Vereniging 1e Poolse pantserdivisie Nederland      

Terug

Het Ignatius ziekenhuis in oorlog gewoel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het duidt op vertier, op leven, op economische mogelijkheden. Zij is er, die hoogconjunctuur. Maar zij verwekt geen blij geluid. Want er is slechts de hoogconjunctuur van den oorlog, van 't ziekenhuis... . Het ligt er als een oase in deze chaotische wereld. Het ligt er ondanks de groote bedrijvigheid van zijn minitieus functionneerend apparaat, stil en in haast serene rust. Er zijn honderden voetstappen, maar zij zijn gedempt. Er zijn tientallen geluiden, maar zij worden tot ťťn gefluister. Er is dag in dag uit strijd, maar een strijd, die stil is en verheven. De strijd van de medische wetenschap tegen den dood. De strijd tusschen het leven en den dood zelf. De strijd, die er elken dag is,oorlog of vrede. In de groote vleugels, in de ruime zalen, In de lange gangen hangt die penetrante, ondefinieerbare lucht, die even beklemt, die onmiddelijk zegt waar ge zijt en u tot stilte dwingt. De zalen en kamers, zij kennen de vreugde en de blijdschap om het leven, het leed en de droefheid om den dood. Zij kennen alle tragiek van het lijden, alle phasen van den strijd tusschen leven en dood, een strijd, die vaak geweldiger, indrukwekkender en nobeler is dan die op het slagveld.

Hoe reageerde het ziekenhuis op den oorlog?

Hoogconjunctuur....

Het Sint Ignatiusziekenhuis te Breda kende die hoogconjunctuur trouwens als vůůr den oorlog. De mobilisatie bracht het een contingent militairen, zoodat er doorloopend een 60-tal patiŽnten boven normaal was. Zalen en kamers waren gevuld. De bedden bezet. Elke dag eischte de dokteren en verpleegsters op in hun nobel beroep. Dat gebeurt nog. Er is misschien ťťn variant: bij de stille strijders om het leven voegden zich de strijders, die het donderend en beukend geweld van den oorlog kenden en er zelf door werden neergeveld: Nederlanders, Franschen, Duitschers, Belgen.... Het eerste Bredasche contact met Mars bracht verschillende Fransche gewonden in het ziekenhuis.  Er volgden Nederlanders, Duitschers. En tenslotte kwam de ramp bij Willemstad. Vele Vlaamsche strijders, Leopolds zonen, werden binnengedragen. Met de stijging van het militaire patiŽntental ontstond er een laagconjunctuur voor de burgerpatiŽnten. Want tengevolge van verschillende omstandigheden - we denken bv. aan de moeilijke vervoersregelingen - blijven tal van patiŽnten op het platteland verpleegd. Eťn gebeurtenis was er, die een ommekeer dreigde te brengen in Sint Ignatius. Die de stilte en rust deed omslaan in angst en nerveuze spanning: de Bredasche evacuatie, die tot een vlucht werd.

Een bom sloeg in.

De avond voor Pinksteren: Met donderend geraas sloeg een bom in bij den singel. Vrijwel alle ruiten aan den voorgevel  en vele elders, begaven het. Van alle kanten stroomde men het ziekenhuis binnen. Dat dreigde verkeerde gevolgen te hebben voor de eigen bewoners, voor de patŽnten, die in de schuilkelders waren ondergebracht. Met medewerking van dr. Wijnbrands als Ned. officier van Gezondheid, wist de directeur van het ziekenhuis de binnengevluchten te bewegen om naar den voor hen bestemden schuilkelder onder het nieuwe postkantoor te gaan. Op den 1sten Pinksterdag komt de mededeeling van de evacuatie. Maar hoe? Er zijn geen autos meer beschikbaar - ze zijn nagenoeg alle door de militairen meegenomen - en in den loop van den dag blijkt er geen enkele instantie meer aanwezig, die hulp bieden kan. Zoo verbleef de directeur van het ziekenhuis, dr. Klein Swormink, met een vol ziekenhuis te Breda. Deze zat nog met het vraagstuk der ouden van dagen, die o.m. ook in de Leuvenaarstraat een verblijfplaats gezocht hadden. Er waren geen autos, er was niemand meer en toen werd het een mooie en nobele prestatie van den B.B.A.-employť van Gils en zuster Van der Meiden, die keer op keer een autobus vol met ouden van dagen door de vuurlinie heen naar Achtmaal wisten te vervoeren.

Steeds benauwender.

Het werd in den grooten schuilkelder van Ignatius, waar 400 personen bijeengebracht waren - w.o.vele ernstige zieken en gewonden, ouden van dagen, enz. - steeds benauwender op dien 1sten Pinksterdag. De geestestoestand van verschillenden kreeg een harden knauw. De electriciteitsvoorziening was afgebroken, er was geen stroomend water meer, geen gas, opereeren bleek niet meer mogelijk. Er ontstond bij velen een toestand van groote depressie, en zoo werd er steeds meer druk uitgeoefend op de leiding om te evacueeren. Dat noopte den directeur stappen te ondernemen bij den Franschen commandant. Maar ook nu was het: hoe? Hier bracht een hospitaalsoldaat-chauffeur, Dirk van den Marel, met zijn auto uitkomst. Met hem en de Roode Kruis-helpsters, de zusters van Mierlo en Rouppe van der Voort, werd door de gevaarlijke zone naar den Franschen commandant getrokken. Er werd belet aangevraagd, doch dr. Klein Swormink kreeg te hooren op zijn vraag om te evacueeren: "C'est impossible." Zoo keerde men onverrichterzake terug en ging de Ignatius-gemeenschap in den kelder 'n benauwenden nacht tegemoet. Op den Tweeden Pinksterdag ging dr. Klein Swormink er weer op uit. Hij constateerde, dat het aantal Franschen verminderde en telefonische inlichtingen bij collegas buiten Breda versterkten zijn meening, dat de Duitschers reeds heel nabij waren. Hij wachtte op een eerste contact met de Duitschers. Ondertusschen deed zich nog een tragisch geval voor. De monteur v. d. Muizenberg verliet den kelder om eens te gaan kijken hoe het bij hem thuis gesteld was. Toen hij niet terugkeerde ging een zoon kijken waar vader bleef. Hij vond hem in de Ceresstraat. Verpleegsters gingen er op uit. Tevergeefs! De man was als slachtoffer gevallen bij een straatgevecht. Ondertusschen zat de directeur nog met 'n belangrijk vraagstuk. Er waren bij hem in 't ziekenhuis militairen van drie verschillende nationaliteiten. MŤt hun wapens. In verband met het contact met de Duitsche leiders leek het hem daarom gewenscht eerst die wapens te doen innemen en op te bergen.

Contact met de Duitschers

Daarna ging men op zoek naar het Duitsche commando. Een der eersten, die dr. Klein Swormink ontmoette, was zijn Collega dr. Struycken Sr., die reeds door de vuurlinie heengetrokken was. Hij vernam van hem, dat de Duitsche commandant Graaf Sponeck, in Hotel Mastbosch vertoefde.Aan dezen werd de hachelijke situatie van de Ignatiusbewoners uiteengezet. "Ik heb niets", aldus dr. Klein Swormink, "geen electriciteit, geen gas, geen water." Daarin kon ook het Duitsche commando niet onmiddellijk voorzien, maar alle medewerking werd toegezegd. De gevluchten in het Gasthuis aan den Haagdijk mochten in hun huizen terugkeeren, maar ten aanzien van de geevacueerden naar Achtmaal moest men nog geduld hebben. Een Hauptmann vergezelde den directeur naar het ziekenhuis om de wapens in ontvangst te nemen en ten bewijze, dat men alle medewerking wilde verleenen aan de bevolking van het ziekenhuis, werden er ook onmiddellijk door toedoen van de Duitsche weermacht bussen met melk afgegeven.Zoo ging men den nacht minder benauwend en meer hoopvol in. Op Dinsdag na Pinksteren herademde men. De toestand werd langzamerhand meer normaal. Door toedoen van ir. Leeuwenberg en zijn staf personeel kreeg men spoedig weer toevoer van gas, electriciteit en water.

De rust keerde weer.

Het medische apparaat kon weer even minutieus functionneeren als voorheen. De Ignatiusbevolking dankt den geneesheer-directeur van het ziekenhuis en zijn helpsters, dat zij voor veel leed gespaard gebleven zijn.

Bron: Dagblad van Noordbrabant en Zeeland

Nieuws uit de stad Breda : 1940


Heldenmoed van een gewonde

Per draagbaar naar een landmijn in de omgeving van het Ziekenhuis in Breda.

In ons eerste stukje over het regelmatige bezoek, dat een onzer lezers in de voorbije maanden bracht aan de drie Bredasche ziekenhuizen, waar vele gewonde militairen werden verpleegd, hebben wij al terloops gewezen op het heldhaftig optreden van een der in het St. Ignatiusziekenhuis verpleegde soldaten. Dit betrof Cor de Jager uit Scheveningen, die, ingedeeld bij de verkenners, op den eersten oorlogsdag in den voormiddag zeer zwaar werd gewond. Wij deelden reeds mede, dat hij 9 mitrailleurkogels in het bovenbeen kreeg, kogels in het onderbeen, dat tevens gebroken werd, een bekkenfractuur en op verschillende plaatsen ernstige vleeschverwondingen tengevolge van granaatscherven. Geruimen tijd is Cor de Jager, ter plaatse waar hij getroffen werd, blijven liggen. Geheel alleen. Door bloedverlies geraakte hij buiten bewustzijn, maar later kwam hij weer bij. Eenige uren later passeerde een boer, wien hij vroeg om hulp te gaan halen. De man durfde echter niet. In den namiddag vonden de Nederlandsche Roode Kruissoldaten den gewonden Cor de Jager. Zij legden hem op een kruiwagen, om hem naar Breda te brengen. Gelukkig passeerde een melkauto, die door de soldaten werd aangehouden en waarop de gewonde gelegd werd. Zoo kwwam hij tegen den avond in het St. Ignatiusziekenhuis. Onmiddellijk werden daar rŲntgenfotos gemaakt. terwijl de Jager even later naar de operatiezaal vervoerd werd.

 Bewusteloos.

Uitgeput door pijn en bloedverlies geraakte hij bewusteloos. Daarom werd bloedtransfusie toegepast, hetgeen later nog eenige malen geschiedde. De gewonde bleef echter bewusteloostot des Dinsdags. Toen kwam hij bij. Op dienzelfden dag werd er een Fransche landmijn ontdekt op een weg in de omgeving van het ziekenhuis.De aanwezigheid van dat apparaat in de onmiddellijke omgeving van het ziekenhuis was niet zonder gevaar.Daarom werd er in het ziekenhuis gevraagd of er onder de velen iemand was die zoo'n mijn kon demonteeren."Dat kan ik wel", zoo sprak de inmiddels weer tot bewustzijn gekomen Cor de Jager, "breng mij er maar naar toe".Dat gebeurde. De dokter en eenige Duitsche militairen trokken mee.De landmijn werd bij Cor de Jager op de draagbaar gelegd, waarmee de laatste naar de gevaarlijke plek was vervoerd.Cor bekeek het ding goed en vertelde daarop hoe het ding moest gedemonteerd worden.  De dokter vertaalde zijn mededeelingen in het Duitsch, waarop een der Duitsche militairen de demontage verrichtte. Er bleken later nog meer mijnen op den weg te liggen. Zij werden opgegraven en ook gedemonteerd. Door zijn moedig optreden heeft Cor de Jager een mogelijk onheil van het ziekenhuis en de vele daarin verpleegde zieken en gewonden afgewend. Zelf vond Cor in dat optreden niets heldhaftigs. Hij is zeer bescheiden. Al gedurende een maand had onze zegsman hem in het ziekenhuis bezocht, maar nog nooit had hij hem iets over dat feit verteld. Die hoorde dat pas later van anderen. In September is de Jager naar het ziekenhuis te Scheveningen vervoerd, omdat daar ook zijn ouders wonen. Hij maakt het er thans goed en in zijn laatsten brief aan onzen zegsman deelde hij mede, dat hij al aardig kon loopen.Ja we hebben in ons land knappe doktoren en "door de zorgvolle verpleging ziet men in de ziekenhuizen vaak wonderen van herstel gebeuren.... Geleidelijk aan zijn de gewonde militairen uit de ziekenhuizen vertrokken. Nederlanders, Belgen, Franschen. Thans zijn alle Nederlandsche militairen naar huis teruggekeerd. Nog eenige Belgen en Franschen zijn. overgebleven, doch zij staan op het pun.t van vertrek of zijn misschien reeds vertrokken. Onder die buitenlandsche militairen zijn erbij, die, na 3 ŗ 4 maanden zonder eenig bericht van hun familie geweest te zijn, nadien regelmatig met haar hebben kunnen corespondeeren. Er waren er echter ook, die in 8, ja zelfs in 10 maanden nog niets van hun verwanten hadden gehoord. Men kan begrijpen hoelang zij reeds hunkerend hebben uitgezien naar het oogenblik van vertrek, dat het hun misschien mogelijk zal maken hun gezinnen, hun huis en hun bekenden terug te zien. Onder de Fransche gewonden waren er uit Noord-, Zuid- en Midden Frankrijk, uit NormandiŽ, uit Bordeaux, ja zelfs een uit de streek der PyreneeŽn.

De meesten van hen hadden hun verwondingen opgeloopen op Zondag den 12den Mei nabij Ginneken. Op een vraag van onzen zegsman aan een dezer waar hij gewond was,antwoordde hij: "Tusschen NormandiŽ en Breda"  Het was een vooruit- en achteruittrekken geweest, een naar links en dan weer naar rechts gaan, Frankrijk door, BelgiŽ door en tenslotte ons land in, waar het oorlogsgeweld hem te Glnneken een halt toeriep.

Thans zijn vrijwel allen naar huis teruggekeerd. Zij zullen bittere en pijnlijke herinneringen meenemen van den krijg, die henzelf en hun land zoo zwaar teisterde, maar zij zullen toch zeker ook dankbaar  terugdenken aan de goede zorgen, die er door doktoren en verpleegsters in het Nederlandsche ziekenhuis aan hen werden besteed en aan de hartelijkheid, waarmee zoovele Bredasche dames en heeren hen in de moeilijke dagen van hun ziekte hebben omringd.

 

Bron: Dagblad voor Noordbrabant en Zeeland,

zaterdag 30 november 1940

  Laatst bijgewerkt: 21-02-2014  © Vereniging 1e Poolse pantserdivisie Nederland   Contact 76-5415041

Naar boven