Artikels - vereniging 1e poolse pantser divisie nederland

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Artikels

Vrij Nederland 0ktober 1988
Vanuit het kantoortje knikt-Kazemier Matejczyk na de werkplaats, waar zijn zoon en een andere monteur sleutelen aan een personenauto. Autobedrijf Matejczyk, niet enorm, maar groot genoeg om van te leven. En van de grond af opgebouwd. Sinds enige tijd doet hij het wat kalmer aan. Hij rijdt de omgeving af voor onderdelen. Als hij dan met zijn gedachten bij de weg zit, kan het gebeuren dat zijn blik toevallig over een 'plek van toen' glijdt. Dan dringen zich de beelden op van de eerste keer dat hij in Nederland binnenkwam: op 1 oktober 1944. Met onze Sherman-tank bevonden we ons op een landweggetje bij Baarle-Nassau, links en rechts greppels, de infanterie 10 m voor ons. In zo tank zat je met vijf man: een chauffeur, een reserve chauffeur, in radio-operator, een commandant en schutter-dat was ik. Plotseling werden de infanteristen voor ons weg gevaagd en zaten we bovenop de Duitsers, een handgranaat op afstand. Ze beschoten ons met hun mitrailleurs, de kogels ketste af, een splinter van de periscoop sloeg in het gezicht van onze commandant. Hij bloedde. Op het moment dat hij zijn hoofd uit de koepel stak om te zien wat er aan de hand was, klonk een nieuw salvo: een kogel ging dwars door zijn hoofd, een tweede was ook raak- hij was dood. Keren kon niet op de smalle weggetje, we reden 100 m achteruit, draaide er reden terug. We hebben hem eruit gehaald- de hele tank zat onder bloed- en begraven. Een andere tank reed naar voren. Nog geen 500 m van ons vandaan kregen ze een voltreffer: één dode en een die beide voeten kwijt was. Matejczyk was een van de 16.000 Poolse militairen die in juli 1944 in Normandië waren geland. Onder geallieerd opperbevel, maar toch als zelfstandige eerste Poolse pantserdivisie, met een eigen generaal aan het hoofd: Stanislaw Maczek.
Op de hoek van het Wilhelminapark in Breda, aan het begin van de generaal Maczekstraat, staat een oorlogsmonument: een metershoge zaal met daarbovenop twee vechtende adelaars. De een ligt op zijn rug, de vleugels naar beneden hangend; hij symboliseert de Duitsers. De ander heeft zijn klauwen in de buik van zijn tegensrever geplant; hij symboliseert de Polen. Op de sokkel staat: 'dank aan onze Poolse bevrijders 29 oktober 1944'. De Poolse erebegraafplaats ligt aan de Ettensebaan.
Hier liggen 180 leden van die Poolse pantserdivisie, de meesten gesneuveld in gevechten rond Baarle-Nassau en het Mark-Kanaal. Het kerkhof wordt gedomineerd door een grootkruis met de tekst 'Za Wsza I Nasza Wolnoc'- voor uw en onze vrijheid. Elk jaar op 29 oktober woorden hier kransen gelegd. Alle Grave dragen het embleem van de divisie: een adelaarsveer. Ooit droegen de huzaren van koning Jan Sobieski twee van zulke veren op hun rug. Toen de Osmanen in 1963 Wenen dreigde in te nemen, kwamen Sobieski en zijn calvarie aan galoppeert: het aantal veren veroorzaakten in huilend geluid dat zo angstaanjagend was, dat de sultan een koliek kreeg en de aftocht blies. Sobiekie maakte rechtsomkeert naar Polen. Precies zo was de pantserdivisie in 1944 van zins de Duitsers te verjagen en naar Polen terug te gaan. Matejczyk: ,De wereldpolitiek heeft het niet gewild'. Na de bevrijding van het Zuiden volgde het debâcle van Arnhem. De geallieerden maakten een half jaar pas op de plaats. De Poolse soldaten werden ingekwartierd in Breda en de dorpen rondom. Velen van hen raakte in die maanden bevriend met Nederlanders of werden verliefd op een meisje. Toen Duitsland op 5 mei 1945 capituleerde, hadden ze Polen niet zelf kunnen bevrijden- dat hadden de Russen gedaan. Een meerderheid van de Polen inmiddels (oud-strijders) vestigde zich in het westen. Ruim 200 in Breda en omgeving. Ze trouwden en kregen kinderen. Ze hadden een zwerftocht van duizenden zoniet tienduizenden kilometers achter de rug. Nu bouwden ze hier aan een bestaan op en werden zo gaandeweg Nederlanders.

Op 1 september 1939 vallen anderhalf miljoen miljoen Duitse soldaten Polen binnen over drie fronten tegelijk: vanaf het Duitse Rijk in het westen, Oost-Pruisen in het noorden en Slowakije in het zuiden. Ze openden met een massale luchtaanval; al op de eerste dag waren de meeste Poolse vliegvelden platgegooid en waren de eerste linies van de regimenten die op hen hadden staan wachten gedecimeerd. Dit maakte de weg vrij voor 2700 tanks; op 3 september worden Noord West Polen en Czestochowa onder de voet gelopen, op 14 september was Warschau omsingeld.Tegenover de Duitse overmacht stonden aan Poolse zijde een paar 100 tanks opgesteld van het lichte en half zware type, voorts de nodige infanterie en calvalerie-ruiters te paard, gewapend met sabel en lans. Ulanen werden ze genoemd. Als het erop aankwam schroken deze Ulanen niet terug voor charges op Duitse tanks.    

In 1937 had Zdzislaw Sosinski, een andere poster die uiteindelijk in Breda terecht zou komen, zijn studie aan de polytechnische school van Warschau onderbroken voor de militaire dienst. Hij was toen 20 jaar. In 1939 lag hij aan het Oost Pruisische front, als jongste officier in het 10e jagers regiment- Ulaan. 'Zelf heb ik geen chages op Duitse tanks uitgevoerd', zegt hij nu. We begrepen al gauw dat het onbegonnen werk was. Wel hebben we nog zo goed mogelijk gevochten als infanterie. In kleine groepjes hebben we ons verschanst in de bossen en geprobeerd de Duitsers het leven zo zuur mogelijk te maken. Begin oktober kregen ze me te pakken en werd ik een van hun ruim 400.000 krijgsgevangenen'. 'Houdt het twee weken vol', hadden de Britse en Franse geallieerden gezegd, 'daarna zullen wij het Duitse Rijk aanvallen in het Westen'.
Inderdaad hadden ze Duitsland op 3 september de oorlog verklaard, maar toen Polen het 14 dagen had volgehouden en Warschau in dood was, gebeurde er niets, behalve dat Engelse vliegeniers,strooi biljetten uitwierpen boven Duits grondgebied, waarin de bevolking werd gemaand een einde te maken aan de oorlog. Polen zou het op eigen kracht bijna vijf weken volhouden.

Niet alleen de Polen wachtte dagelijks in inspanning op het grote nieuws uit het westen: ook de Russen. Tot de 16e september wachtte Stalin, toen besloot hij zelf  te gaan. De volgende dag trok het rode leger Polen binnen. Niet om te helpen, zoals nog werd gedacht door mensen die niet op de hoogte waren van het geheime Duits Russische pact: op 22 augustus 1939 hadden Duitsland en de Sovjet-Unie al afgesproken dat ze Polen eerlijk zouden delen. De Poolse president Ignacy Moscicki en zijn regering verlieten diezelfde dag nog Polen om hun heil te zoeken in het bevriende Roemenië. Een dag later volgt de opperbevelhebber's Smigly Rydz met zijn generale staf. Die vriendschap had iets waard kunnen zijn, als Roemenië machtig was geweest en rijk. Maar het was straatarm en doodsbang, voor de Russen die het hadden voorzien op Bessarrabië en voor de Duitsers die aasden op de olievelden van Ploesti. Tot hun ontzetting werden Moscicki en de zijnen in Roemenië geïnterneerd en veroordeeld tot tijdelijk toezien hoe 200 km verderop hun mensen in de pan werden gehakt. Nu haast alles was verprutst, schreef Smigly Rydz voor de laatste keer een bevel uit, een opdracht aan generaal Tokarzewski in Warschau, om uit de openbaarheid te verdwijnen en met de opbouw te beginnen van een ondergrondse beweging.

 

Foto rechts: Oud-strijders in hun café ,,Huis van Negotie'',vlnr.Adamcek,Bronowski,Salewicz en Nowinski.

Kazimierz Matejczyk in zijn garage in Dongen. Tadeusz Koziol en Willy Koziol van der Zanden in de kapsalon in Breda. Zdislaw Sosinski in zijn studeerkamer in Breda. Echtpaar Stanislaw en Janne Przespolewski-Prisse in Ulvenhout. Wincenty Spiewakowski in zijn studeerkamer in Delft. Poolse oud-strijders bij een voetbal toernooi in Breda. Poolse militairen bij de bevrijding van Breda.


 
    Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland  © 2002-2019                                                                                  Website X5 Evolution 12
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu