Interview - vereniging 1e poolse pantser divisie nederland

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Interview

INTERVIEW MARIAN SLOWINSKI

Bevrijder van Breda (99 jaar): ‘Angst stond niet in ons woordenboek’

De Poolse 1ste pantserdivisie werd bevrijd. Marian Slowinski (99), de oudste nog levende Poolse veteraan die toen meevocht, hoopt de viering te kunnen bijwonen. Want ‘in Breda wonen de aardigste mensen ter wereld’.

De Volkskrant Iris Koppe 8 april 2019

De gemeente Breda is al druk bezig met de voorbereidingen om de Poolse bevrijders dit najaar in het zonnetje te zetten. ‘We gaan het dit jaar groter aanpakken dan andere jaren,’ zegt wethouder Marianne de Bie, die cultureel erfgoed in portefeuille heeft. ‘Om hen de erkenning te geven voor wat zij voor de bevrijding van de stad hebben gedaan. En natuurlijk zullen we ook stil staan bij het feit dat de Polen zelf nog heel lang moesten wachten op hun eigen bevrijding.’

Al jaren wordt er gepraat over een Generaal Maczek Memorial bij het Pools militair ereveld in Breda. Als het aan de gemeente ligt moet die gedenkplaats voor de officiële herdenking in oktober af zijn. Met de financiering is men al jaren bezig volgens Willem Krzeszewski (63), werkzaam bij de stichting Generaal Maczek Memorial, ‘maar het is nog steeds niet rond’. Dit komt volgens Krzeszewski omdat het Poolse verhaal zo lang niet verteld kon worden. ‘De Poolse strijders konden pas na 1989, toen ze eindelijk hun land terugkregen, vertellen wat ze hadden gedaan. Door die stilte was er ook in Nederland weinig bekend over deze groep.’


(Marian Slowinski, veteraan van de Tweede Wereld Oorlog en zijn vrouw, ook veteraan, in hun apartement in Warschau. Beeld Marlena Waldthausen)

Polen en Nederlanders hadden het na de bevrijding erg met elkaar naar hun zin, en daar kan Willem Krzeszewski (63) over mee praten:  hij is het product van die liefde. ‘Mijn vader was één van die Poolse strijders. Hij ontmoette mijn moeder toen hij hier ingekwartierd was.’ Van alle Polen die meevochten tegen de Duitsers bleven er naar schatting zo’n 400 hangen in Nederland. ‘Nog steeds zie je in en rond Breda relatief veel mensen met Poolse achternamen,’ zegt Krzeszewski. ‘En na de oorlog verschenen er ook Poolse winkels in de stad, zoals een opticien en een horlogezaak. Die zijn er nog steeds.’

Een jaar vol herdenkingen en vieringen
In de slecht verlichte gang, op de zesde verdieping van een flat in Brodno, een wijk in Noordoost-Warschau, staat Marian Slowinski. Hij is klein, zo’n 1 meter 60, heeft een grote bril en een baret op zijn hoofd. Met 99 is hij de oudste nog levende Poolse veteraan die in 1944 meevocht om Breda van de Duitse bezetting te bevrijden. Hij kijkt verwachtingsvol naar de lift. Zo vaak krijgt hij geen bezoek. En zeker niet uit Nederland, de plek waaraan hij goede herinneringen heeft. Het jasje met medailles draagt hij vaker, maar ze zijn speciaal voor vandaag nog eens opgepoetst.

In zijn kielzog staat Józefa Slowinska, zijn vrouw. Ze is 95 en kijkt nieuwsgierig over zijn schouder mee. De twee zijn op hun paasbest gekleed. Op de kleine salontafel in de woonkamer staat – naast een ingelijste foto van Willem-Alexander en Máxima – een grote schaal vol zoetigheden. Voor Slowinski, geboren in 1919 in de Poolse stad Inowrocław, is dit het eerste interview dat hij zal geven aan de vooravond van een jaar vol herdenkingen en vieringen.





                  
         (Het portret staat in zijn slaap/woonkamer op de tafel. Beeld Marlena Waldthausen)

Op 29 oktober 2019 is het 75 jaar geleden dat Breda door de Poolse 1ste pantserdivisie werd bevrijd. Dat er met de geallieerden 250 duizend Poolse militairen meevochten is niet heel bekend: de Polen vormen een vergeten groep in de geschiedenisboeken. Maar in Breda zijn ze Slowinski niet vergeten. Hij heeft al een uitnodiging gekregen voor de officiële jubileumviering. Of de veteraan, die onder generaal Stanisław Maczek diende, naar Nederland kan afreizen is nog onduidelijk. Hoewel hij nog erg bij de pinken is, wordt hij snel moe. Zijn dagen brengt hij voornamelijk binnen door met zijn vrouw. Ze eten en kletsen wat, schaken op een elektrisch schaakbord en doen hazenslaapjes.

Maar áls zijn gezondheid het toelaat, dan is hij overal bij dit jaar. ‘In Breda wonen de aardigste mensen ter wereld’, zegt Slowinski glunderend vanuit zijn vaste stoel in de woonkamer. ‘En de inwoners daar hebben ook mijn leven gered.’ Zijn leven gered? Dat klinkt vreemd uit de mond van iemand die zelf onder hevig vuur de Brabantse stad introk. ‘Mijn tank raakte te water in een van de grachten in Breda’, zegt Slowinski. ‘We konden er maar moeilijk uit komen.’ Omwonenden, die gealarmeerd door het geluid naar buiten waren gekomen, hielpen Slowinski en zijn compagnon op de kade. ‘Ze gaven me een handdoek, droge kleding en eten en drinken. Daarna heb ik met sommigen vriendschappen voor het leven gesloten.’

Slowinski had al aardig wat van Europa gezien voor hij in Breda belandde. Als twintiger doorliep hij een militaire school in de Poolse stad Konin en werkte als instructeur van het leger in Rzeszow. Toen de oorlog uitbrak werd hij geëvacueerd naar Hongarije. Tot april 1940 zat hij in een Hongaars interneringskamp in Ersekujvar, vanwaaruit het hem lukte te ontsnappen naar Frankrijk. Daar werd hij bij het Poolse leger ingedeeld. Slowinski onderging een antitanktraining en nam deel aan de veldslagen bij Verdun onder Frans bevel.

‘Met een Pools schip vertrok ik daarna naar Groot-Brittannië’, zegt Slowinski. ‘Daar gingen we ons voorbereiden op de invasie in Normandië.’ Tot 1944 was hij gestationeerd in Liverpool, Crawford en Dundee. ‘Ik ben geen enkel moment bang geweest tijdens onze opmars vanuit Normandië’, zegt Slowinski, waarbij België en Nederland werden bevrijd. ‘Het woord angst stond niet in ons woordenboek.’


(Flatgebouw in Warschau waar Marian Slowinski met zijn vrouw woont. Beeld Marlena Waldthausen)

Tijdens de voorbereidingen in Dundee had generaal Maczek zijn strijders verboden om nog langer met de vrouwen in de buurt om te gaan. Hij vond al het geflirt veel te gortig. ‘Wij kusten de Schotse meisjes allemaal op de hand,’ lacht Slowinski. ‘Zo zijn wij Polen.’ Na de bevrijding van Zuid-Nederland werd het verbod weer opgeheven. Slowinski: ‘Toen gingen we lekker naar het zwembad, met meiden uit Oosterhout, Breda en Dongen. Het was een geweldige tijd.’

Vijf maanden lang verbleef de divisie in Breda en omgeving om de frontlijn langs de Maas te bewaken. ‘In winkeletalages in Breda zag ik op rood-witte bordjes ‘dziekujemy wam polacy’ (‘Wij danken de Polen’)’, zegt Slowinski. ‘Generaal Maczek en wij militairen werden tot ereburgers van Breda uitgeroepen.’ Jaren later drukte Willem-Alexander, als hij net koning is geworden, alle ‘Maczek-veteranen’ persoonlijk de hand. Niet alleen vanwege de bevrijding, maar ook omdat de Polen Breda ‘zo netjes’ in handen hebben weten te krijgen, zonder veel schade aan de stad en zonder burgerslachtoffers. Slowinski: ‘We mochten van generaal Maczek niet met onze tanks schieten in de bebouwde kom. Want dan zouden de ramen van de huizen eruit vliegen. Dus dat deden we niet.’

