Jaargang 2002 - vereniging 1e poolse pantser divisie nederland

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Jaargang 2002

De vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland.

Deze bestaat vanaf mei 2002. In het bestuur zijn actief de kinderen van de Poolse oud-strijders en mensen die met hun werk duidelijk, aanzienlijk en positieve activiteiten van deze vereniging steunen. Het doel van deze vereniging is o.a. het behouden van de herinnering aan de 1e Poolse Pantserdivisie en zorgdragen voor het voortzetten van herdenkingen voor de gevallen Poolse militairen tijdens de bevrijding van Nederland in samenwerking met organisaties ter plaatse.
De Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland, gaat elk jaar de herdenkingsceremonies op het Poolse Militaire Ereveld te Oosterhout en in Breda aan de Ettensebaan organiseren, waar de gevallen Poolse militairen tijdens de bevrijding van Breda en omgeving en generaal Stanis.aw Maczek rusten. Ze zijn ook aanwezig bij verschillende herdenkingen in Nederland en het buitenland b.v. Polen.

De naam 'Majkowski' kent iedereen in Emmen

Jozef 'Joop' Szczepan Majkowski en zijn broer Brunoslaw (Bruno) moeten als Poolse tieners in Normandië bunkers bouwen. Ze worden in 1944 bevrijd en melden zich aan bij het Poolse onderdeel van het Canadese leger. Ze zijn bij de bevrijding van Drenthe en blijven na de oorlog in Emmen wonen. Bruno (foto onder) wordt elektromonteur, Jozef (boven) horlogemaker. Jozef: 'Bij de gevechten rond het dorpje Axel, in Zeeuws-Vlaanderen, waren 26 jongens gesneuveld. Ik had geluk gehad. Een paar dagen later, bij de opmars naar Breda, was het alsnog raak. M'n hele rug vol granaatscherven en dacht opgelucht: voor mij is nu de oorlog afgelopen. Maar met Pasen 1945 was ik terug bij mijn divisie. De bevrijding van Drenthe was nogal makkelijk. De Duitsers waren al gevlucht. We reden gewoon van dorp naar dorp. De week voor de capitulatie ben ik bij de laatste gevechten voor de tweede keer gewond geraakt. Ik was een pechvogel.'

'Ik kon wel terug, maar ik wilde niet meer. Zelfs mijn vader schreef: 'Jozef, blijf daar, het is beter voor je'. Wie niet terugging, raakte de Poolse nationaliteit kwijt. Je moest dus echt kiezen. Dat klinkt dramatisch, maar ik was jong, en bovendien heb ik me altijd makkelijk aangepast aan de omstandigheden. Ik red me overal wel. Het was geen moeilijke keuze. Bijna alle jongens uit mijn groep zijn in Nederland terechtgekomen. Nederlandse bedrijven boden ons banen aan. Ik ging in december 1946 naar Emmen, want daar vroegen ze een horlogemaker, mijn vak'.

'Spijt heb ik nooit gehad. Het is me goed gegaan in Emmen. Ik leerde er mijn vrouw kennen, we hebben twee kinderen gekregen en hebben samen een grote juwelierszaak opgebouwd. De naam 'Majkowski' kent iedereen in Emmen. Mijn geboortedorp heb ik pas twaalf jaar na de bevrijding voor het eerst weer teruggezien. Ik kreeg steeds geen visum van de Poolse ambassade, en toen ik eindelijk toestemming had, leefde mijn moeder al niet meer. Ik heb haar nooit meer gezien. De oorlog heeft me verscheurd: als ik in Nederland ben, mis ik Polen en als ik in Polen ben, mis ik Nederland. Ik denk Nederlands, na al die jaren. Ik erger me aan wat er van mijn geboorteland is geworden. Maar zo is het nu eenmaal. Ieder heeft zijn lot en het mijne was zo slecht nog niet.' Jozef (79) overlijdt in 2002 in Emmen. De winkel wordt Jan ten Hoor Juweliers.

Maczek behoedde Breda voor grote vernielingen

Vrijdag 13 december 2002 - BREDA - Generaal Stanislaw Maczek, die Breda bevrijdde in oktober 1944, vond vijftig jaar later zijn laatste rustplaats aan de Ettensebaan in die stad. Hij overleed op 11 december 1994 op 102-jarige leeftijd in de Schotse hoofdstad Edinburgh, maar wilde absoluut bij 200 van zijn voormalige kameraden begraven worden.

Tijdens een indrukwekkende plechtigheid, waarbij een speciale eenheid van het Poolse leger een ijzingwekkende discipline aan de dag legde op een kille decemberdag, werd Maczek een paar dagen later in Breda ter aarde besteld. Het Generaal Maczekmuseum in Breda stelt zijn maandelijkse open dag, komende zondag, in het teken van de man die Breda met een behoedzaam en tactisch optreden bevrijdde, maar ook behoedde voor grote vernielingen In het museum is filmmateriaal te zien, een fototentoonstelling onder de titel van 'Van Baarle-Nassau tot Moerdijk', uniformen, onderscheidingen en andere (persoonlijke) attributen die de geschiedenis van de bevrijding vertellen. De bevrijding van Breda was een van de grote successen van generaal Maczek tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij werd in 1892 in het plaatsje Szczerzec bij Lvov geboren als zoon van een jurist. Het was het deel van Polen dat door Oostenrijk-Hongarije bezet was. Hij vervulde zijn dienstplicht als reserve-officier en bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog moest hij opkomen bij het regiment Tiroler Bergjagers en werd onder meer ingezet aan het Italiaanse front. In de jaren 1919 en 1920 leidde hij snelle acties van zijn mobiele eenheid in de strijd tegen het Oekraïense en later tegen het Sovjetrussische leger. Na die oorlog bleken zijn drie broers, onder wie zijn tweelingbroer Franciszek, gesneuveld te zijn

Overmacht
Dat trieste gegeven motiveerde hem een militaire carrière te kiezen. Bijna 20 jaar later vocht hij tegen een Duitse overmacht in het zuidoostelijk deel van Polen, maar hij moest met zijn manschappen uitwijken naar Hongarije. Ze werden geïnterneerd in forten bij Boedapest, maar wisten te ontsnappen en kwamen via Noord-Afrika in Frankrijk terecht. In februari 1940 werd Maczek commandant van een Poolse divisie en een paar maanden later leverde hij met die incomplete divisie strijd tegen de Duitsers bij Parijs. Op 22 juni 1940 capituleerde Frankrijk en kregen de Polen opdracht hun materieel te vernietigen en naar Engeland uit te wijken.

Lange tocht
Maczek arriveerde daar na een lange tocht via Marseille en Algiers en in 1942 kreeg hij na lang aandringen het bevel over de moderne Eerste Poolse Pantserdivisie, die na de invasie in Normandië onder meer Breda bevrijdde. Maczek werd (net als zijn manschappen) op 30 oktober 1944 benoemd tot ereburger van Breda. Maar het vechten was nog niet voorbij. De Polen rukten op tot Moerdijk en kregen een tijd rust. Vanaf 6 april 1945 ging het weer verder en bevrijdde de divisie grote delen van Drente en Groningen, waarna de strijd voortging in noordwest Duitsland. Op 3 mei 1945 ontving Maczek de delegatie van de grote marinehaven Wilhelmshafen voor de capitulatie. Maczek werd in september 1945 benoemd tot bevelhebber van alle Poolse legereenheden in Groot-Brittanië. Uiteindelijk vestigde hij zich in Edinburgh, waar hij zijn memoires schreef onder de titel 'Van paardewagen tot tank'. In die fraaie stad stierf de man 'die achter de aanval altijd de mens zag' en zo Breda behoedde voor grote vernielingen.

Breda herdenkt voor 58e keer bevrijding

Woensdag 23 oktober 2002 - BREDA/OOSTERHOUT - De bevrijding van Breda eind oktober 1944 door de Polen wordt komend weekeinde voor de 58e keer herdacht. Dat gebeurt in Breda op zaterdag en zondag, maar traditiegetrouw op zaterdag ook in Oosterhout. Breda werd op 29 oktober 1944 bevrijd door de 1e Poolse Pantserdivisie van Generaal Maczek en een Canadees/Engelse strijdgroep ook onder leiding van de Poolse generaal. Een fors aantal tijdens de bevrijding in 1944 en 1945 gesneuvelde Poolse soldaten ligt begraven op het Poolse erekerkhof aan de Ettensebaan. Na zijn overlijden is generaal Maczek op eigen verzoek daar ook begraven; hij wilde tussen zijn manschappen liggen. De herdenkingsactiviteiten beginnen zaterdag op de begraafplaats aan de Veerseweg in Oosterhout, ook daar liggen gesneuvelde Polen begraven. De plechtigheid begint om 10.30 uur. Zaterdag is ook de dag dat de traditionele feestavond van de Bredase culturele vereniging Polonia plaatsvindt. Dat gebeurt vanaf 20.00 uur in Zaal Vianden aan de Viandenlaan. Ook op zaterdag houdt PSK Kaszub zijn jaarlijkse internationale schaak-, zaalvoetbal- en volleybaltoernooi. Dat toernooi wordt gehouden in sporthal De Huif in Bavel van 18.00 tot 24.00 uur. De herdenkingsactiviteiten beginnen zondag met een plechtige herdenkingsmis om 11.00 uur in de kerk van de Paters Capucijnen aan de Schorsmolenstraat in Breda. De Poolse priester K. Obiedzinski draagt de mis op. Vervolgens vindt er op het Poolse erekerkhof aan de Ettensebaan de officiële herdenking plaats met veel burgerlijke en militaire genodigden. De Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland zorgt voor de iets andere organisatie dan normaal. Daarna gaan de officials en de eregasten en andere belangstellenden nog naar het Poolse Militaire Erekerkhof Ginneken aan de Vogelenzanglaan.

Vreugde in Breda verbaasde Maczek

Vrijdag 15 november 2002 - BREDA - Zelfs generaal Stanislaw Maczek, die toch wel het een en ander gewend was op zijn tocht van Normandië naar Baarle-Nassau en Breda, verbaasde zich over de dolle vreugde in Breda nadat de stad op 29 oktober 1944 door de Polen was bevrijd. "Terwijl de divisie de ene na de andere uitgangsstelling inneemt, beleeft Breda op een niet te beschrijven wijze haar eerste ogenblik van vrijheid. Echt carnaval - de straten zijn overbevolkt met feestende bewoners, bloemen en confetti. De etalages zijn volgeplakt met Poolse zinnen als Dziekujemy wam Polacy ('Wij danken de Polen, red.')", schreef hij in zijn memoires. Van die feestelijkheden zijn in 1944 filmopnamen gemaakt door luitenant Jerzy Januszajtis en die zijn gemonteerd in de film 'Idziemy' over de opmars van de 1e Poolse Pantserdivisie van generaal Maczek. Naast Polen waren er ook Engelsen en Canadezen betrokken bij de bevrijding van Breda in 1944. En die troepen hielden al op 2 november een parade door de stad, zonder dat er maar één Pool aan kon deelnemen. In die tijd heeft dat volgens Krystyna Stopa van het Generaal Maczekmuseum wat kwaad bloed gezet, omdat de Polen namelijk nog aan het vechten waren in en bij Moerdijk. Maar toen die klus geklaard was, hadden de Poolse soldaten eindelijk tijd om zich te scheren, wassen en om te poetsen en om hun 'eerste grijs' aan te trekken. Op de Poolse nationale feestdag, 11 november in 1944, kreeg Breda een parade voorgeschoteld die de stad nog nooit had gezien. Infanteristen (te voet natuurlijk) en gemotoriseerde eenheden van de 1e Poolse Pantserdivisie trokken eerst door de binnenstad, daarna draaiden ze de Chassésingel op. De 'hoge heren' stonden op een podium bij het voormalige Sportfondsenbad om de parade af te nemen. De Bredanaars stonden rijen dik en bestrooiden de Polen met bloemen. Van die parade zijn veel foto's genomen en dus ook filmopnamen, die zondag in Breda te zien zijn in het museum naast de permanente fototentoonstelling 'Van Baarle-Nassau tot Moerdijk', die veel interessante, ontroerende en herkenbare beelden bevat uit veel plaatsen tussen die twee gemeenten.

'Ik hoop op steun uit Nederland

Maandag 15 juli 2002 - BREDA - De Poolse ambassadeur in Nederland, Maria Wodzynska-Walicka, heeft afgelopen zaterdag kransen gelegd bij het monument voor de Eerste Poolse Pantserdivisie en het graf van generaal Stanislaw Maczek aan de Ettensebaan in Breda. Het is onze plicht om de Poolse soldaten te herdenken", aldus Wodzynska-Walicka, die na vier jaar haar post in Den Haag verlaat en het werk oppakt op met ministerie van Buitenlandse Zaken in Warschau. Haar vertrek uit Nederland houdt verband met het aantreden van een nieuwe regering in de Poolse hoofdstad. Wodzynska-Walicka is zelf een dochter van een oud-strijder: "Helaas is mijn vader twee jaar geleden gestorven. Hij was in de Tweede Wereldoorlog officier in het thuisleger. Na de Opstand van Warschau is hij krijgsgevangen genomen door de Duitsers. Hij is in Duitsland bevrijd door de Eerste Poolse Pantserdivisie en heeft daarna onder generaal Maczek gediend in het bezettingsleger."

Pantserdivisie
De pantserdivisie onder bevel van Maczek heeft in 1944 grote delen van West-Brabant en Zeeuws-Vlaanderen bevrijd. Na de oorlog vestigde een aantal Poolse militairen zich blijvend in Zuidwest-Nederland. "Uiteraard ben ik nog een keer in Breda voordat ik naar Polen vertrek", aldus Wodzynska-Walicka, die na de plechtigheid op het Pools Militair Ereveld receptie hield op de Trip van Zoudtlandtkazerne, waar het Generaal Maczek Museum is gevestigd. Wodzynska-Walicka: "Ik heb het gevoel dat ik de afgelopen jaren veel heb bereikt. Toevallig trad het tweede kabinet-Kok aan toen ik in 1998 in Den Haag begon. Een jaar later werd Polen lid van de NAVO. Nederland heeft zich de laatste jaren geopend voor Polen. En het is inmiddels een van de belangrijkste investeerders in ons land. Philips, Unilever en diverse banken; ze zijn allemaal vertegenwoordigd in Polen." De scheidend ambassadeur hoopt dat Polen volgend jaar toetreedt tot de Europese Unie (EU): "Het zou goed zijn als het voor de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2004 gebeurt. Er wordt nog onderhandeld over steun aan de Poolse boeren. Elke uitbreiding van de EU is een probleem. Ik denk dat de onderhandelingen eind dit jaar zijn afgerond. Ik hoop op de steun van Nederland op dit belangrijke moment.

Foto:Maria Wodzynska-Walicka,( Poolse ambassadeur in Nederland)

Gouden Baar voor Poolse Bredanaars

Vrijdag 22 februari 2002 - BREDA - Twee Bredase Polen, Ad Stopa en Frans Ruczynski, hebben in Londen een hoge onderscheiding gekregen van de 1e Poolse Pantserdivisie van generaal Maczek. Het gaat om de Gouden Baar, een insigne dat zij ontvingen uit handen van voorzitter Deimel van de wereldwijde organisatie.
De onderscheiding gaat naar mensen die (grote) verdiensten hebben voor de 1e Poolse Pantserdivisie. Er zijn volgens Polen-deskundige bij uitstek Jos van Alphen (overigens ook in het bezit van zo'n onderscheiding) niet zoveel mensen die zo'n insigne krijgen. Frans Ruczynski is voorzitter van het bestuur van het Gen. Maczekmuseum in Breda en Ad Stopa is vice-voorzitter van de Bredase afdeling van de 1e Poolse Pantserdivisie en heeft grote verdiensten voor de Poolse gemeenschap in Breda. De onderscheidingen zijn in het Sikorski Instituut in Londen uitgereikt bij de viering van het 60-jarig bestaan van de divisie. Die is op 26 februari 1942 opgericht in Schotland, waar de uit Frankrijk geëvacueerde Poolse soldaten naartoe zijn gebracht. Jos van Alphen, die grondig onderzoek heeft gedaan en nog doet naar de geschiedenis van de divisie, weet dat de Polen in het begin in Schotland niets hadden. Ze liepen rond in Franse uniformen en waren gelegerd in tenten. Later pas kregen ze een vast dak boven hun hoofd. De oprichting van de divisie was een duidelijk signaal dat de Polen hun rol wilden spelen bij de bevrijding van Europa. Van Alphen: "Kort na het uitbreken van de oorlog werden ook de oude, conservatieve Britse generaals opgeroepen, die dachten dat ze net als tijdens de Eerste Wereldoorlog weer met een stellingen-oorlog te maken zouden krijgen. Maar generaals als De Gaulle en Maczek, die samen op de krijgsschool in Parijs hadden gestudeerd, wisten van het bestaan van wat de bewegings-oorlog werd genoemd. Zij wisten van vliegtuigen en tanks waarvan de bemanningen met elkaar communiceerden. Dat bestond vroeger niet, toen gebruikten de bemanning van tanks nog vlaggetjes om met elkaar te communiceren." De divisie van Maczek bestond zowel uit cavalerie (tanks) als uit infanterie en ook dat was vernieuwend en een keerpunt in de krijgshistorie. De stellingen-oorlog was voorbij, ook al duurde het lang voordat de Britten van het idee afgebracht waren dat ze geen tunnels op 100 meter diepte meer onder de Duitse linies hoefden te graven om daar springstof tot ontploffing te brengen. Jos van Alphen: "Maczek kreeg echt alle vrijheid om de vernieuwende manier van oprukken uit te voeren." De feestelijkheden in Londen werd gevierd door een tanende groep Poolse veteranen, die inmiddels de vlag hebben overgedragen aan hun jongere landgenoten.

Foto: Links echtpaar Ruczynski en rechts echtpaar Stopa.

Museum wil meer weten over schilder Stefanoff

Donderdag 18 juli 2002 - BREDA - Met de Polen kwam na de Tweede Wereldoorlog ook Christo Stefanoff mee naar de regio Breda. Stefanoff was een schilder, die in Amerika en Oost-Europa faam genoot en die een aantal jaren in plaatsen als Oosterhout en Rijen heeft gewoond. Het Generaal Maczekmuseum in Breda geeft komende zondag (wanneer het museum in de Trip van Zoudtlandtkazerne weer open is tussen 14.00 en 17.00 uur) speciale aandacht aan Stefanoff. Het museum bezit zelf vier schilderijen van Stefanoff, die na de oorlog in het spoor van Generaal Maczek heeft vertoefd. Hij maakte schilderijen en oorkonden die bij allerlei plechtigheden door de 1e Poolse Pantserdivisie werden aangeboden. De mensen achter het museum willen meer te weten te komen over Stefanoff. Hij heeft ook een tekening gemaakt, waarschijnlijk in Rijen of Oosterhout, van een man. Die tekening is zondag ook te zien en Krystyna Stopa-Konowrocka van het museum wil graag weten wie de man op die tekening is. Stefanoff was eigenlijk een Bulgaar, die in 1924 afstudeerde aan de kunstacademie in Sofia. Hij gebruikte een spateltechniek, waardoor zijn schilderijen gingen 'leven' vanwege de steeds andere lichtinval. Voor de oorlog reisde hij over de hele wereld. Hij had tentoonstellingen in Chicago, Greta Garbo stond model voor hem en in 1934 kwam hij in Polen terecht, waar hij ook trouwde. Hij werd meer 'Pool dan de Polen'. Na de bezetting van Polen, sloot Stefanoff zich aan bij de ondergrondse. Volgens Krystyna Stopa heeft hij zeker 150 mensen gered door ze over de grens met Tsjecho-Slowakije te zetten. De Duitsers pakten hem tot tweemaal toe op en hij kwam samen met zijn vrouw uiteindelijk in verschillende concentratiekampen terecht. Hij werd bevrijd toen hij in Bergen-Belsen zat. Vlak daar in de buurt zat de 1e Poolse Pantserdivisie van generaal Maczek als bezettingsmacht. Stefanoff werd als burger in dienst genomen en werd tekenleraar voor Polen die in Duitsland te werk waren gesteld en nog niet naar vaderland terugkonden, waar inmiddels de Russen zaten. Stefanoff kwam met Macezek mee naar Nederland en dus naar de regio Breda. Hij maakte onder andere de grote triptiek voor Breda die in het Generaal Maczekmuseum te zien is. Hij hield een aantal tentoonstellingen waar hij zijn werk verkocht en als gevolg daarvan moeten er nog veel schilderijen in Nederland in omloop zijn. In Nederland en Polen zijn er naast het Bredase museum geen andere musea waar zijn schilderijen te zien zijn. Wel in Italië, en andere landen in Zuid-Europa. Het Maczekmuseum wil in de toekomst graag een tentoonstelling maken over Poolse kunst gerelateerd aan de 1e Poolse Pantserdivisie, die Breda bevrijd heeft. Daarom wil Krystyna Stopa meer te weten komen over Stefanoff.

Ook 'Bredase' films in Maczekmuseum  

Zaterdag 14 september 2002 - BREDA - Het Generaal Maczek Museum in Breda vertoont dan de film Idziemy Ook heeft het museum films van Breda in oorlogstijd en tijdens de bevrijding in zijn collectie. Daarop zijn de gevechten te zien, maar ook de vreugde van de bevolking na de bevrijding in oktober 1944. De meeste belangstelling van de bezoekers gaat normaal gesproken toch uit naar de film Idziemy met authentiek materiaal over het verblijf van Poolse militairen in Schotland, waar de vorming en training van de 1e Poolse Pantserdivisie plaatsvond en de inzet bij de invasie en de opmars van de Polen tot en met de Duitse havenstad Wilhelmshafen. Die video wordt morgen vrijwel permanent vertoond. De 'Bredase' films worden op aanvraag gedraaid en zijn volgens Krystyna Stopa van het museum ook op video te koop. Het museum toont veel herinneringen, authentieke foto's, landkaarten, uniformen en onderscheidingen.

Naast deze expositie beschikt het museum over een bibliotheek met ongeveer drieduizend boeken. Er komen niet alleen geïnteresseerde Nederlanders, maar ook tweede en derde generatie afstammelingen van de Poolse veteranen, die precies willen weten wat hun vader of opa heeft meegemaakt tijdens de oorlog. Dat zijn, weet Krystyna Stopa, vaak zoektochten vol emoties.
Dat is ook het geval bij mevrouw Metselaar-Dam uit Breda, die foto's heeft van Poolse militairen die in 1944 en 1945 bij haar ouders waren ingekwartierd. Ze is op zoek naar die Polen, maar is in de loop van de jaren de namen volledig kwijtgeraakt. Ze is een van de bezoeksters van het museum. Het zijn militairen die in het 1e Regiment Antitank Artillerie van de 1e Poolse Pantserdivisie zaten en die divisie stond onder leiding van generaal Stanislaw Maczek. Het museum wil graag de namen weten van de militairen (e-mail info@maczekmuseum.nl).
(Te koop op de website)


De Poolse hoofdstad van Nederland

Zaterdag 23 maart 2002 - BREDA - 'De hoofdstad van de Polen in Nederland' zo wordt Breda wel genoemd. De culturele vereniging Polonia, dansgroep Mazur, sportclub Kaszub zijn voorbeelden van Pools leven onder de Grote Toren. De stad telt naar schatting vijfhonderd inwoners van Poolse origine, Nederland ongeveer vijftienduizend. Jos van Alphen (69) heeft al bijna zijn leven lang grote belangstelling voor Polen. Die interesse voert terug naar de bevrijding van Den Hout, waar zijn vader onderwijzer was.
'Meester, het zijn Polen', werd ons gezegd. We zaten in de schuilkelder en dachten dat de Tommies ons zouden bevrijden. Polen? Hoe kwamen die hier?" Van Alphen is bijna 58 jaar na de bevrijding een van de drijvende krachten achter het Generaal-Maczekmuseum, gevestigd in een gebouw van de Trip van Zoudtlandtkazerne in Breda. Hij geeft vanaf komende dinsdag voor volksuniversiteit De Brede Aa een cursus over de band tussen Breda en Polen.

Toeval
"Het is puur toeval dat de Polen Breda hebben bevrijd. Je kunt zeggen dat door de beweging van het front de Eerste Poolse Pantserdivisie hier terechtkwam. Later zijn daar hele verhalen over verteld, maar dat is onzin." Nadat de pantserdivisie onder bevel van generaal Stanislaw Maczek grote delen van Zeeuws-Vlaanderen en West-Brabant had bevrijd, stokte het front eind 1944. De manschappen overwinterden in Breda. In en na de oorlog trouwden ongeveer driehonderd Polen met Bredase meisjes en tachtig een Oosterhoutse. Inmiddels is er een tweede en derde generatie Bredanaars en Oosterhouters met Poolse wortels. Volgens Van Alphen leven nog veertig veteranen van de pantserdivisie tussen Mark en Aa. "Het klinkt misschien gek van een bejaarde, maar in de eerste les ga ik vertellen hoe je als kind een oorlog beleeft. We konden niet naar school, want daar zaten de Duitsers. We mochten niet vliegeren, want dat hadden de Duitsers verboden. Waarom? Dat weet ik nog steeds niet. We hebben heel grote veranderingen meegemaakt. Op 10 mei 1940 stond de radio heel de dag aan. Dat was nog nooit voorgekomen. Voor de oorlog deed je dat niet. Nu kijk je op televisie naar rechtstreekse beelden van bombardementen in Irak." De Poolse bevrijders konden na de oorlog niet terug naar hun vaderland, omdat zich in Warschau een communistisch regime vestigde. "In Noord-Duitsland maakten ze van het stadje Haren een Poolse enclave. Die noemden ze Macków, naar generaal Maczek. Uit heel Duitsland gingen Polen daarheen."

Zwart
"De Polen in Breda verfden hun uniform zwart en gingen aan de slag bij Backer en Rueb, De Etna, de Kunstzij. Ze spraken een paar woorden Duits. Maar dat was indertijd niet populair. Met Engels konden ze ook niet terecht bij de chef van de werkplaats. Ze hadden dus een enorm taalprobleem. En ze moesten zich elke maand melden bij de Vreemdelingendienst. Dat zit ze nog steeds dwars. Veel Polen zijn rechtlijnig, maar het zijn onverzettelijke werkers", zegt Van Alphen. De Polen hebben een lange traditie van emigreren. In Chicago zijn wijken waar je alleen maar politieagent kunt worden als je Pools spreekt. In het leger van Napoleon vochten Polen. In Duitse, Franse, Belgische, Nederlandse mijnen werkten Polen. "Ik ben in Calonne-Ricoeur in Noord-Frankrijk geweest. De helft van het dorp spreekt Pools, de andere helft Tsjechisch. De kerk houdt de emigratie in de gaten. Je hebt de Poolse Katholieke Missie en die zorgt overal ter wereld voor priesters voor de emigranten. Onder het communisme is dat ook gewoon doorgegaan." Van Alphen bezoekt met zijn cursisten het Generaal-Maczekmuseum, waar hij ook een film over de pantserdivisie vertoont.

'Dit is niet zo maar een vaandeltje'  

Zaterdag 17 augustus 2002 - BREDA - Vaandels speelden en spelen een belangrijke rol in het leven en leger van Polen. De uitreiking van een nieuw vaandel aan een legeronderdeel of een instituut is steevast een groot evenement. Vandaar ook dat het Generaal Maczekmuseum in Breda het vaandel koestert dat in zijn bezit is. De Bredase oud-strijder Jan Krzeminski (80) en Krystyna Stopa van het museum zeiden deze week: "Het is niet zo maar een vaandeltje, het is het symbool van het bloed dat voor de vrijheid is gevloeid. Wij voelen aan dat een vaandel voor de Polen belangrijker is dan voor Nederlanders. Het mocht ook nooit in handen vallen van de vijand en vaandels worden in en door Polen nog vaak gebruikt bij plechtigheden." Het vaandel uit het Bredase museum wordt bijvoorbeeld altijd meegevoerd bij de herdenking van de bevrijding van Breda op het Poolse erekerkhof aan de Ettensebaan.

Plechtigheid
Eind oktober 1945 vond er op de KMA zo'n grote plechtigheid plaats. Burgemeester Van Slobbe overhandigde als dank voor de bevrijding namens de Bredase bevolking een vaandel aan de Poolse bevelhebber generaal Maczek. Die gaf het doek op zijn beurt door aan de soldaten van het 8e bataljon, dat een belangrijke rol had gespeeld bij de bevrijding van Breda. Dat vaandel is al vrij snel na 1945 terechtgekomen in het Sikorski-Instituut in Londen, uit vrees dat het in Polen in handen van de communisten zou vallen. In dat instituut is om die reden nog veel meer opgeslagen. Krzeminski, die in 1945 vaandelwacht was, en Stopa hopen dat het vaandel ooit nog eens terugkomt naar Breda, maar hebben daar niet al te veel hoop op. De schilder Stefanoff heeft een groot schilderij gemaakt van de plechtigheid, dat ook in het museum hangt. Tijdens de Nationale Taptoe wordt de vaandeloverhandiging nagespeeld.

Kunstzinnig
Maar al met al zaten de Polen die in de regio-Breda waren achtergebleven dus zonder vaandel in het begin van de jaren vijftig. Daarop is onder Polen en andere Bredanaars een inzamelingsactie op touw gezet zodat een firma in Versailles een kunstzinnig vaandel kon maken. Aan de ene kant staat de Poolse Witte Adelaar en de andere kant is versierd met een afbeelding van de Madonna van Czestochowa. In oktober 1951 werd het in aanwezigheid van opnieuw generaal Maczek overhandigd aan de Bredase Polen. Dat vaandel, waarvan de stok voorzien is van insignes met de namen van alle 'sponsors', is wél in het museum te vinden. Het wordt beheerd door de nieuwe Vereniging van de 1e Poolse Pantserdivisie, kring Nederland, die dat werk heeft overgenomen van de PTK, de Poolse katholieke vereniging. Morgen is in het kleine, maar interessante museum op de kazerne ook nog de film te zien van de Poolse opmars in de Tweede Wereldoorlog en de expositie Van Baarle-Nassau tot Moerdijk, over de bevrijding van een groot aantal plaatsen in de regio is ook nog steeds te zien. Meer informatie over het museum via www.maczekmuseum.nl

Maczek behoedde Breda voor grote vernielingen

Vrijdag 13 december 2002 - BREDA - Generaal Stanislaw Maczek, die Breda bevrijdde in oktober 1944, vond vijftig jaar later zijn laatste rustplaats aan de Ettensebaan in die stad. Hij overleed op 11 december 1994 op 102-jarige leeftijd in de Schotse hoofdstad Edinburgh, maar wilde absoluut bij 200 van zijn voormalige kameraden begraven worden.

Tijdens een indrukwekkende plechtigheid, waarbij een speciale eenheid van het Poolse leger een ijzingwekkende discipline aan de dag legde op een kille decemberdag, werd Maczek een paar dagen later in Breda ter aarde besteld.
Het Generaal Maczekmuseum in Breda stelt zijn maandelijkse open dag, komende zondag, in het teken van de man die Breda met een behoedzaam en tactisch optreden bevrijdde, maar ook behoedde voor grote vernielingen. Het museum in de Trip van Zoudtlandtkazerne aan de De la Reyweg (legitimatie meenemen) is open van 14.00 tot 17.00 uur. In het museum is filmmateriaal te zien, een fototentoonstelling onder de titel van 'Van Baarle-Nassau tot Moerdijk', uniformen, onderscheidingen en andere (persoonlijke) attributen die de geschiedenis van de bevrijding vertellen.
De bevrijding van Breda was een van de grote successen van generaal Maczek tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij werd in 1892 in het plaatsje Szczerzec bij Lvov geboren als zoon van een jurist. Het was het deel van Polen dat door Oostenrijk-Hongarije bezet was. Hij vervulde zijn dienstplicht als reserve-officier en bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog moest hij opkomen bij het regiment Tiroler Bergjagers en werd onder meer ingezet aan het Italiaanse front. In de jaren 1919 en 1920 leidde hij snelle acties van zijn mobiele eenheid in de strijd tegen het Oekraïense en later tegen het Sovjetrussische leger. Na die oorlog bleken zijn drie broers, onder wie zijn tweelingbroer Franciszek, gesneuveld te zijn.

Overmacht
Dat trieste gegeven motiveerde hem een militaire carrière te kiezen. Bijna 20 jaar later vocht hij tegen een Duitse overmacht in het zuidoostelijk deel van Polen, maar hij moest met zijn manschappen uitwijken naar Hongarije. Ze werden geïnterneerd in forten bij Boedapest, maar wisten te ontsnappen en kwamen via Noord-Afrika in Frankrijk terecht. In februari 1940 werd Maczek commandant van een Poolse divisie en een paar maanden later leverde hij met die incomplete divisie strijd tegen de Duitsers bij Parijs. Op 22 juni 1940 capituleerde Frankrijk en kregen de Polen opdracht hun materieel te vernietigen en naar Engeland uit te wijken.

Lange tocht
Maczek arriveerde daar na een lange tocht via Marseille en Algiers en in 1942 kreeg hij na lang aandringen het bevel over de moderne Eerste Poolse Pantserdivisie, die na de invasie in Normandië onder meer Breda bevrijdde. Maczek werd (net als zijn manschappen) op 30 oktober 1944 benoemd tot ereburger van Breda.
Maar het vechten was nog niet voorbij. De Polen rukten op tot Moerdijk en kregen een tijd rust. Vanaf 6 april 1945 ging het weer verder en bevrijdde de divisie grote delen van Drente en Groningen, waarna de strijd voortging in noordwest Duitsland. Op 3 mei 1945 ontving Maczek de delegatie van de grote marinehaven Wilhelmshafen voor de capitulatie. Maczek werd in september 1945 benoemd tot bevelhebber van alle Poolse legereenheden in Groot-Brittanië. Uiteindelijk vestigde hij zich in Edinburgh, waar hij zijn memoires schreef onder de titel 'Van paardewagen tot tank'. In die fraaie stad stierf de man 'die achter de aanval altijd de mens zag' en zo Breda behoedde voor grote vernielingen.

Koninklijke Onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor de heer F.J. van der Poll Franciscus Jacobus van der Poll

F.J. van der Poll Franciscus Jacobus van der Poll (geboren te Breda op 24 maart 1929) ontvangt de Koninklijke Onderscheiding vanwege zijn bijzondere en langdurige verdiensten en inzet voor onze Poolse bevrijders. Eerder is hem al de onderscheiding Drager van het Poolse Officierskruis verleend.  De heer Van der Poll is vanaf de dag dat hij zijn bevrijders, militairen uit het Bergjagers Bataljon van de Eerste Poolse Pantser Divisie, zijn geboortestad Breda zag binnentrekken, getroffen door de inzet en opofferingsbereidheid van de Poolse militairen voor de bevrijding van ons land. Vaker dan doorgaans wordt gedacht, waren het Poolse militairen die, in geallieerd verband, voorop zijn gegaan in de strijd met de Duitsers op een belangrijk deel van het Nederlandse grondgebied, onder andere in Zeeuws-Vlaanderen en Oost-Groningen. Het waren geharde militairen die vaak meer deden dan hun strikte militaire opdrachten luidden. Via nieuwsbulletins en nieuwsbrieven vroeg Frank van der Poll in de naoorlogse jaren aandacht voor het belangrijke aandeel van de Polen in onze bevrijding. De indruk die de Poolse militairen op Frank van der Poll als 15-jarige jongen maakten, is een blijvende geweest. Na de bevrijding heeft hij zich verdiept in de militaire geschiedenis van de Eerste Poolse Pantser Divisie om zich vervolgens in te zetten voor de oud-militairen van deze roemruchte Poolse divisie. Zowel voor die Poolse militairen die in ons land achterbleven - het waren er honderden, die hier een maatschappelijk bestaan wensten op te bouwen - als voor diegenen die, onder bepaald moeilijke omstandigheden, naar hun geboorteland terug zijn gekeerd, wat overigens doorgaans uiterst moeilijk en teleurstellend voor hen verliep.

Meerdere Poolse militairen vonden de situatie in Polen - dat op basis van de Conferentie van Jalta qua grondgebied en begrenzing forse veranderingen onderging - zo ondraaglijk dat zij, hoe wrang, geen andere uitweg meer zagen dan zelfmoord te plegen. Het Polen van voor de Tweede Wereldoorlog was immers een ander land geworden dan het Polen dat zij na de oorlog terugzagen en dat onder het communistische Sovjet regiem viel. Van veel waardering of van een heldenontvangst of gevierde terugkeer was dan ook doorgaans voor deze militairen tragisch genoeg, in eigen land geen sprake. Integendeel, zij kwamen terug in een onverschillige, zo niet vijandige omgeving, een aspect dat in het vrije Westen niet die aandacht heeft gekregen die het verdiende. Het gangbare beeld dat het Canadezen, Britten en Amerikanen zijn geweest die in ons land de kastanjes uit het vuur hebben gehaald, wil Van der Poll nadrukkelijk gecorrigeerd zien. Hij ziet dat als zijn levensopdracht, zijn 'missie'. Het 'steekt' van der Poll dat het Poolse aandeel doorgaans onderbelicht blijft in menig bevrijdingsverhaal. Op dit alles rust ook zijn gedrevenheid om de naam en faam van de Poolse militairen blijvend hoog te houden. Temeer omdat maatschappelijke en materiële positie, pensioenen e.d. voor de Poolse oud-strijders in eigen land tot aan de jaren tachtig nog, bepaald karig mochten worden genoemd.

Ook trof hem zeer dat de Poolse militairen na hun vertrek uit Polen aan het begin van de oorlogsjaren vrijwel nooit meer enig contact hebben gehad met hun thuisfront en onafgebroken jarenlang ingezet zijn voor de strijd op meerdere fronten in West-Europa. Dit alles is bepalend geweest voor de niet aflatende inzet van Frank van der Poll om blijvende waardering en respect te bewerkstelligen voor de Poolse opofferingsgezindheid voor de vrijheid van andere volkeren. Een vrijheid, waarvan zijzelf navrant genoeg, nauwelijks zelf konden genieten in eigen land. De heer Van der Poll heeft in de loop van de naoorlogse jaren de Poolse inzet en het verloop van de strijd op Nederlandse bodem door de Poolse militairen gereconstrueerd, vastgelegd en gedocumenteerd en uitgedragen. De offers van hen waren zeer groot: de helft van de Poolse militairen heeft de strijd op onze grond met de dood moeten betalen, een buitenproportionele, geweldige prijs! Ruim 1.600 Poolse soldaten sneuvelden op onze bodem. Velen van hen vonden hun laatste rustplaats op de Poolse erebegraafplaats in Breda. Met name heeft hij zich in vele gesprekken met burgemeesters van gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen, Noord-Brabant, oostelijk Drenthe en zuidoost Groningen die door de Polen zijn bevrijd, ingezet voor gedenkstenen. Vaak heeft dat tot passende resultaten geleid (vernoemingen van pleinen, rotondes, straten) en tot blijvende contacten tussen Nederlanders en hun Poolse bevrijders. Het is Frank van der Poll geweest die hier menige initiatieven nam en een effectieve intermediaire functie heeft weten te vervullen.

Voor de herdenkingsplechtigheden en festiviteiten in 1995 (en uiteraard ook in de jaren daarvoor), heeft hij zich bijzonder ingespannen. Met name om Poolse oud-strijders naar ons land te halen en hen een heldenontvangst te bieden. Nog altijd onderhoudt Frank van der Poll intensieve contacten met Poolse oud-strijders, organiseert hij herinneringsbijeenkomsten en ook 'battle-tours' voor Poolse oorlogsveteranen, daarbij zelf als reisleider en tolk optredend. Voor deze jarenlange inzet is hij door Poolse autoriteiten begiftigd met het Poolse Officierskruis in de Orde van Verdiensten. Toen vanuit volleybaltoernooien (de in ons land gebleven Polen richtten in 1948 een eerste eigen volleybalclub op, toentertijd een nog nauwelijks bekende sport) de (harte)wens voortkwam om de financiële baten uit de jaarlijkse sporttoernooien te bestemmen voor een oorlogsmonument voor de Eerste Poolse Pantser Divisie, was het Frank van der Poll die zich hiervoor - via het voorzitterschap van de mede door hem in het leven geroepen stichting - sterk maakte. Mede door zijn inspanningen en regie kon dit ere-monument op 30 september 1995 in Warschau plechtig worden onthuld.
Het doel dat de heer Van der Poll nastreeft, een doel dat hij als 'zijn missie' ziet: namelijk het levend houden van waardering en respect voor onze Poolse bevrijders, alsook de opvallende, intense, gedreven, niet aflatende wijze waarop hij zich heeft ingezet - en nog inzet - voor de Poolse oud-strijders, is uiterst nobel en waardevol. De heer Van der Poll krijgt grote waardering voor de activiteiten, de inspanningen, de inzet en empathie bij de Poolse oud-strijders in zowel Polen als in ons land. Nog altijd vormen bij deze mensen de vroegere strijd en de herinnering hieraan een sterk geladen, emotievol onderwerp.
Dit is een bericht uit het Nieuwsbank persberichtenarchief.

 
Zoeken
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu