werden gesteld. Dat werd hem destijds door de Britten niet in dank afgenomen. Desondanks landde de brigade op 21 september 1944 bij Driel, ten zuidwesten van de Rijnbrug bij Arnhem. Het doel was de Britse 1e Airborne Divisie, die bij Oosterbeek omsingeld was door de Duitsers, te ontzetten. Dat mislukte jammerlijk en de Slag om Arnhem liep voor de geallieerden uit op een tragedie.

De Britten vonden in Sosabowksi al snel de zondebok en in 1944 werd hij uit zijn functie ontheven. Later rezen er twijfels over de gang van zaken bij Arnhem en werd er gewezen naar kapitale beoordelingsfouten van het Britse opperbevel.

Voor Sosabowski was het te laat. Hij durfde na de oorlog niet terug naar het communistisch geworden Polen en bleef in Engeland. Tot zijn 75e werkte hij als winkelier en fabrieksarbeider. Een jaar later stierf hij na een hartaanval.

Sosabowski werd met militaire eer begraven in Warschau en kreeg postuum een hoge Poolse onderscheiding.

Nu krijgt hij postuum de Bronzen Leeuw. Sinds 1944 gingen 1210 mensen hem voor.

Vandaag zijn zestig vetaranen en twintig weduwen van oud-parachutisten uit een groot aantal landen aanwezig bij de unieke plechtigheid in Den Haag.

Adrian Stopa: „Eindelijk erkenning, na meer dan zestig jaar. Voor hem en al die duizenden soldaten die Nederland geholpen hebben bij de bevrijding. Ze hebben het verdiend.“

top


(Novum) - Koningin Beatrix heeft woensdag de hoogste militaire onderscheiding uitgereikt aan de Eerste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade.

De brigade, die in de Tweede Wereldoorlog een grote rol speelde in de Slag om Arnhem, ontving de Willemsorde op het Binnenhof. Het is de eerste keer in haar 26-jarige ambtstermijn dat koningin Beatrix de hoogste Nederlandse militaire onderscheiding voor dapperheid heeft uitgereikt.

Ook reikte Beatrix de Bronzen Leeuw uit aan de twee kleinzonen van generaal-majoor Stanislaw Sosabowski. Hij leidde de parachutistenbrigade in 1944. Sosabowski is postuum onderscheiden met deze tweede hoogste militaire medaille vanwege zijn moedige daden en leiderschap in de operatie Market Garden. Beide medailles zijn zo'n vijftig jaar geleden voor het laatst uitgereikt, meldt kolonel Jan Blacquiere.

De Poolse Parachutistenbrigade ondersteunde in 1944 de Britse troepen onder leiding van veldmaarschalk Montgomery. Koningin Wilhelmina verzocht in 1946 al een tiental Polen uit de brigade te onderscheiden. Volgens het ministerie van Defensie raakte de aanvraag voor de dapperheidonderscheiding zoek en zijn de eretekens daardoor niet eerder uitgereikt. Poolse veteranen lieten in de uitzending van de NOS weten blij te zijn met de late erkenning. Volgens Beatrix is woensdag een 'historische fout' rechtgezet in de erkenning van de bijdrage die de Polen hebben geleverd aan de bevrijding van Nederland.

Ook Prins Bernhard vond een onderscheiding van de Polen meer dan terecht, zo was dinsdag in het televisieprogramma Netwerk te zien. Minister van Defensie Henk Kamp (VVD) wees dit verzoek in 2004 af. Dit deed hij omdat een kabinetsbesluit in 1952 had vastgesteld dat militaire medailles met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog niet meer mogen worden uitgereikt. Onlangs werd in een archief in Londen het verzoek van Wilhelmina teruggevonden. Omdat het verzoek al in 1946 is opgemaakt, konden de eretekens woensdag alsnog aan de nabestaanden van Sosabowski en de zesde Poolse Air Attack Brigade, de opvolger van de parachutistenbrigade uit de Tweede Wereldoorlog, worden overhandigd.

De uitreiking werd bijgewoond door zestig veteranen en 22 weduwen. Ook Kamp en minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot (CDA) waren aanwezig. De Poolse veteranen worden na de ceremonie door de koningin in de Ridderzaal ontvangen. Later op de dag brengen zij een bezoek aan Driel en Arnhem, waar de gevechten hebben plaatsgevonden.

Met operatie Market Garden wilden de geallieerden vanuit het zuiden van Nederland in één keer oprukken naar Arnhem. Generaal Sosabowski meende dat de operatie geen kans van slagen had, maar gaf zijn mannen het voorbeeld door als eerste parachutist uit het vliegtuig te springen.

 top


Driel eert Poolse strijders

DRIEL - Tijdens een plechtigheid in Driel zijn zaterdag de Poolse militairen herdacht die in 1944 sneuvelden tijdens de Slag om Arnhem. Ook werd een beeltenis van de Poolse generaal Stanislaw Sosabowski onthuld.

Bij de plechtigheid was onder meer de Poolse ambassadeur aanwezig. Tijdens de bijeenkomst werd ook een uiterwaard van de Rijn omgedoopt in Sosabowski Waard.

De generaal had de leiding over de 1e Onafhankelijke Poolse Parachutisten Brigade, die in september 1944 in de Betuwe bij Driel werd gedropt. De Duitsers brachten de Poolse brigade zeer zware verliezen toe. De Britse bevelhebber Montgomery verweet Sosabowski en diens manschappen destijds gebrek aan dapperheid.

In de jaren voor zijn dood pleitte prins Bernhard al voor eerherstel van de Poolse strijders. Uiteindelijk kende de Nederlandse staat in mei 2006 postuum de Militaire Willemsorde toe aan de Poolse brigade. Sosabowksi ontving postuum de koninklijke Bronzen Leeuw.

De herdenking in Driel is onderdeel van een reeks herdenkingen rond de Slag om Arnhem en operatie Market Garden. Zondag is er een afsluitende bijeenkomst op de militaire begraafplaats in Oosterbeek, waar bijna 1200 gesneuvelde soldaten zijn begraven

top


Jeugd Axel staat stil bij bevrijding

Woensdag 20 september 2006 - AXEL – De Poolse oud-strijders die deelnamen aan de slag om het kanaal naar Hulst worden steeds ouder. Het is voor de laatst overgeblevenen haast onmogelijk om de jaarlijkse herdenking bij te wonen. Des te beter dat enkele Axelaars het initiatief hebben genomen de herdenking over te dragen aan de plaatselijke basisscholen


Na de kranslegging fietsen de kinderen achter een oude legerjeep aan naar het oorlogsmuseum.
Voorzitter Adrian Stopa van de Vereniging Eerste Poolse Pantserdivisie Nederland is dinsdag een tevreden man. Het miezert van de regen en de temperatuur ligt vele graden lager dan de dag ervoor. Maar er staan een hele schoolklas kinderen en een aantal volwassen belangstellenden bij het Poolse dragonderskruis aan de Hulsterseweg bij Axel. Stopa: „Zo is het goed. De jeugd die kennis opdoet over het verleden en de herinnering levend houdt. En even stilstaat bij wat er nog steeds in de rest van de wereld gebeurt. Vrijheid krijg je niet voor niks.“

Amateur-historicus Johan Brouwer vertelt de leerlingen van groep 8 van de gereformeerde streekschool Gaspar van der Heyden wat er precies 62 jaar geleden gebeurde tussen de Eerste en de Derde Verkorting. Het kanaal is niet meer dan een brede sloot, maar het kostte de Poolse bevrijders dagen om er definitief overheen te komen.

Over half ingestorte bruggetjes kwamen ze - na twee keer te zijn afgeslagen - naar de overkant. Sommigen tot hun middel in het water, wadend naar de overkant. Een paar bevrijders zwommen het kanaal over, bij welke actie enkelen verdronken.

De jongens van de klas zien het voor zich. Zeker als ze even later in het particuliere oorlogsmuseum Gdynia de collectie bekijken. Pieter en Dirk zijn er het eerst. Beide elfjarigen hebben een arm in een mitella en zijn daarom met de auto gebracht. Het museum vinden ze ‘vet cool’, hoewel de plechtigheden wel wat lang aanslepen. Voor de meiden duurt het al helemaal te lang. „Het stinkt hier“, merkt Alinda op in de - mede door de uitwasemende regenjassen - wat bedompte schuur.

Vriendin Prissy staat ook wat misprijzend te kijken. Dirk en Pieter wisten zich nog te herinneren dat ze in groep 5 de slag bij Axel al hadden behandeld. Maar Alinda en Prissy vinden geschiedenis ‘gewoon totaal niet interessant’. Juf Esther Bakker zucht eens. „Jongens hebben inderdaad vaker wat met geschiedenis dan meisjes bij ons op school.“

Net als de initiatiefnemers Carlo Vervaet (geďnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog) en Wouterine van Noordenne (bewoonster van de Hulsterseweg) verwacht Bakker dat na de nabespreking in de klas ook bij de meisjes meer blijft hangen dan ze nu beseffen.

top


Szukamy grobów powstańców
 
Kancelaria Prezydenta RP wyśle do Niemiec grupę historyków, harcerzy i urzędników, by szukali i porządkowali groby powstańców warszawskich.


To kolejny efekt wspólnej akcji "Rz" i Radia Zet. W sierpniu zaapelowaliśmy o odszukanie, a przede wszystkim uporządkowanie mogił powstańców warszawskich i cywilów z Warszawy poległych w trakcie II wojny światowej w Niemczech. Po powstaniu wywieziono tam 150 tysięcy ludności cywilnej i 17 tysięcy żołnierzy AK. Wielu zostało pochowanych w bezimiennych mogiłach.

Sprawą zajęła się Kancelaria Prezydenta RP razem z innymi instytucjami - Radą Ochrony Pamięci Walk i Męczeństwa, Ministerstwem Kultury i Muzeum Powstania Warszawskiego. - Odbyliśmy szereg spotkań i teraz czekamy na informacje od Związku Powstańców Warszawy, od pana generała Zbigniewa Ścibora-Rylskiego na temat ewentualnych miejsc, gdzie są pochowani powstańcy. Tam pojedzie pierwsza grupa - mówi "Rz" Lena Dębkowska-Cichocka, minister w Kancelarii Prezydenta RP.

Jak deklaruje, w pierwszej grupie mają się znaleźć historycy, harcerze, urzędnicy - m.in. z kancelarii, rady i muzeum, a także Biura Bezpieczeństwa Narodowego. - Pojadą we wskazane dwa, trzy miejsca sprawdzić stan mogił. Ten wyjazd odbędzie się na koszt prezydenta - deklaruje minister.

Kancelaria nie chce jednak, by skończyło się na jednym wyjeździe. - Nie chodzi tylko o groby powstańców, których jest stosunkowo niewiele, ale groby wszystkich żołnierzy w Niemczech. Potrzebne są zmiany systemowe. Ustawowo do dbania o miejsca pamięci powołana jest Rada Ochrony Pamięci. I najprostszym pomysłem jest zwiększenie jej budżetu. Może do pomocy włączą się też nasze placówki dyplomatyczne. Rozmawiałam już z przedstawicielami Ministerstwa Spraw Zagranicznych - mówi Dębkowska-Cichocka.

Pierwsza grupa ma pojechać jeszcze w październiku. Tymczasem do redakcji "Rz" wciąż przychodzą listy od czytelników poszukujących grobów swoich bliskich w Niemczech. Wiele osób prosi o kontakt do Henryka Nazarczuka, Polaka mieszkającego w Hanowerze. Na własną rękę zlokalizował ponad cztery tysiące kwater polskich w Niemczech. Po naszej publikacji jednej rodzinie udało się już odnaleźć grób krewnego.

‘Per se bij het graf van mijn vader’

Maandag 30 oktober 2006 - BREDA – Tachtig witte kruizen staan er op het Pools Militair ereveld in het Ginneken. Een meter of wat verderop liggen ook graven van Poolse soldaten, de graven van zij die de oorlog overleefden en vele jaren later in vrede in Breda overleden.

                                                                                        
Daar staat Leon Stolarz, zoon van één van die soldaten. „Tijdens de herdenking wil ik per se bij het graf van mijn vader staan.“
Op het Pools Militair ereveld aan de Ettensebaan en op het Pools Militair ereveld Ginneken aan de Vogelenzanglaan werd gisteren door zo’n tweehonderd mensen herdacht dat Breda op 29 oktober 1944, 62 jaar geleden dus, werd bevrijd van de nazi’s door de 1e Poolse pantserdivisie, onder leiding van generaal Maczek.
De bevrijding van Breda verliep zonder al te veel tegenstand, maar bij de bevrijding van heel Nederland sneuvelden meer dan 500 Poolse soldaten. Tachtig van hen liggen begraven op het ereveld in het Ginneken.
Ook Roman Stolarz maakte onderdeel uit van die 1e Poolse pantserdivisie. Sterker nog: hij kroop als soldaat over het kerkhof, waar hij nu begraven ligt. Toen op zoek naar Duitse soldaten.

Stolarz overleefde de oorlog en bleef in Breda wonen.
Anderhalf jaar geleden overleed hij, 91 jaar oud. Hij wilde bij zijn strijdmakkers van toen begraven worden en ligt nu een meter of twee van het ereveld vandaan.
Niet onder een wit, militair kruis, maar in een gewoon graf. „Twee jaar geleden stond hij nog naast me tijdens deze plechtigheid“, zegt Leon, zijn jongste zoon. „Sorry, ik schiet even vol.“
Dat laatste gebeurde meer mensen tijdens de plechtigheid. Want ook al is de bevrijding van Breda 62 jaar geleden, de nagedachtenis daaraan is bij velen nog steeds springlevend.

Ieder jaar vindt zowel een plechtigheid plaats op het ereveld aan de Ettensebaan als op het ereveld in het Ginneken, genodigden en oud-strijders wonen eerst de ene ceremonie bij en verplaatsen zich dan naar het andere kerkhof. Ieder jaar worden de namen van de tachtig gesneuvelden die op de begraafplaats in het Ginneken liggen stuk voor stuk opgelezen. Ieder jaar zijn er ook oud-strijders (Polen en Nederlanders) aanwezig bij de plechtigheid, al worden dat er vanzelfsprekend steeds minder.

Na de kransleggingen, door onder meer de Poolse ambassadeur, de Bredase burgemeester Peter van der Velden, KMA-gouverneur Ton van Osch en Commandant der Luchtstrijdkrachten Hans de Jong, die sinds kort zijn hoofdkwartier in Breda heeft), werd de Last Post geblazen.
Afgesloten werd met een opdracht die een militair zijn collega’s gaf, vlak voor hij zijn laatste adem uitblies: „Als jullie naar huis gaan, vertel de mensen daar dan dat wij ons vandaag hebben gegeven voor hun morgen.“

foto: Poolse kinderen leggen bloemen bij de graven op het Poolse ereveld aan de Vogelenzanglaan.

top


Ambassadeur Michalowski woont herdenking bij

Zaterdag 21 oktober 2006 - BREDA – De Poolse ambassadeur in Nederland, Jan Michalowski, is zondag 29 oktober te gast bij de jaarlijkse herdenking van de bevrijding van Breda. Die concentreert zich op de Poolse erevelden aan de Ettensebaan en de Vogelenzanglaan.

De herdenking op het Poolse ereveld aan de Ettensebaan, georganiseerd door de Vereniging van de 1e Poolse Pantserdivisie Nederland, begint om half een ‘s middags. De ceremonie op het Pools Militair Erehof Ginneken aan de Vogelenzanglaan, georganiseerd door het Comité Herdenking 1944 Ginneken, begint om 14.00 uur. Belangstellenden wordt verzocht tien minuten voor aanvang aanwezig te zijn.

Na afloop van de plechtigheid in het Ginneken is er in Gemeenschapshuis Vianden een samenkomst voor genodigden. Voorafgaand aan de herdenkingsbijeenkomsten is er een eucharistieviering in de Onze Lieve Vrouw Kerk van Altijddurende Bijstand aan het Mgr. Nolensplein in Breda. De mis begint om 11.00 uur.

De Bredase Poolse sportvereniging PSK Kaszub houdt zaterdag 28 oktober haar traditionele bevrijdingstoernooi. Sporthal De Huif in Bavel is die avond het decor van een zaalvoetbal- en volleybaltoernooi. Zes voetbalteams en twaalf volleybalteams hebben zich hiervoor ingeschreven. De wedstrijden beginnen om 19.00 uur en duren tot 23.00 uur. Voorafgaand aan de prijsuitreiking is er een tombola. Diezelfde avond begint om 20.00 uur een bevrijdingsfeestavond in zaal Vianden aan de Viandenlaan 3. Deze avond is georganiseerd door Polonia In verband met de 62e herdenking van de bevrijding van Breda is het Generaal Maczekmuseum zondag de 29e extra geopend van 15.00 tot 18.00 uur. Het museum is te vinden op het terrein van de Trip van Zoudtlandtkazerne, ingang De La Reyweg 95. Omdat het museum zich op militair terrein bevindt, moeten bezoekers zich legitimeren. Bij de Stichting Kop wordt diezelfde zondag aandacht besteed aan de Polen en hun rol bij de bevrijding. Het publiek kan er Poolse soep krijgen en films van Poolse filmmakers zien. Aanvang 16.00 uur. Kop zit in het Electron aan de Speelhuislaan 171.

top


Poolse kinderen bezoeken stad

Vrijdag 20 oktober 2006 - BREDA – Veertien dove kinderen en vier docenten van het doveninstituut Generaal Maczek uit het Poolse Bydgoszcz bezoeken van dinsdag 24 tot en met zondag 29 oktober Breda.

Studenten van de Recreatieopleiding van De Rooi Pannen zetten in het kader van hun opleiding een weekprogramma op voor de Poolse leerlingen.

Het bezoek vindt plaats in het kader van de 62e herdenking van de bevrijding van Breda door het Poolse leger onder aanvoering van generaal Maczek. Op zondag 29 oktober zullen de kinderen tijdens de herdenking een krans leggen op de Poolse begraafplaats aan de Ettensebaan. Ook de studenten van de Rooi Pannen zullen daar bij aanwezig zijn. Op woensdag bezoeken de Poolse gasten het Generaal Maczekmuseum en de Poolse Begraafplaats in Oosterhout. Donderdag is gereserveerd voor een bezoek aan Amsterdam. Vrijdag bezoeken zij de Efteling en zaterdag komen de Beekse Bergen aan de beurt.

top


Regio herdenkt Poolse soldaten.

Vrijdag 27 oktober 2006 - OOSTERHOUT – De Poolse militairen die in de Tweede Wereldoorlog in de regio Oosterhout gesneuveld zijn, worden morgen herdacht.

De herdenking wordt georganiseerd door de Vereniging Eerste Poolse Pantserdivisie Nederland en wordt gehouden op het Poolse ereveld aan de Veerseweg 54 te Oosterhout. De herdenking begint om 10.30 uur. Harmonievereniging Oosterhout zal de herdenking ondersteunen door een aantal muziekwerken te spelen waaronder het Poolse volkslied en het Wilhelmus. De Vereniging Eerste Poolse Pantserdivisie Nederland bestaat sinds mei 2002. Doel is de herinnering te behouden aan de Eerste Poolse Pantserdivisie en in samenwerking met plaatselijke organisaties de herdenkingen voort te zetten van de gevallen Poolse militairen tijdens de bevrijding van Nederland. Ook in Etten-Leur en Breda worden herdenkingen gehouden. De Eerste Poolse Pantserdivisie stond onder bevel van generaal Stanislaw Maczek.

top


‘Voor Wladyslaw, Zygmund?

Maandag 30 oktober 2006 - OOSTERHOUT – Toen Poolse jongens zich in 1944 in Engeland militair voorbereidden om hun vaderland te bevrijden van de Duitsers gingen ze elke avond op de knieën in gebed. Daarna zongen ze samen een liedje: ‘Bidden in het legerkamp’.

 


foto: Scholieren legen bloemen op de graven van de gesneuvelden Polen.


Dat liedje klonk, tweeënzestig jaar later, afgelopen zaterdagochtend, tussen de berkenbomen op het Pools ereveld aan de Veerseweg in Oosterhout.Instrumentaal, gespeeld door de harmonievereniging Oosterhout. Het was, aldus dirigent Ad van Dongen, ingestudeerd als eerbetoon aan de gevallenen en aan de Poolse oud-strijders. De melodie zorgde voor een sober muzikaal decor bij het dodenappčl. De veteranen van de Eerste Poolse Pantserdivisie hielden zaterdag hun jaarlijkse herdenking. Ze waren er weer, zoals ze er elk jaar zijn, maar wel met steeds minder.
Terwijl de muziek van het oude Poolse liedje door de wind werd weggedragen, las een Poolse oudstrijder een lijst van dertig namen voor.

Het dodenappčl!
Namen van zijn kameraden, mannen die in het najaar van 1944 sneuvelden bij de bevrijding van Oosterhout of bij gevechten in de directe omgeving: „Jňzef Kadela, Wladislaw Klaptocz Zygmund Anszer?“ Het zijn namen die in steen gebeiteld zijn op de grafzerken van het ereveld. Daarom kwamen die stramme mannen daar weer bijeen: herinnering en eerbetoon aan hun gevallen kameraden. Dat in gezelschap van enkele tientallen Oosterhouters en een groep schoolkinderen. Sylvie Bergmans en Elise Verklaren van basisschool De Rubenschof legden samen met de 85-jarige oud-strijder Michael Salenicz een krans bij het monument voor de Poolse gevallenen.

„Als herinnering aan de mannen die tweeënzestig jaar geleden sneuvelden en die het ons zo mogelijk maakten om ons leven weer op te bouwen“, aldus voorzitter Adrian Stopa van de vereniging Eerste Poolse Pantserdivisie. Kinderen lazen gedichten voor: „Gedenk het leed niet om stil te staan, gedenk de schande om dan door te gaan.“  Niet alleen in Oosterhout levende veteranen woonden de herdenking bij, ook oud-militairen uit Polen werden met een reisbus aangevoerd.
Hoogbejaarde mannen inmiddels, achter een rij grafzerken, witte kuiven, het blauwe colbert vol onderscheidingen.
En, nog altijd de borst vooruit bij het spelen van de volksliederen, de lippen stijf samengeknepen als de lange lijst namen van de gedode kameraden wordt voorgelezen.

top


Lezersbrief: Herdenkingen

Donderdag 2 november 2006 - De Poolse militairen die in de Tweede Wereldoorlog in de regio Oosterhout zijn gesneuveld, werden afgelopen zaterdag herdacht. De ceremonie vond plaats op de begraafplaats aan de Veerseweg in Oosterhout

Naast de Poolse oud-strijders, die een erehaag vormden bij hun gevallen oorlogsvrienden waren er leerlingen van basisschool de Rubenshof die een gedicht voordroegen en bloemen legden op de graven van de gesneuvelde soldaten. De muzikale ondersteuning was er van de Harmonie Vereniging Oosterhout o.l.v. de heer Ad van Dun. Door verschillende Nederlandse en Poolse groeperingen werden er bij het monument bloemenkransen gelegd, waarvan enkele door hoogwaardigheidsbekleders, getuige hun vervoermiddel op het parkeerterrein met de letters CD (Corps Diplomatiek).

Tot de aanwezigen behoorden een aantal sympathisanten en enkele belangstellenden. Maar het voltallige college van B en W schitterde door afwezigheid. Van de raadsleden was er eentje op komen dagen. Dertig ontbraken! En ook was er niemand van het Oranjecomité, hun aanwezigheid zou ook niet misstaan hebben. Dan sta je daar als Oosterhouter, trots op je stad, maar toch met enig schaamrood ten opzichte van die Poolse oud-strijders.

Oosterhout, Ad Jespers

top


Nieuwe kruisen voor Poolse strijders

Vrijdag 8 december 2006 - ALPHEN – Op het erehofje voor oorlogsslachtoffers in Alphen zijn Nico van Dijk en Frans Schuling aan het werk. Ze vervangen zes stenen op oorlogsgraven van gesneuvelde Poolse militairen.

Als dit werk gedaan is, zijn de laatste rustplaatsen van alle achttien bij Alphen omgekomen Poolse bevrijders van een nieuwe steen voorzien. De andere stenen die uitgevoerd zijn in de vorm van een kruis, zijn de afgelopen jaren vernieuwd.
Van Dijk en Schuling werken voor de technische dienst van de Stichting Nederlandse Oorlogsgraven. Ze zijn dagelijks op pad om ergens in Nederland onderhoud te plegen aan oorlogsgraven. De stichting beheert in Nederland 6.773 Nederlandse en 7.944 geallieerde oorlogsgraven.
„De Poolse graven zijn van Polen maar wij onderhouden ze wel. De kruisen maken we aan de hand van een vanuit Polen verkregen mal“, zegt Van Dijk.
De oude kruisen waren volgens hem door weer en wind aangetast. Daardoor was ook de opgebrachte belettering - van hetzelfde materiaal als de geslepen sierbetonnen steen - verweerd.

De namen, data en wapentekens op de nieuwe kruisen zijn nu in bronzen letters en tekens uitgevoerd die de tand des tijds beter kunnen doorstaan.
Het erehofje bevindt zich op een deel van het oude parochiekerkhof in Alphen. Voor de graven van de Poolse strijders liggen nog zes graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers die afkomstig waren uit Alphen.

Deze graven zijn wel eigendom van de stichting. Erop staan stenen van kalkzandsteen met een ronde top. De namen en data zijn er in gegraveerd. Daardoor hoefden van deze stenen er nog maar twee vervangen te worden.
Opmerkelijk is dat tussen de oorlogsgraven zich ook het graf van de Alphense pastoor W. Binck bevindt. Omdat hij pas in 1971 is gestorven, is hij geen oorlogsslachtoffer.
Binck ligt daar op zijn uitdrukkelijke wens. En de oud-strijders in Alphen vinden die laatste rustplaats terecht omdat Binck in de oorlog diverse verzetsdaden heeft verricht.

Foto: Zes Poolse graven krijgen dezer dagen een nieuwe steen.

top


‘Eén bloemetje, dat moet toch kunnen’

Zaterdag 23 december 2006 - De Polen veroveren Steenbergen. Ze plukken tomaten of bieden zich aan voor klusjes aan huis. Ruim zestig jaar geleden was er eveneens sprake van een invasie en ook toen waren het Polen die het vuile werk opknapten. In de geschiedenis van Steenbergen, door Canadezen bevrijd, is hun rol in de Tweede Wereldoorlog niet meer dan een voetnoot. Het graf van Wladyslaw Sekulski op de begraafplaats aan de Nassaulaan herinnert aan die donkere tijd. ‘Maar geloof maar niet dat er ooit iemand een bloemetje heeft gelegd.’

Het graf van Wladyslaw Sekulski.

De graven van de Engelse jachtvlieger Guy Gibson en zijn navigator Jim Warwick op de begraafplaats aan de Nassaulaan glimmen in de waterige ochtendzon. De heldhaftige Dambusters worden op de Steenbergse dodenakker geflankeerd door lokale verzetshelden en de in 1956 verongelukte straaljagerpiloot Leo van Agtmaal. „Goed, dat deze mensen jaarlijks worden herdacht“, meent Rien Oerlemans, een neef van in 1979 overleden Wladyslaw Sekulski. „Ze verdienen alle eer. Maar tegelijkertijd denk ik: welbeschouwd hebben Gibson en Warwick geen directe rol gespeeld bij de bevrijding van onze stad. Ze zijn, na een bombardement op Duitsland, toevallig hier in de polder neergestort.“
Laat daar geen misverstand over bestaan: Oerlemans waardeert het jaarlijkse eerbetoon aan de Engelse jachtvliegers en zeker ook de Steenbergse oorlogsslachtoffers. En hij begrijpt ook dat Sekulski, omdat hij niet in het harnas is gesneuveld, formeel niet in het rijtje thuishoort.

„Maar als we dan met de harmonie stonden te blazen tijdens de dodenherdenking, zag ik al die hoogwaardigheidsbekleders de gang langs de graven maken. Dan ging ik na afloop altijd even op de begraafplaats kijken en zag ik overal bloemen en kransen. Behalve op het graf van oom Waddy. Dan dacht ik: hij heeft er toch ook recht op. Een keer een bloemetje, dat moet toch kunnen. De Polen komen massaal naar hier, maar de Polen die we hadden, die zijn we blijkbaar vergeten.“
Wladyslaw Sekulski deelt het graf met Jo van den Branden. Tante Jo. Onder zijn geboortedatum en sterfdag staat in het donkere graniet, in lichte letters, een eenvoudige tekst gebeiteld: ‘Als Pools soldaat zette hij zich in voor de bevrijding van Nederland’.

„Hij praatte veel over de oorlog, maar ik kon hem niet altijd even goed verstaan. Toen hij trouwde met tante Jo, het moet ergens rond 1946 zijn geweest, sprak hij geen woord Nederlands. Toen hij stierf trouwens nog steeds niet.“
Sekulski werd op 7 december 1906 geboren in Czerniow, een klein boerendorp aan de Poolse oostgrens, dat na de schermutselingen in 1939 werd ingelijfd door de Russen. Duitsland viel Polen binnen op 1 september van dat jaar, tegelijkertijd werd het land in de rug aangevallen door het Russische leger. Polen capituleerde en een groot aantal soldaten nam de wijk.

„Sekulski vluchtte, net als een groot aantal landgenoten, naar Argentinië. Via de Verenigde Staten kwam hij in 1942 in Schotland terecht waar de 1e Poolse Pantserbrigade werd gevormd. Van daaruit sloten de Polen weer aan bij de geallieerden. Maar hoe oom Waddy uiteindelijk in Steenbergen terecht is gekomen, is mij een raadsel“, zegt Oerlemans. „Ik was toen nog te klein om het allemaal te begrijpen.“

De Poolse Pantserdivisie werd in juli 1944 ingescheept om in Frankrijk voet aan wal te zetten. Via Rouen en Duinkerken werd België bereikt. Na de bevrijding van Gent, Axel, Hulst en Terneuzen vormden de Polen een voorpost in de operatie Pheasant, met als doel de bevrijding van West-Brabant. De Canadezen openden het offensief op Woensdrecht, Hoogerheide en Bergen op Zoom, de Polen stoomden, onder aanvoering van generaal Maczek, op naar Breda.

„Begin november bliezen de Duitsers de Moerdijkbruggen op om zich te verschansen aan de andere kant van het water. Door de strenge winter was het ondoenlijk om door te stoten. Tot april zijn de Poolse militairen in het door hen bevrijde gebied blijven hangen“, weet Adrian Stopa uit Breda, voorzitter van de Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie en zoon van een Poolse militair en een Nederlandse moeder. „De banden met de plaatselijke bevolking waren innig. Veel soldaten werden ondergebracht bij gezinnen en leerden zo hun latere levenspartner kennen.

Sekulski, tweede van links.

Zo moet het ook Wladyslaw Sekulski zijn vergaan. Omdat de Duitsers zich ook terugtrokken op Sint-Philipsland en Schouwen-Duiveland werden Poolse militairen in Steenbergen gestationeerd om de frontlijn te bewaken.

Ze werden gelegerd in de toenmalige Gummarusschool, in de meisjesschool op de IJzeren Put, bij het oude Weeshuis en in de Protestantse School. Maar ook bij burgers in huis. „De tanks stonden op de Markt geparkeerd“, herinnert oud-Steenbergenaar Bert Herbers.

West-Brabant was bevrijd maar voor de Polen was de oorlog nog niet voorbij. In het voorjaar van 1945 trokken ze via Duitsland en het oosten van Drenthe en Groningen op naar Willemshaven. Op 8 mei 1945 capituleerde Duitsland. „Voor veel Poolse militairen was er geen weg terug naar huis. Hun vaderland was door de Russen ingenomen, veel Polen emigreerden of keerden terug naar hier, naar hun lief“, zegt Stopa.
Op internet circuleert een lange lijst met namen van Polen die in 1949 in de haven van het Italiaanse Triëst inscheepten voor de overtocht naar Australië. Op die passagierslijst van de SS Dundalk Bay staat ook de naam van Wladyslaw Sekulski. Nummer 768.
„Dat moet een ander zijn geweest, want oom Waddy trouwde meteen na de oorlog met tante Jo. In Steenbergen, in zijn Poolse uniform“, zegt Rien Oerlemans. „Heel lang hebben ze ingewoond bij haar ouders, in een huisje aan de Noordwal. Bij Stefaan van den Branden en Mien van de Par, mijn opoe. Pas toen die zijn overleden zijn ze verhuisd naar de Blauwstraat. Daar hebben ze tot hun dood gewoond.“

Wladyslaw Sekulski leefde een beetje teruggetrokken. De taal was een probleem. „Vloeken, dat ging hem nog wel goed af. Dat was het eerste dat hij leerde in de bouw“, lacht Oerlemans. „Waddy was een hele goede timmerman. Kort na de oorlog werd in Steenbergen de Kunstzij gebouwd, de latere Enka. Mijn vader nam hem mee; er was werk zat. Later werkte hij voor verschillende aannemers. De arbeidershuisjes aan de Ravelijnstraat zijn door hem gezet. Hij heeft tot aan zijn pensioen getimmerd.“
Het echtpaar Sekulski bleef kinderloos. Veel contact met de buurt was er niet. „Hij had één goede vriend, ook een Pool. Die was ook op zijn begrafenis. En op hun zilveren bruiloft. Bij Vissenberg. Op het feest waren ook nog wat Polen uit Breda; daar gingen ze ook wel eens heen. Maar verder hield hij zich liever op de achtergrond. Hij was geen prater. Tante Jo kon hem zelfs nauwelijks verstaan, maar ze begrepen elkaar altijd.“

Wil Verbeek uit Hoogerheide, die lang een kapsalon in Halsteren had, kende Sekulski als een ‘hele fijne timmerman, een kei in houtbewerking’. Dat geldt ook voor Rien van Opdorp, die samen met zijn broer Ad meubelzaak De Blauwe Zaal, een begrip in Steenbergen, leidde. „We waren buren“, zegt hij. „Waddy was inderdaad geen man van veel woorden, zeker niet in gezelschap. Hij had ook nogal wat meegemaakt. Zelf raakte hij twee keer gewond, zijn familie overleefde de oorlog niet. Waddy stond zich te wassen in de bijkeuken, toen er een bom viel op zijn ouderlijk huis. Hij was in één klap iedereen kwijt.“
Van Opdorp bewaart warme herinneringen aan ‘de Pool’. „Een hele lieve man. Hij stond voor iedereen klaar. Voor ons heeft hij veel werk verricht. Het was in die tijd dat iedereen een gordijnkap, zo’n sierrandje boven de gordijnen, wilde hebben. Die maakte hij dan, van vezelplaat. Met eigengemaakt gereedschap. Want een nieuwe schroevendraaier of een nieuwe hamer, dat was hem veel te duur. Maar hij had meer eigenaardigheden. De kleurentelevisie stond altijd op zwart-wit. Vond hij mooier.“

Van Opdorp is nog onder de indruk van het vakmanschap van Sekulski. „Hij kon echt alles. Timmeren, schilderen. Je moest hem zijn gang laten gaan. Als het even tegen zat, hoorde je dat vanzelf. Verdomski, klonk het dan. Maar was iemand bijvoorbeeld een sleutel kwijt, dan maakte hij gewoon een nieuwe. In ruil voor een klein doosje sigaren.“
Sekulski stierf, volkomen onverwacht, op 31 augustus 1979. „Tijdens de Jaarmarkt“, weet Van Opdorp. Zijn onafscheidelijk pijpje zou nooit meer branden. Oerlemans koestert de twee aanstekers die oom Waddy altijd gebruikte. „,Ook zelfgemaakt, natuurlijk. Van het koper van de munitie.“

top

 

Kiedy byłem pierwszy raz na cmentarzu- , to mi serce krwawiło - mówi Adrian Stopa, prezes działającego w Holandii Stowarzyszenia Pierwszej Polskiej Dywizji Pancernej Niderlandy. - Ja jestem syn Polaka, mam polską krew. Żołnierz to żołnierz, powinien mieć ładne, godne miejsce.

Stopa słabo mówi po polsku. Urodził się w Holan! dii. Jego ojciec służył w dywizji gen. Maczka. W 1945 r. poznał Holenderkę.

Adrian Stopa czuje się związany z Polską. Razem z żoną Polką szefują Stowarzyszeniu Pierwszej Polskiej Dywizji Pancernej Niderlandy. Tworzy je 100 osób, najczęściej rodziny żołnierzy. Od kilku lat próbują zainteresować polskie władze stanem niektórych grobów w Niemczech (chodzi o błędy lub brak nazwisk i imion poległych). Działaczy martwi, że żołnierze od Maczka przedstawiani są na cmentarzach jako żołnierze niemieccy. - Tylko w Niemczech mamy podobne problemy - mówi Adrian Stopa.


                  

Z honorami Wehrmachtu 
1. Dywizja Pancerna generała Maczka przeszła szlak z francuskiej Normandii, poprzez Belgię, Holandię i Niemcy. Tam właśnie - podczas działań wojennych i późniejszej dwuletniej okupacji - zginęło blisko 300 żołnierzy. Dzisiaj leżą w kilkudziesięciu miejscowościach Dolnej Saksonii. Dziennikarze " Rz" i Radia Zet odwiedzili kilka z nich.

Cmentarz w Thui! ne - cztery duże kwatery w lesie. Według planu przy wejściu n! a cmentarz jedna z nich jest polska. Ale polskie nazwiska widać także na innych kwaterach. Imiona na nagrobkach trudno odczytać. " Stanislaus" to zapewne Stanisław, a " Thadäus" - Tadeusz. Na płytach Polaków dziury po zerwanych niedawno krzyżach żelaznych. Część nagrobków występuje jako " unbekannters soldat" - nieznanego żołnierza. Na nich są krzyże żelazne - choć przecież nie wiadomo, czy pochowani są tam Polacy czy Niemcy.

Kolejny cmentarz - w Gross Fullen. Tutaj leży jeden maczkowiec - Leon Wojciechowski. I polscy cywile, robotnicy przymusowi, którzy po wojnie schronili się na terenach zajętych przez maczkowców. Część płyt jest bardzo zniszczona. Nazwiska ledwo widoczne. Odczytujemy jedno z imion - " Franziska".

Papenburg. Tutaj powinny być groby czterech żołnierzy. Zachował się jeden - strzelca Konrada Szyszkowskiego ps. Dębek. Znajduje się na końcu małego cmentarza katolickiego, w oddzielonej od reszty mogił kwaterze Wehrmachtu.

W poblisk! im Langholt na cmentarzu protestanckim też leży jeden maczkowiec. To starszy strzelec Zenon Stebner ps. Krupa. Leży w zbiorowej mogile żołnierzy Wehrmachtu jako niemiecki żołnierz. Żadnych śladów, że to Polak.

W Westerstede znajdujemy czterech żołnierzy Maczka, również w dużej kwaterze Wehrmachtu. Obok duża płyta z napisem - "Polegli na Wschodzie".

Wszyscy na jednym cmentarzu
Po wojnie dywizja przez dwa lata okupowała Niemcy. Potem wróciła do Anglii, gdzie została rozformowana. Żołnierze rozpierzchli się po świecie. W wielu krajach powstały koła maczkowców. A w Londynie - pod egidą Stowarzyszenia Polskich Kombatantów w Wielkiej Brytanii - ulokował się Związek Kół 1. Dywizji Pancernej. Jednak mało kto interesował się grobami.

Koła maczkowców do opieki nad nimi upoważniły Czesława Szewczyka, kombatanta i społecznika z Niemiec. Przez kilkadziesiąt lat jeździł po cmentarzach, robił dokumentację. Zmarł w tym roku. Ale sam ! niewiele wskórał. - I dowództwo dywizji zaniedbało po wojnie,! i kombatanci. Ja nie chcę szukać winnych, tylko to uporządkować - zapowiada Stopa.

Stopa zapalił się do pomysłu - już wcześniej lansowanego przez Szewczyka i część kombatantów - żeby stworzyć jedną nekropolię żołnierzy polskich w Niemczech. Nie tylko dla maczkowców, ale i innych formacji, np. akowców. - Te wszystkie źle oznakowane groby trzeba przenieść na jeden cmentarz. Umieścić w jednym miejscu. A jak gdzieś są już poprawione inskrypcje, to w miarę możliwości przenieść grób, zostawiając tam tablice pamięci - mówi Krystyna Stopa. - Jak spoczywają Niemcy w krajach, dla których byli wrogami? Pojechaliśmy na cmentarz Niemców w Holandii. 31 tys. Niemców, każdy ma krzyż, nazwisko. Dlaczego nie może być tak w Niemczech z Polakami? Wtedy lepiej można dbać o te groby.

Nie wiadomo, gdzie kto leży
O polskie miejsca pamięci dba Rada Ochrony Pamięci Walk i Męczeństwa Polskiego. Doskonale wie o sytuacji grobów maczkowców. Od kilku lat - od ! kiedy formalnie przejęła opiekę nad grobami - prowadzi program odnowy miejsc pochówku Polaków. Wiele z takich grobów jest już uporządkowanych. Zostały z nich zdjęte krzyże Wehrmachtu. Część mogił ma nowe oznakowanie. Jednak wiele - mimo wniosków przedstawicieli Rady sprzed ośmiu lat - nie zostało poprawionych.

- Program odnowy grobów prowadzimy od lat. To nie jest takie proste, wykonaliśmy już ogromną pracę, zebraliśmy w tym czasie dużo dokumentacji - mówi Andrzej Przewoźnik, sekretarz generalny ROPWiM: - Ale wszystkie sprawy musimy uzgadniać z poszczególnymi gminami niemieckimi. A na to potrzeba czasu, gminy różnie reagują, czasem na odpowiedzi czekamy lata. W ciągu trzech kolejnych lat powinniśmy uporządkować wszystkie mogiły.

Przewoźnik kategorycznie odrzuca pomysł utworzenia jednej nekropolii. Zna go od kilku lat i uważa, że m.in. ta koncepcja była jedną z przyczyn opóźnienia w porządkowaniu grobów. W 1998 r. rozmawiał o tym pomyśle z prezesem Związku ! Kół w Londynie. Prezes miał powiedzieć "nie".

- Na t! o jest już za późno. Sprawę zawaliło dowództwo dywizji, kombatanci. To trzeba było robić w latach 50., 60. Teraz jest to niemożliwe technicznie, bo po prostu nie zawsze wiemy, gdzie kto leży. Brakuje dokumentów - przekonuje Przewoźnik.

Pomoże armia
Tymczasem Stopowie do swojego pomysłu zachęcili już większość kół maczkowców na świecie - omijając przy tym prezesa londyńskiego Związku Kół Witolda Deimla. - Kilka lat temu opiekę na grobami przejęła Rada. Mój związek nie ma z grobami nic wspólnego - ucina Deimel.

Przyznaje jednak, że był przeciw budowie jednej nekropolii: - Teraz w każdym miejscu, gdzie spoczywa żołnierz dywizji, jest dowód jego obecności. A ekshumacja setek ludzi jest niewykonalna.

Stopowie znaleźli ważnego sprzymierzeńca. Generał Waldemar Skrzypczak od kilku miesięcy jest dowódcą wojsk lądowych, a przez ostatnie cztery lata dowodził 11. Dywizją Kawalerii Pancernej w Żaganiu. To kontynuatorka tradycji mac! zkowców. - Co roku do Belgii i Holandii jedzie delegacja dywizji. Zapalamy znicze, ale nie możemy objechać wszystkich cmentarzy - mówi " Rz" generał Skrzypczak.

Generał twierdzi, że chciałby uporządkować groby w Niemczech. - Jako były dowódca 11. Dywizji kilka razy próbowałem podjąć ten temat, występowałem do Rady Pamięci, ale nie dostałem odpowiedzi - mówi. - Powinna być nekropolia polskich żołnierzy, nie tylko Maczka, ale np. brygady Sosabowskiego. Jedna porządna nekropolia, żeby nie byli rozsiani po całych Niemczech, gdzie nie ma o nich kto pamiętać. To możliwe, tym bardziej że mamy bardzo dobre kontakty z armią niemiecką.

Generał zastrzega: - Nie jestem decydentem, ale Rada może w tej sprawie porozumieć się z szefem MON.


 

Wielu żołnierzy ze sławnej polskiej dywizji generała Stanisława Maczka, którzy zginęli w północno-zachodnich Niemczech, do dziś leży w kwaterach Wehrmachtu z napisami "Tym, którzy nie powrócili ze Wschodu". Do niedawna na nagrobnych płytach Polaków były charakterystyczne dla niemieckich mogił wojskowych żelazne krzyże. Rodziny kombatantów chcą stworzenia jednej nekropolii żołnierzy polskich w Niemczech. Nie tylko dla maczkowców, ale i innych formacji, np. żołnierzy AK.

Te wszystkie źle oznakowane groby trzeba przenieść na jeden cmentarz. Umieścić w jednym miejscu. A jak gdzieś są już poprawione inskrypcje, to w miarę możliwości przenieść grób, zostawiając tam tablice pamięci
 

 

 

 

Krystyna Stopa

top

  Last update: 19-02-2014  © Vereniging 1e Poolse pantserdivisie Nederland   Contact 76-5415041

Naar boven