Een bittere pil
Dat de Polen na de oorlog in Nederland bleven was niet alleen omdat ze dat wilden. Ze konden ook moeilijk terug: hun eigen land was niet bevrijd. Tijdens de conferentie van Jalta in 1945 hadden Roosevelt, Churchill en Stalin Europa verdeeld. Polen, hoewel een actieve bondgenoot van het Westen bij de vredesbesprekingen, werd aan Stalin geofferd. De ogen van Slowinski worden dof als dit ter sprake komt. ‘Ik weet nog dat ik dit nieuws hoorde. We stonden buiten, met onze ellebogen op de tank, onze handen ondersteunden ons hoofd. We keken elkaar aan: wat nu, vroegen we ons af. Wat nu? Het was heel verdrietig.’

Het Poolse verzetsleger, dat bestond uit 50 duizend mannen en vrouwen, was bij de tweede Opstand van Warschau in 1944 ook al niet geholpen door het Westen. En terwijl het Russische Rode Leger vlak buiten de stad afwachtend toekeek, brachten de Duitsers 18 duizend opstandelingen en 150 duizend burgers om het leven. De vrouw van Slowinski, die hij op dat moment nog niet kende, vocht mee tijdens deze Opstand. Józefa Slowinska verloor er al haar vrienden. Polen kwam onder Russische invloedssfeer. Slowinska werd gevangengenomen en verdween voor zes jaar achter de tralies. Graag praat ze daar niet over.

‘Het was een vreselijk moeilijke tijd’, zegt ze terwijl ze met een klein spiegeltje in haar hand haar make-up aan het bijwerken is. ‘Ik wil er niet aan herinnerd worden. Bovendien moet ik zo nog mooi op de foto.’ Haar man vervolgt: ‘Churchill had ons weggegeven aan Stalin. Blijkbaar hield het Westen niet van ons.’

Voor Slowinski, die dacht dat hij na de bevrijding van Nederland zou doorstoten om zijn eigen land te bevrijden, was het allemaal een bittere pil: verder dan Wilhelmshaven in Duitsland kwamen ze niet. Hij had makkelijk in Breda kunnen blijven, vertelt hij. Maar omdat zijn vader ziek was ging hij in 1947 toch terug naar Polen. ‘Mijn beste vriend bleef wel in Nederland, die heeft daar een vrouw uit Breda getrouwd.’ In Warschau kon Slowinski jarenlang geen werk vinden. Omdat hij met de geallieerden mee had gevochten, was hij verdacht in het door de Sovjet-Unie bezette Polen. ‘Over mijn verleden kon ik niet praten. Het was de ergste periode uit mijn leven.’

Zijn vrouw zucht. Ze vindt het onderwerp zichtbaar moeilijk. De twee veteranen leven van een oorlogspensioen, maar dat was tot de val van de Sovjet-Unie wel anders. Ze konden moeilijk de eindjes aan elkaar knopen.

Officiële erkenning
Een toevallige ontmoeting tijdens een bokswedstrijd in 1959, waar Slowinski in het publiek zat, leverde hem in ieder geval een klein baantje op. ‘Ik hoorde andere bezoekers in het Engels praten. Het accent kwam me bekend voor, dus ik ben op ze afgestapt.’ De mannen kwamen uit Canada. Slowinski: ‘We bleken op een bepaald moment in hetzelfde leger te hebben gezeten. We hebben uren met elkaar gesproken.’ Via de mannen kreeg Slowinski een baantje op de Canadese ambassade in Warschau. Hij werkte er als chauffeur en later als hoofd van de administratieve afdeling. In 1984 ging hij met pensioen.

Pas na de omwenteling in 1989 werd Slowinski officieel erkend als Held van de 1ste Poolse Pantserdivisie. Eindelijk konden hij en zijn vrouw openlijk praten over wat ze in de oorlog hadden meegemaakt. En dat doet Marian Slowinski sindsdien in ieder geval maar al te graag. Contact met andere veteranen heeft hij ook geregeld. ‘Binnenkort komen we weer bij elkaar. Op mijn 100ste verjaardag, in mei. Daar kijk ik erg naar uit. En hopelijk kan ik in oktober naar Breda.’
 
    Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland  © 2002-2019                                                                                  Website X5 Evolution 12
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu