Jaargang 2004 - vereniging 1e poolse pantser divisie nederland

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Jaargang 2004

In het voetspoor van de Polen

Vrijdag 9 januari 2004 - BREDA – Cadet Ricky de Landmeter en sergeant-majoor Francois de Visser van de Koninklijke Militaire Academie in Breda treden zondag in de voetsporen van de Eerste Poolse Pantserdivisie die Breda heeft bevrijd. In zeven dagen wil het tweetal 2100 ki-lometer afleggen. De route die cadet Ricky de Landmeter en sergeant-majoor Francois de Visser volgen in navolging van de Poolse bevrijders. Driehonderd kilometer gemiddeld per dag. Het is een flin-ke afstand om af te leggen. „Het liefst loop ik zo min mogelijk“, zegt cadet De Landmeter. Dat zal nog niet meevallen zonder geld, voedsel en vervoer. Maar de KMA’ers doen het niet voor niks. Ze willen zich door zoveel mogelijk mensen laten sponsoren om het bijeengebrachte geld tenslotte te overhandigen aan War Child, de organisatie die kinderen in oorlogsgebieden helpt. De twee militairen beginnen bij de Normandische invasiestranden bij Caen, waar de Poolse bevrijders voor het eerst voet zetten op Europese bodem na D-Day in 1944. Dan gaan ze via Falaise, Ieper, Gent, Breda en Stadskanaal naar Wilhelmshaven in Duitsland. Vandaaruit moeten ze nog in Warschau en de West-Poolse plaats Zagan zien te komen. Zagan, het eindpunt, is de legerplaats van de Elfde Poolse Pantserdivisie, die de tradi-ties en symbolen van de bevrijders heeft overgenomen.

„We streven ernaar om zo veel mogelijk bij mensen thuis te slapen. We hebben van tevoren niets gepland dus we zullen in het wilde weg hulp moeten vragen en dan maar hopen dat we verder komen“, aldus De Landmeter. De route door Frankrijk, België en Nederland zal nog betrekkelijk snel worden afgelegd. Het wordt pas spannend wanneer de militairen richting Polen gaan. „We zullen het eerste stuk dan ook zo snel mogelijk proberen af te leggen“, al-dus de Bredase cadet. De Landmeter weet nog niet precies wat hem te wachten staat, maar hij heeft goede hoop dat de reis een succes wordt. „Ik ben gewend om primitief te reizen. Ik ga als reisleider wel eens vaker met groepjes mensen op de bonnefooi op pad. Dan leer je wel hoe je onderweg met mensen moet omgaan“, zegt de Bredase militair. Voor de zeker-heid is er een ‘bezemwagen’ in de buurt om bij eventuele problemen te helpen. Maar als alles goed gaat, hoeven De Landmeter en Visser hun collega’s in de volgwagen pas tegen te ko-men in Zagan, op het einde van de rit.


Brit steekt geld in Duitse tank

Woensdag 28 juli 2004 - BREDA – De Engelse miljonair Kevin Wheatcroft gaat de Duitse tank uit het Wilhelminapark restaureren. De in zijn vaderland nationaal befaamde verzamelaar van legervoertuigen en grand-prix-oldtimers steekt ten minste € 25.000 in het Bredase project. De restauratie moet begin oktober voltooid zijn. Het gaat om een gesloten-beurstransactie tussen Breda en de Brit. Woordvoerder O. Roks van de gemeentelijke dienst Stadsbeheer heeft dat gisteren meegedeeld.
Vier werknemers van Wheatcroft zullen de klus vanaf eind augustus klaren in de Bredase restauratiewerkplaats van aannemer T. Visker in de Krogten. Zij voorzien de tank onder meer van een nieuw ventilatie- en afwateringssysteem, zodat het pantservoertuig niet opnieuw van binnenuit kan wegroesten. De deal met Wheatcroft bestaat eruit dat de Britse collectioneur onder meer de elfhonderd kilo wegende tankmotor en het aansturingsmechanisme van de geschutskoepel in handen krijgt. Voor de louter symbolische functie die de monumentale tank in Breda heeft, is de rij- en draaifunctie overbodig, zo heeft het stadsbestuur overwogen.

Panther-D
De vermogende Wheatcroft daarentegen is bereid daar goud voor te geven. De Brit bezit, net als Breda dus, één van de laatste drie overgebleven Panther-D-tanks ter wereld. Maar anders dan Breda, wil Wheatcroft zijn exemplaar per se rijklaar maken; al was het maar omdat zijn onmetelijke wagenpark nabij Nottingham een nationale attractie voor de Britten is. Als tegenprestatie bekostigt hij met eigen middelen, mankracht en know-how een 50-jarige conservering, waar Breda vorig jaar - toen nog onkundig van het compleet intact gebleken tankinterieur - een vijftienjarige conservering had voorzien, waarvoor 51.500 was uitgetrokken. De totale restauratiewaarde bedraagt straks door Wheatcrofts inbreng zo’n 85.000, schat woordvoerder Roks. Toch krijgt de Engelsman maar enkele originelen in handen. Voor wat betreft het leeuwendeel van het interieur, moet hij zich tevreden stellen met afgietsels. Hij mag slechts mallen maken, aangezien de Panther-D-tank als geheel ‘een geschenk van de Poolse bevrijders aan de Bredase burgerij is’.

Bruikleen
Het leeuwendeel van het tankinterieur blijft met andere woorden in handen van de gemeente Breda. Die zal een aantal onderdelen mettertijd aan een of meerdere musea in bruikleen geven. Roks: „De Duitse tank behoort in onze opvatting tot het Bredase culturele erfgoed dat voor velen in de stad grote emotionele betekenis heeft. Het zou niet gepast zijn om het te verhandelen.“ Na de restauratie door de Wheatcroftploeg schildert Visker de tank begin oktober opnieuw in de welbekende camouflagekleuren. Vervolgens wordt het monument op een onlangs aangebracht plateau op zijn oude plek in het Wilhelminapark teruggeplaatst. Daarmee is het door de 1e Poolse Pantserdivisie in 1945 aan Breda geschonken oorlogsmonument in volle glorie hersteld. Als die planning gehaald wordt, is dat mooi op tijd voor de herdenking van zestig jaar bevrijding van Breda op 29 oktober.

‘Poolse tank’ niet tijdig klaar                                                      

Restauratie omvangrijker dan voorzien
Donderdag 15 april 2004 - BREDA – De monumentale Duitse Panther D-tank is op 4 mei niet terug op zijn vertrouwde plek in het Wilhelminapark. De restauratie blijkt veel omvangrijker dan voorzien. Het kan tot diep in de zomer duren voordat het oorlogsmonument wordt teruggeplaatst. Een woordvoerder van de gemeente heeft dat gisteren bevestigd. Het van eind 1943 daterende oorlogstuig - dat de Poolse bevrijders van Breda in 1945 aan de stad cadeau deden - ligt momenteel nog in duizend gedemonteerde stukken in de loods van zandstraalbedrijf Visker in de Krogten. Daar is het niet bijster adequaat onderhouden monument op 17 december naartoe vervoerd.
Tijdens de demontage van het interieur ontdekten de restaurateurs dat de tank veel zwaarder gehavend was, dan aan de buitenkant viel af te zien. Het pantserstaal bleek niet opgewassen tegen de eroderende kracht van het hemelwater, dat gedurende 58 jaar langs de geschutskoepel naar binnen sijpelde. Restauratie-adviseur G. Zonneveld van aannemer Ton Visker vertelt ‘twintig emmers roest eruit gehaald’ te hebben. „De pantserplaten achter de geschutskoepel, bijvoorbeeld, zijn grotendeels weggerot. Wat ervan resteert, is flinterdun.“

Roestkorst
Ook het onderstel - dat sinds 1951 onbeschrmd in de aarde heeft gestaan - is zwaar aangetast. Tussen wielen en rupsbanden is een dikke roestkorst gegroeid. Om herhaling daarvan te voorkomen, zal de tank op een (nieuw) voetstuk moeten worden teruggeplaatst. Het is intussen duidelijk dat de Panther D - waarvan er nog maar drie op de hele wereld te vinden zijn - onmogelijk gerestaureerd kan worden voor de aanvankelijk daarvoor uitgetrokken 60.000. Dat bedrag dekte het zandstralen en overschilderen, enige interieurmontage en twee maal transport). Officieuze bronnen weten te melden dat de kosten een slordige 20.000 hoger gaan uitpakken. Verantwoordelijk gemeenteambtenaar R. Karstens wil de onvermijdelijke budgetoverschrijding echter met geen enkel woord toelichten.

Historische betekenis
„Belangrijk is alleen dat het stadsbestuur een duurzame conservering - voor pakweg een halve eeuw - van dit bevrijdingssymbool voorstaat“, verklaart hij als woordvoerder van wethouder J. Oomen (Stadsbeheer). „Het herstel moet rechtdoen aan de historische betekenis van de tank voor de stad, maar ook aan de goede contacten die we met de Poolse gemeenschap hier onderhouden. Dat zal zeker een rol spelen in de heroverweging van het restauratiebudget.“ Simpel gezegd: het mag wat kosten.
Of de gemeente in dat verband ingaat op een aanbod van de Britse miljonair Kevin Wheatcroft, wil Kerstens evenmin bevestigen. Wheatcroft, eigenaar van een nationaal vermaarde voertuigencollectie nabij Nottingham (UK), bezit een van de drie Panther D-tanks. Zijn exemplaar wil hij rijdend maken met behulp van een aantal nieuw te vervaardigen onderdelen. In ruil voor gietvormen van het Bredase tank-interieur, zou de Brit een deel van de restauratie van het stedelijke oorlogsmonument voor zijn rekening willen nemen. Karstens houdt het vaag: „Wij zoeken nog partijen die ons behulpzaam kunnen zijn bij die goede en duurzame restauratie. Maar bij het maken van een keuze zullen we niet over een nacht ijs gaan.“

Niet rijden
De Bredase Panther D weer rijdend krijgen, is nooit de bedoeling geweest van de gemeentelijke restauratieplannen. Sinds de tank in oktober 1945 door de Polen per dieplader naar Breda werd gebracht, heeft het 43 ton zware gevaarte stilgestaan. Nog afgezien van de gehavende rupsbanden, zou de Bredase tank überhaupt niet meer kunnen rijden. Het motorblok en tal van onderdelen zijn de afgelopen maanden verwijderd en worden niet teruggeplaatst. Over de ‘bouwgeschiedenis’ van de Duitse Panthertanks heeft de plaatselijke afdeling van het Centrum voor Oorlogsdocumentatie 1940-’45 een kleine expositie ingericht in de Centrale Bibliotheek (Molenstraat 6, Breda). Deze is tot 1 mei dagelijks tijdens winkeluren gratis te bezichtigen.

Foto: De Duitse Panther-D op een oude ansichtkaart. Werknemers van de Britse miljonair Kevin Wheatcroft gaan de tank in Breda herstellen.


President Polen bij 60 jaar bevrijding

Donderdag 12 augustus 2004 - BREDA – De Poolse president Alexander Kwasniewski is eind oktober bij de herdenking van Breda 60 jaar vrij. Mogelijk is ook koningin Beatrix bij de plechtigheden aanwezig. De officiële bevestiging van de komst van de president laat nog op zich wachten, maar Ad Kuijl, coördinator van het comité ‘Breda 60 jaar vrij’, heeft er alle vertrouwen in dat het goed komt. „We hebben heel goede contacten met onder meer de Poolse ambassade. Zo is het idee ontstaan om de president uit te nodigen.“ Ook de aanwezigheid van koningin Beatrix wordt niet uitgesloten, maar haar komst is nog wat meer in nevelen gehuld. „Het zou in elk geval een mooie waardering zijn voor wat de Polen hier destijds voor ons hebben gedaan“, redeneert Kuijl. De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) kan de mogelijke komst van de koningin niet bevestigen. „Het is simpelweg te vroeg in het jaar om te kunnen zeggen of hare majesteit in oktober in Breda aanwezig zal zijn.“ De RVD is ook verantwoordelijk voor het programma van de Poolse president tijdens zijn bezoek aan Nederland. „Dat is nog niet officieel vastgesteld. We zijn nog in overleg met Polen om de agenda vast te stellen“, houdt de dienst zich op de vlakte.

Kuijl heeft er alle vertrouwen in dat het goed komt. „De bevrijding van Breda door generaal Maczek ligt bij Polen heel gevoelig. Zelfs de paus kent Breda daarvan. En het feit dat het dit jaar 60 jaar geleden is, dat die bevrijding plaatsvond, geeft het een extra dimensie.“ Kuijl is de coördinator van een comité dat is opgericht om een programma samen te stellen rond de festiviteiten en herdenkingen. Dat comité bestaat uit leden van de Bredase Culturele Vereniging Polonia, Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland, Poolse Folkloristische Dansgroep Mazur en het Comité Herdenking 1944 Ginneken. Het comité maakt deel uit van de Stichting Jaarlijkse Herdenking Bevrijding Breda. Het voorlopige programma voorziet onder meer in een herdenkingsconcert op vrijdag 29 oktober in de Grote Kerk. Zaterdag 30 oktober trekken voertuigen van ‘Keep them rolling’ met Poolse oud-strijders door de stad via de route van 1944, met als eindpunt de Grote Markt. Daarna worden Poolse oud-strijders en weduwen van oud-strijders ontvangen door het gemeentebestuur. Zondag 31 oktober staan er een mis in de Mariakerk waarin bisschop Muskens voorgaat, een herdenking op het Poolse ereveld aan de Vogelenzanglaan en de Ettensebaan op de agenda

Tankinterieur onthult 60-jarig ‘geheim’

Zaterdag 17 april 2004 - BREDA – Iedereen die ook maar één keer in Breda is geweest, lijkt hem al meteen te hebben opgemerkt: de Duitse tank op de hoek Gen. Maczekstraat/Paul Windhausenweg. Het herkenningspunt voor velen - vaak abusievelijk als de ‘Poolse tank’ aangeduid - is voor restauratie een halfjaartje van zijn plek, maar Jan en alleman kan het oorlogsmonument wel dromen. Dat wil zeggen: de buitenkant. Want zo vertrouwd als de aanblik van het exterieur is, zo onbekend is het inwendige van het op de Duitse bezetter buitgemaakte oorlogstuig, dat de Poolse bevrijders van Breda in oktober 1945 aan de stad schonken. Niet zo vreemd, want na aankomst in Breda is de tank meteen dichtgelast. En nooit meer open geweest. 58 jaar lang bleef het nagenoeg unieke tankinterieur een goed bewaard (publiek) geheim.

Over de Bredase Panther D-tank - een type waarvan er voor zover bekend maar drie in de gehele wereld zijn overgebleven - circuleerden dan ook decennialang de vreemdste geruchten. Zo zou de tank volgeschept zijn met zand. Andere - zelfs officiële schriftelijke - bronnen melden dat het motorblok met beton werd volgestort.

Onzin
Nu het oorlogsmonument afgelopen december ten langen leste door restaurateurs is geopend, blijkt het allemaal onzin te zijn. Toen het pantservoertuig werd dichtgelast, zaten alle onderdelen en inventaris er nog in. Uit het motorblok waren slechts de ontsteking en de accu’s verwijderd. Veel van het inwendige is gewoon door binnengesijpeld regenwater weggerot. Nog een misvatting: de Polen zouden een nieuwe tank hebben weggegeven, die recht uit de fabriek kwam en nooit in een veldslag had gediend. De Bredase ‘Panther’ blijkt echter wel degelijk een ‘oorlogsverleden’ te hebben. Reparatiesporen getuigen daarvan, alleen hebben de restaurateurs tot op heden niet kunnen achterhalen waar de in de tweede helft van 1943 gefabriceerde tank zoal ingezet is geweest. „We hebben de hele wereld al aangeschreven, maar er is niemand te vinden die het ons kan vertellen“, verzucht de Bredase tank-expert Ger Zonneveld. „Bekend is alleen dat er in de zomer van ’43 tweehonderd Panther D-tanks aan de slag bij Koersk hebben deelgenomen en dat er iets later nogeens tweehonderd stuks naar Italië zijn gegaan.“ Als historisch en technisch adviseur van restauratie-aannemer Ton Visker, heeft Zonneveld inmiddels honderden uren tussen de door roest aangevreten pantserwanden doorgebracht. Behalve boordgereedschap, reserveonderdelen en munitie, trof hij ook kledingstukken, verbandmiddelen, eet- en scheergerei, zelfs een zonnebril en een pakje sigaretten van de Duitse (5-koppige) bemanning aan.

Trompet
Plus ruim één kuub afval. Niet alleen volop aarde, blikjes en frietzakken, maar ook speelgoed zoals proppenschieters, een klappertjespistool, een hockeystick en sportkleding. Want heel wat generaties straat- en schooljeugd vonden in het monumentale pantser een dankbaar speelobject. En niet alleen zij, getuige de ongetwijfeld betreurde aanwezigheid van bromfietspapieren en het koperen mondstuk van een trompet. Laatstgenoemd attribuut ‘ontviel’ de blazer van een carnavalsbandje dat zich medio jaren tachtig voor een platenhoesje op de tank liet vereeuwigen. Zoveel is dus al bekend; nu de naam van de gedupeerde trompetter nog. Dit ongeregeld residu van zes decennia stadsleven kregen de restaurateurs er gratis bij. Maar waar ze werkelijk naar zochten liet soms langer op zich wachten. Zo zochten ze aanvankelijk tevergeefs naar het voor kenners zeer belangrijke chassisnummer van de tank, omdat daarmee in de Duitse fabrieksarchieven veel historische informatie valt op te sporen.
Zonneveld: „Alleen daaraan hebben we al tientallen uren besteed. Niks te vinden.“ Bleek het chassisnummer (210198) gewoon aan de buitenkant ingeslagen te zijn, op de transportbeugel van de loop. Die toevallige vondst heeft twee volle maanden op zich laten wachten. Enkele kleine stukken tankinventaris worden momenteel in de Centrale Bibliotheek geëxposeerd door de Bredase afdeling van het Centrum voor Oorlogsdocumentatie 1940-’45.


Als of er een nieuwe tank staat

Vrijdag 29 oktober 2004 - BREDA –„Wat is dat fantastisch gedaan. Alsof ze hier een heel nieuwe tank neer-zetten.“ En: „Hij ziet er puik uit. Precies zoals een tank er uit hoort te zien.“ Dat soort uitroepen van bewondering maakte de Duitse Panther D-tank gisteren los bij de kleine honderd Bredanaars die zich halver-wege de ochtend in het Wilhelminapark hadden verzameld. Het piekfijn gerestaureerde oorlogs-monument keerde om klokslag 11.00 uur terug op zijn vaste plek in het park, na tien maanden van afwezigheid. Een kwartiertje later was het gevaarte uit de takels. En prijkte het voor de duur van zestig jaar geconserveerde pantsertuig alweer op de hoek met de Paul Windhausenweg. Bijna alsof het weer 29 oktober 1945 was, de dag waarop de Eerste Poolse Pantserdivisie haar oorlogsbuit ten geschenke gaf aan de stad die zij een vol jaar eerder had bevrijd. Wijlen Janeke Boeren, de Ulvenhoutse chauffeur van Stoof, kwam toen met de Poolse gift op zijn dieplader de stad binnengereden. Ditmaal was het aannemer en mede-restaurateur Ton Visker die met de tank kwam aanzetten.

Standaardkleuren
Maar voor de rest was de Panther-D - een van de laatste tanks van dit type in de gehele wereld - gehuld in de kleuren die hij al decennia lang niet meer heeft gedragen: zandgeel met flessengroene camouflagevegen, precies de standaardkleuren van de Wehrmacht, waarmee de ‘Bredase tank’ in juni 1943 de fabriek in Mannheim verliet.
Even ‘origineel’ is de nu op het tankfront teruggekeerde tekst waarmee de bevrijders destijds hun cadeautje aan de stad signeerden. Geflankeerd door de wapens van de Eerste Poolse Pantserdivisie en het nationale wapen van Polen, staat nu weer in witte verf onder de loop: ‘Stad Breda - 1e Pantserdivisie - 29.10.1945’ - maar dan in het Pools. Die tekst, die misschien al veertig jaar geleden van de tankwand verdween, zou vast vergeten en voor een volgende generatie Bredanaars verloren zijn, als de restaurateurs die niet op deze wijze in ere hadden hersteld.

Ook dat facet bleef gistermorgen niet onopgemerkt. Ed Cuber, Bredase zoon van een Poolse bevrijder: „Petje af voor Breda. Dat ze zóveel moeite hebben gedaan om de tank te conserveren, maakt dit tot een bijzonder waardevol monument.“ Het voertuig is tijdens de restauratie ‘afgeslankt’ tot 35 ton. „We hebben acht ton aan materiaal uit het interieur gehaald“, vertelde de Bredase tankexpert Ger Zonneveld. Hij heeft de tank uitvoerig onderzocht. „Een aantal misverstanden kunnen we nu uit de wereld helpen. Zo hebben we vastgesteld dat het geen exercitietank was die alleen voor oefeningen werd gebruikt. Deze Panther heeft wel degelijk dienst gedaan tijdens meerdere veldslagen. Dat is alleen al uit de vele gevechtsschade gebleken. Dat de Polen Breda een nieuwe tank cadeau hebben gedaan, zoals vaak wordt beweerd, is dus echt onzin“, aldus Zonneveld.  

„Anderzijds is vaak gesteld, dat de Panther D een zeer betrouwbare tank was. Ook dat is niet waar. Die goede reputatie was Duitse propaganda. Eigenlijk was de Panther D een slechte kopie van de superieure Russissche T34. Alleen waren ze door de veel lichtere Shermantanks van de Amerikanen moeilijk uit te schakelen.“
Het fiere restauratieobject was gisteren trouwens maar enkele uren zichtbaar. ’s Middags werd de Panther met een groen afdekzeil en een camouflagenet ingepakt. Bovendien ging er een ‘anti-vandalisme’-hek omheen.

Metamorfose-effect
Bedoeling is namelijk dat het metamorfose-effect nog even gerekt wordt tot zaterdag. Die dag verrichten wethouder Janus Oomen en een Poolse veteraan rond 14.10 ur de officiële onthulling. Nog vóór het eind van het jaar plaatst de gemeente een informatiebord bij het monument. Alleen zal daarop vast niet vermeld worden, dat de Bredase tank tegenwoordig maar op een oorspronkelijke rupsband staat. De andere is afkomstig is van de Engelse Panther D. Maar dat valt toch geen mens op.    

Bevrijdingloop

Op zaterdag 30 oktober, de dag dat Breda de 60-jarige bevrijding door de 1ste Poolse pantserdivisie herdacht, hebben 21 atleten een estafette gelopen van Baarle-Nassau naar Breda. Tijdens deze loop brachten 18 atleten van A.V. Sprint en 3 atleten van A.V. Gloria de fakkel met het in Baarle-Nassau door de Burgemeesters Hendriks (Baarle-Nassau) en Van Leeuwen (Baarle-Hertog) ontstoken bevrijdingsvuur naar Breda. In Breda werd de fakkel overhandigd aan Burgemeester Van der Velden en de 91-jarige Poolse oud-strijder Roman Stolarz en werd het bevrijdingsvuur in Breda aangestoken. De fakkelloper werd begeleid door een loper met de Bredase vlag en een loper met de Poolse vlag Het initiatief voor de estafette kwam van Toon van Dongen. Na een training genietend van een kopje koffie kwam het gesprek op de bevrijdingsloop die tot eind jaren vijftig altijd door leden van Sprint gelopen werd.

Het enkele jaren geleden overleden lid Paul Tarczykowski was hiervan de grote animator geweest. Toon heeft samen met de zeer ervaren organisator Cees Evers heel veel werk verricht. Minutieus werd het parkoers verkend en uitgezet, wisselpunten vastgelegd, sponsors gezocht, atleten gevraagd en vele besprekingen gevoerd. Via een van zijn vele contacten wist Cees ook het probleem van het vinden van een fakkel op te lossen.

Ereveld Ettensebaan

Koningin Beatrix en President Kwasniewski waren in Breda om te herdenken dat de stad zestig jaar geleden door de 1e Poolse Pantserdivisie , onder bevel van generaal Stanislaw Maczek, is bevrijd van de Duitse bezetters. Ze begonnen die zondag in oktober met het bijwonen van een H.Mis in de Mariakerk. ,,De toemalige pastoor tekende in de annalen van de kerk op: 'Op 29 oktober 1944 zat mijn kerk tijdens de plechtige H.Mis vol met Polen'. Hier is God voor het eerst bedankt voor de bevrijding van Breda'', zegt pastoor Jaap Witteveen aan het begin van de mis. Als de koningin en de president na de kerk de begraafplaats aan de Vogelenzanglaan bezoeken worden daar de tachtig namen voorgelezen van de Poolse soldaten die daar begraven liggen op het Pools Militaire Ereveld aldaar.

Van daaruit gaat het gezelschap naar het Pools Militaire Ereveld gelegen aan de Ettensebaan in Breda. Voor de Mariakerk maakt Andrzej Maczek, zoon van de generaal, op straat een praatje met een aantal veteranen. ,,Door mijn vader ben ik altijd met Breda verbonden geweest'', zegt Maczek. ,,Hij kon niet terug naar zijn vaderland. Lwow, waar mijn vader vandaan kwam, is na de oorlog door de Sovjet-Unie ingelijfd. Aan de Ettensebaan staan kort voor het middaguur duizenden mensen te wachten op de komst van de koningin en de president van Polen. Op het Pools Militaire Ereveld daar hebben 162 Poolse militairen hun graf. In 1994 is het stoffelijk overschot van generaal Stanislaw Maczek, die op 102 jarige leeftijd in de Schotse hoofdstad Edinburgh overleed, aan de Ettensebaan ter aarde besteld. Zijn laatste wens om temidden van zijn soldaten te worden begraven , ging daarmee in vervulling.

Na de kranslegging gingen de staatshoofden van Polen en Nederland naar de Koninklijke Militaire Academie om samen met de veteranen van de pantserdivisie te lunchen. ,,Wij zijn hier om generaal Maczek en zijn soldaten te eren. Op die manier vergeten de kinderen hen nooit'', zegt Olga Mausch, een van de leidsters van de scouts uit Polen.

    

31 oktober 2004

Een hoogtepunt in het 3 jarig bestaan bestaan van onze vereniging was wel het hoge bezoek op 31 oktober 2004 van Koningin Beatrix en president Aleksander Kwasniewski van Polen aan Breda. Dit ter gelegenheid van de zestigste herdenking en viering van de bevrijding van deze stad.

De heer Stopa behartigt nu voor de vereniging De buiteenlandse belangen in de functie van bestuurslid
Consul Buitenlandse Zaken en Ambassade Zaken.

Woont sinds 2007 met zijn vrouw Krystyna in Polen.


Op de foto: onze oud voorzitter Adrian Stopa met zijn vrouw Krystyna te midden van Koningin Beatrix en oud president Aleksander Kwasniewski met zijn vrouw Jolanta


Uitzending VARA Netwerk

Onderwerp: De vergeten helden van de slag om Arnhem.  Uitzenddatum: Di. 14 september 2004, 20.30u.  Verslaggeving: Geertjan Lassche

Ze deden er alles aan zoveel mogelijk Britse soldaten te redden, maar werden verguisd en uiteindelijk vergeten: de Polen die vochten in de Slag om Arnhem. Netwerk ontdekte dat koningin Wilhelmina twee keer vroeg om een onderscheiding voor de Poolse generaal Sosabowski, maar dat dit werd geweigerd door de toenmalige kabinetten.

Onterecht
Aan de vooravond van de 60-jarige herdenking van de Slag om Arnhem, een portret van de vergeten helden van die strijd. Het is de Poolse parachutistenbrigade onder leiding van generaal Stanislaw Sosabowski, die de schuld krijgt van het mislukken van operatie Market Garden. Zestig jaar na dato blijkt dat volledig onterecht te zijn en zelfs de huidige minister van Defensie, minister Kamp, bezint zich nu over een vorm van eerherstel voor de generaal en zijn manschappen. Netwerk deed onderzoek naar de kwestie: waarom werd de heldenrol van de Polen nooit erkend?

Market Garden
Op 17 september 1944 ging de operatie ‘Market Garden’, later bekend geworden als de Slag om Arnhem, van start. Tijdens het eerste deel, operatie ‘Market’, zouden de belangrijkste bruggen tussen Arnhem en Eindhoven veroverd worden. Vervolgens zouden de geallieerden via Eindhoven door kunnen stoten naar Arnhem. Maar het verliep allemaal anders…

Generaal Sosabowski
Toen eenmaal bleek dat de Britse troepen op veel weerstand stuitten, werd de hulp van Poolse parachutisten ingezet, onder leiding van generaal Stanislaw Sosabowski. Eerder had Sosabowski al aangegeven geen heil te zien in de onderneming. Hij kreeg gelijk: de Polen werden bij Arnhem als konijnen afgeslacht. Ondanks de verliezen lukt het ze toch duizenden gevluchte Britten te redden, door ze de Rijn over te helpen.

Eerherstel
Generaal Sosabowski kreeg echter nooit de eer die hij verdiende. Integendeel, hij en zijn troepen werden beschuldigd van het verlies omdat ze te bang zouden zijn geweest. De generaal werd ontslagen uit het leger en eindigde ergens in Engeland als magazijnmedewerker. Maar zestig jaar na dato zijn er de eerste tekenen van een postuum eerherstel.

Herdenking
De komende week staat in het teken van herdenkingen rond Market Garden. Aanstaande zaterdag (18 september) vindt er in Driel een herdenking van de Polen in de Slag om Arnhem plaats. Michael Sosabowski, de kleinzoon van de generaal, zal daar een parachutesprong maken. Daarnaast wordt in Driel een expositie georganiseerd door de stichting ‘Wojtek, Poolse bevrijders op alle fronten’.
Archief: Market Garden
Netwerk besteedde eerder aandacht aan de website die ter nagedachtenis van de slachtoffers van operatie Market Garden is geopend.

Zie uitzending in onze videotheek

Lintjes voor tweede generatie Polen  

Woensdag 27 oktober 2004 - BREDA – „De Poolse bevrijders hebben allemaal al een borst vol medailles, nu komt de volgende generatie Poolse Bredanaars eens aan de beurt.“ Het viel een van de aanwezigen wat speels uit de mond, gistermiddag in de Trip van Zoudtlandtkazerne. Maar tegelijkertijd was het de spijker op de kop. Drie Bredase zonen van Poolse oud-strijders plus de (Poolse) echtgenote van een van hen ontvingen er uit handen van de Poolse ambassadeur Jan Michalowski (3e van links) een onderscheiding wegens hun verdiensten voor de Poolse gemeenschap in Breda. Maar dat gebeurde wel onder het toeziend oog van veel zwaargedecoreerde veteranen, ofschoon ook de derde generatie niet helemaal ontbrak.

Michalowski was met zijn nieuwe consul, Janusz Dawidowicz, naar de Markstad afgereisd om in totaal tien Poolse Nederlanders te decoreren. De vier Bredanaars kregen allen het Ridderkruis in de Orde van de Republiek Polen. Ed Cuber (Ulvenhout) (2e van links)als secretaris van de stichting Herdenkingen Ginneken ’44; Frans Ruczynski (1e van links) als voorzitter van het Generaal Maczekmuseum; Ad Stopa (4e van links)als oprichter en (oud)-voorzitter van de Bredase culturele vereniging Polonia, de vereniging Eerste Poolse Pantserdivisie Nederland en het Pools Olympisch Comité Nederlands; en diens echtgenote Krystyna Stopa-Konowrocka.(5e van links) Mevrouw Stopa heeft zich de afgelopen vijftien jaar ingezet voor veel Poolse organisaties in Breda, waaronder het ‘Poolse schooltje’

De strijdkreet van de Polen klinkt weer

Donderdag 28 oktober 2004 - BREDA – Breda is in 1944 bevrijd door de Eerste Poolse Pantserdivisie en dat willen de Bredanaars precies zestig jaar later nog graag weten. Burgemeester Peter van der Velden opent morgenmiddag in Breda’s Museum aan de Parade/Keizerstraat de tentoonstelling ‘Voor uw en onze vrijheid’, de strijdkreet van de Polen.

De expositie is tot 17 januari te bezichtigen, maar alleen komende zaterdag en zondag is het museumbezoek gratis (beide dagen van tien tot vijf) Breda’s Museum en het Generaal Maczek Museum tekenen gezamenlijk voor ‘Za wasza i nasza wolnosc’, zoals de titel in het Pools luidt. Alle teksten op de tentoonstelling zijn zowel in het Pools als in het Nederland. Voorzitter Frans Ruczynski van het Generaal Maczek Museum, zoon van een oud-strijder van de pantserdivisie: „Het Generaal Maczek Museum is in
eerste instantie door de gemeente gevraagd in de hal van het stadskantoor een expositie in te richten. Op mijn zoektocht voor die tentoonstelling kwam ik terecht bij Pierre van der Pol van Breda’s Museum. Hij liet me een map tekeningen zien van een Poolse kunstenaar, portretten van de militairen uit de oorlog, die tot voor kort bij vrijwel niemand bekend waren. Een tentoonstelling in het stadskantoor, in ons museum, in Breda’s Museum en bij de heemkundekringen in de dorpen. Het zou erg veel van het goede worden. In overleg met de gemeente hebben we gezegd: laat Breda’s Museum één tentoonstelling houden. De medewerkers van dat museum zijn bovendien professionals, wij goedwillende amateurs.“
‘Voor uw en onze vrijheid’ telt drie onderdelen. Een ‘heldengalerij’ laat twaalf portretten van nog levende oud-strijders van de pantserdivisie zien. De foto’s zijn gemaakt door Wiesje Peels, de interviews door Gregoor Martens. Daarnaast zijn er getekende portretten van de Poolse militairen in de oorlog, gemaakt door een onbekende kunstenaar en Stanislaw Przespolewski (1910-1989). Voorts documenteren muurkranten in het museum de geschiedenis van de Eerste Poolse Pantserdivisie onder bevel van generaal Stanislaw Maczek, die op 29 oktober 1944 Breda van de Duitse bezetting heeft bevrijd.

Uniform
Conservator Pierre van der Pol van Breda’s Museum: „Als je een tentoonstelling over de bevrijding wil houden met authentiek materiaal, waarmee wij altijd werken, kom je al vlug terecht op een Pools uniform, een knijpkat een Duits affiche. Dat is niet zo interessant. Bovendien worden elke keer weer dezelfde foto’s van de bevrijding tentoongesteld. Vandaar dat we voor een andere aanpak hebben gekozen.“
De ‘vondst’ van een map getekende portretten van Poolse militairen is daarbij te pas gekomen. „Begin dit jaar kreeg Breda’s Museum een deel van de Beyerd-collectie“, zegt Van der Pol. „Daar zat een map portretten bij die een mevrouw Judwiga Walker in 1967 aan de gemeente schonk. Dat stond op de map, meer gegevens hebben we niet. We weten niet wie die mevrouw is, waar ze vandaan komt. De tekeningen zijn niet gesigneerd. Wel staat de naam en vaak de rang van de geportretteerde op de tekening. Er zit één repro bij, de rest is origineel. Vermoedelijk is het ooit de bedoeling geweest de tekeningen uit te geven. Misschien komen we door de tentoonstelling aan meer gegevens.“
Getekende portretten van Poolse militairen zijn er ook van Stanislaw Przespolewski. Hij kreeg zijn kunstopleiding voor de oorlog in Krakow, Wenen, Parijs en Poznan. In de oorlog diende hij in de pantserdivisie en maakte de opmars van Normandië naar Wilhelmshaven mee. Hij trouwde in 1949 met jonkvrouw Jeanne Prisse, dochter van de eigenaar van landgoed De Hondsdonk bij Ulvenhout. Hun zoon Edward heeft nu de tekeningen in bruikleen gegeven voor de tentoonstelling in Breda’s Museum. „Het zijn prachtige portretten“, zegt Van der Pol. „Je ziet dat er eenberoepskunstenaar aan het werk is.“

Op de foto links Stanislaw Przespolewski rechts werk va hem een schets gemaakt aan het front.



Oorlog maakt mensen verdrietig’  

Nederland herdenkt vandaag voor de zestigste keer zijn oorlogsdoden, er gaan stemmen op om dat de laatste keer te laten zijn; is dat een goed idee?
Freddy Wieliszek (83), oud-bevrijder van Breda:
„Natuurlijk moet de herdenking van de bevrijding doorgaan. Het bloed, zweet en de tranen van al die jongens mogen nooit worden vergeten. Vandaag herdenken we de doden, eerst om 17.00 op de Ettensebaan, daarna in de Grote Kerk en in het Valkenberg. Morgen gaan we met Poolse oud-strijders naar Wageningen, waar voor de laatste keer een defilé wordt gehouden.“

Essalha Cheggar-Elafoui (51) van het Marokkaanse Vrouwencomité:
„Oorlog is iets dat mensen over de hele wereld verdrietig maakt. Van mijn ouders heb ik de verhalen gehoord over de gesneuvelde soldaten. Als ze er over praatten, waren ze altijd triest. Mensen die hun leven hebben gegeven om vrede te brengen, mag je dan ook nooit vergeten. Het zijn belangrijke mensen die iets voor het land hebben gedaan. Daarom sta ik daar op 4 mei om acht uur altijd bij stil.“

Marieke Schellekens, uitbaatster van het T Huis dat recht op de herdenking in het Valkenberg uitkijkt:
„Persoonlijk hecht ik weinig waarde aan de huidige manier van Dodenherdenking. Daarbij ligt de nadruk te veel op de Tweede Wereldoorlog. Uit respect voor de mensen die het wel belangrijk vinden, neem ik stilte in acht, maar eigenlijk is er in de hele wereld op ieder moment zo veel oorlog. Daar zou je constant aandacht voor moeten hebben, niet op een vaste dag in het jaar.“

Mirviënne Sarmaat (17), leerlinge van het Baronie College uit Breda:
„Ik vind het wel belangrijk, we mogen de slachtoffers niet vergeten. Ik ben ieder jaar twee minuten stil. Dan denk ik aan de mensen die in de oorlog zijn overleden. Maar ook aan degenen die het hebben overleefd. Aan de manier waarop we herdenken, moet niets veranderen.“

Nigel de Jong (19) uit Breda:
„Het is belangrijk om stil te staan bij de onschuldige mensen die toen onnodig zijn doodgegaan. Vroeger gingen we met de basisschool naar een monument. Daar legden we een krans. Ik ben zelf ook wel eens naar dat monument geweest. Die twee minuten stilte zijn prima. Je zou natuurlijk, bij wijze van spreken, iedere maand bij de slachtoffers stil moeten staan, maar dan verliest het volgens mij zijn impact.“

Frans Ruczynski is voorzitter van het Generaal Maczek Museum in Breda:
„Dat zou wel een heel slechte zijn. Je herdenkt namelijk niet alleen maar de doden uit de Tweede Wereldoorlog, maar ook de gevallenen na die tijd. Er zaten mensen van ons in Cambodja, Irak, er zitten er nu Afghanistan. Wij vinden dat de herinnering aan de Poolse bevrijders niet in een verdomhoekje mag komen. De animo en de belangstelling voor 4 mei groeit juist. Het is zeer belangrijk dat we op de jeugd kunnen overbrengen dat het een keer fout is gegaan.“

Kamer: lintje voor Poolse generaal   

DEN HAAG - "Het lijkt me onverstandig af te wijken van beleid dat al vijftig jaar staat", zei minister Kamp van Defensie twee weken geleden tegen Kamerlid en partijgenoot Van Baalen over diens wens alsnog een lintje uit te reiken aan de Poolse oorlogsveteraan generaal Stanislaw Sosabowski.
Niet doen, want je weet niet wat je zo nog allemaal losmaakt, luidde Kamps oordeel. Hooguit wil de minister de suggestie van de LPF overnemen om de militaire eenheid (Poolse 6e Air Assault brigade) die tijdens de Tweede Wereldoorlog onder bevel van Sosabowski heldhaftig streed in de Slag om Arnhem tijdens de operatie Market Garden te eren met een speciaal kravat aan het vaandel.
VVD'er Van Baalen was niet overtuigd. PvdA-Kamerlid Timmermans sprak van een halsstarrige, bureaucratische houding. Hun Kamermotie waarin de regering wordt opgeroepen het besluit uit 1952 om geen Militaire Willemsorde toe te kennen aan Sosabowski alsnog te herroepen, is gisteren door de Tweede Kamer unaniem gesteund.
Kamp zal het kapittel, dat oordeelt over het toekennen van deze hoge militaire onderscheiding, daarom alsnog om advies vragen. Dat zal hij naar alle waarschijnlijkheid opvolgen.
Daarnaast vraagt de Kamer op aangeven van VVD en LPF de minister om in mei tijdens de 60ste herdenking van de bevrijding ook andere geallieerde soldaten die een rol hebben gespeeld bij de bevrijding van Nederland een blijk van waardering te geven.

Het mooie meisje bij Jaak van Wijck

Zaterdag 16 oktober 2004 - De Poolse soldaat Alfons Raichert was 19 jaar toen hij met de troepen van generaal Maczek Breda bevrijdde. En daar zag hij Annie staan, bij de winkel van Jaak van Wijck aan de Ginnekenweg. ‘Wat een mooie meid, dacht ik, wat een leuke vrouw.’ Alfons huwde na de oorlog zijn Annie en kijkt terug op zijn leven als Poolse Nederlander.

Hij wilde eerst niet verhuizen van Breda naar Terneuzen en zij wel. Toen ze eenmaal in het vlakke Zeeuws-Vlaamse land woonden kreeg zij heimwee en hij niet. Alfons Raichert (nu 79) en Annie Raichert-Deleij (78) keerden terug naar Breda, want het hart wint het nog heel vaak. Hij, de Poolse oud-strijder, ging naar het Woningnoodbureau om zich in te laten schrijven voor een huis. „Ik kwam bij een vrouw, zo’n ouwe vrijster, een stomme trut en vertelde mijn verhaal. Ze zat op zo’n draaistoel, draaide zich om en zei met haar rug naar me toe ‘U krijgt geen woning van mij’. Ik werd woest door de manier waarop ze dat vertelde, het was zo onbeschoft. Ik liep naar haar stoel en draaide die met een ruk om, maar ze had inmiddels al op een belletje gedrukt en er kwamen twee mannen binnen. Die begrepen me beter. Maar de volgende dag kreeg ik van haar wel een kaartje in de bus. Ik moest Breda binnen 48 uur verlaten, anders zou de politie me komen halen. Het leek wel een emmer koud water. Daar stond ik dan als oud-bevrijder van Breda.“

Het is zeer kort daarna toch nog goed gekomen via interventie van andere Bredanaars. „Kreeg ik weer een kaartje, we kregen een urgentieverklaring voor een woning“, zegt Alfons Raichert. Het speelde zich af in het begin van de jaren vijftig, maar het was niet het enige incident waarbij hij moest merken dat hij dan weliswaar bevrijder van de stad was, maar ook buitenlander. „Ik zeg altijd, wij waren qua behandeling de eerste Turken.“

Alfons en Annie Raichert maken ook nu nog een zeer montere indruk, ze tennissen beiden, zij het zelden tegen elkaar (‘dat wordt ruzie maken’), bridgen en Annie heeft een huid waar Joan Collins jaloers op zou zijn. „Ja, ook drie face-lifts“, grapt ze. Het leven is niet altijd grappig geweest. Het levensverhaal van Alfons Raichert is een van die ongelooflijke verhalen die je veel meer hoort van Poolse veteranen. Herinneringen, herinneringen. „Ik heb er genoeg van. Als je terugkijkt, denk je: hoe heb je het kunnen overleven?“

Alfons Raichert werd in februari 1925 geboren in Bytkow, een Pools dorp in de buurt van Katowice. Zijn vader werd opgepakt door de Duitsers, kort na de Duitse inval in 1939 en kwam in Buchenwald terecht. Daar overleed hij enkele maanden later. „We kwamen er achter toen mijn moeder informeerde hoe we in contact konden komen met mijn vader. Dat was niet meer mogelijk, schreven ze terug. Mijn vader was overleden. Ik ben in Buchenwald geweest met onze dochter Hella, het stikte er van de jonge neo-nazi’s en er was permanent politiecontrole nodig. Het was ook heel emotioneel. Mijn vader is gewoon vermoord door de Moffen. De Poolse gevangenen moesten in de winter buiten in een ijzeren kooi staan. Iedere dag overleden er wel een paar. Gruwelijk. Als je dat alles ziet ben ik blij dat ik dat nooit heb hoeven meemaken.“

Als 14/15-jarige knaap moest hij gedwongen bij een boer in Duitsland werken. Zijn moeder overleed in 1941, maar van de boer mocht hij niet naar huis. Hij slaagde er in (zonder papieren) naar de woonplaats van zijn moeder te komen. „Ik heb haar alleen nog maar in de kist gezien.“ Via een vriend van zijn vader werkte hij als bakkersknecht in Katowice, maar werd zonder papieren bij een razzia aangehouden door de Duitsers. Samen met nog een paar honderd andere jonge Polen moest Alfons Raichert naar Frankrijk om daar gedwongen aan de Atlantikwall, de Duitse verdedigingslinie, te werken. „Wat wij overdag opbouwden bombardeerden de Engelsen de volgende dag kapot. We merkten eigenlijk al in de nacht vóór de invasie van 6 juni 1944 dat er iets aan de hand was, want de Moffen knepen er tussenuit. De invasie, dat maak je maar één keer in je leven mee. Er lagen zoveel schepen, het leek wel een stad op zee. Britse commando’s kwamen het eerst bij ons en later ook Poolse troepen van de 1e Poolse Pantserdivisie. Zij vroegen of we vrijwilliger wilden worden. Ja, wie van ons Polen wilde dat niet op dat moment? Als je geweten had wat er nog stond te gebeuren had je het misschien niet gedaan.“ Zegt hij nu.

De 19-jarige Alfons Raichert bereikte zo met generaal Maczek Breda en nam deel aan de bevrijding van de stad. En daar was Annie. Hij zag haar op 29 oktober 1944 staan bij de winkel van Jaak van Wijck op de Ginnekenweg tussen al het volk dat was uitgelopen. „Wat een mooie meid, dacht ik, wat een leuke vrouw.“ „Hoor je hoe zacht hij het nu zegt“, lacht Annie in 2004. Alfons en zijn Poolse maat keken haar na toen ze in gezelschap van een jonge man wegliep en een huisdeur binnenging, maar hij zag niet precies welke deur. Hij moest ’s avonds wacht lopen bij de winkel van Jaak van Wijck. „Ik heb daar nog een gat gegraven, weet ik wel. Maar ik wilde dat leuke meisje zien. Ik zei tegen mijn maat: wat doen wij hier? Voor veiligheid zorgen toch? Kom we gaan kijken of er toevallig nog Moffen in die huizen zitten. Wij aanbellen en het tweede huis was het al raak. Alleen, het barstte er van de Polen.“ Dat werd de moeder van Annie (‘ik herkende hem aan zijn sjaaltje’) te gortig en zij stuurde haar dochter naar de keulen. Met haar broer en Alfons achter zich aan. Het werd, zeggen ze nu, een gesprek met handen en voeten, in gebroken Duits. Liefde op het eerste gezicht. Ze had de juiste nog niet gevonden, antwoordde Annie op zijn vraag of ze verkering had. En die jongeman, dat was haar broer. Alfons Raichert: „Ik zei: ik ben de juiste.“ Het was het begin van iets moois dat al 56 jaar bestaat.

Maar Raichert was soldaat en alleen het zuiden was nog maar bevrijd. Op 31 december 1944 moest hij op patrouille bij Sprang-Capelle, werd overgevaren naar het gebied waar de Duitsers zaten. Raichert liep met de Bren, een zware mitrailleur, als laatste in de rij van 12 Poolse militairen. „Ineens voelde ik een enorme klap. Het was een landmijn, zo een die aan een touw zat en opsprong voor-ie ontplofte. Zo maakte de mijn meer slachtoffers. Ik heb mezelf verbonden en ben naar het water gekropen, waar de andere jongens me zochten en in een boot gooiden. Ik ben geloof ik eerst in Tilburg wakker geworden en later op de operatietafel in Turnhout.“ Alfons Raichert was zwaargewond. Het was in de tijd dat de penicilline net was uitgevonden en hij denkt dat dat medicijn hem misschien uiteindelijk gered heeft. Hij werd overgebracht naar Engeland, lag daar vele maanden lang in het ziekenhuis en in revalidatiecentra in Nottingham en Derby. Kreeg daar enorm veel respect voor de jonge Engelse meisjes en vrouwen die voor niets in het ziekenhuis werkten. „In zo’n ziekenhuis zie je de ellende pas goed“, zit in zijn herinnering.

Al die tijd was er contact met Annie, die nog in haar ouderlijke huis in Breda woonde. Begin 1947 was Alfons Raichert voldoende hersteld om (broodmager) naar Breda te reizen. Hij kreeg inwoning bij de vader en moeder van Annie Deleij. Polen was een gepasseerd station, daar zaten de communisten, daar kon hij niet naar toe. Maar in Nederland kon je je, ook als oud-bevrijder, niet zomaar vestigen. Je moest eens in de zoveel maanden naar de Vreemdelingenpolitie en je moest een werkvergunning hebben. En het was vlak na de oorlog in een tijd dat er nog vaak heel benepen werd gedacht. Dat het katholicisme ook maatschappelijk de belangrijkste factor was. Merkten Annie en Alfons.

Zijn eerste baantje zou bij de HKI zijn, waar al veel Polen werkten. Een paar dagen voor hij moest beginnen, kreeg hij te horen dat hij niet hoefde te komen. „Dat was een enorme teleurstelling, het was mijn eerste werkkring. Ik dacht, wat is dat nou? Later vond een broer van Annie uit dat het voor de HKI onaanvaardbaar was geweest dat wij ongetrouwd onder één dak woonden. Idioterie.“ Annie nu: „En dan zeggen wij wat van islamieten.“

Raichert ging naar de Etna, waar ook al veel Polen werkten en waar ze zeker niet het fijnste werk kregen. „Ik zeg het altijd zo, wij waren de eerste Turken van Nederland.“ Hij kwam bij de haardenmakerij te werken, moest Samotstenen naar boven en beneden brengen. En hoorde samen met zijn licht aangebrande (Poolse) maat op een kwaad moment iemand ‘rot-Polen’ roepen. Later herhaalde zich dat nog een paar keer en zijn ze gaan opletten uit welke hoek het kwam. „Het was een jonge man in de slijperij. Mijn maat ging naar hem toe en sloeg hem in één keer in zijn gezicht. Nou ja de baas erbij natuurlijk, die van omstanders hoorde wat er gebeurd was en die zei alleen maar: ‘Dat heeft-ie goed gedaan’ en verder niets. We hebben daar nooit meer rot-Polen gehoord.“ Hij bleef niet lang bij de Etna, want hij kon elders drie gulden meer gaan verdienen per week. Raichert trouwde met zijn Annie op z’n 23e. Het jonge echtpaar kreeg na veel moeite inwoning in een huis in de Zonstraat, maar daar boterde het niet met de hoofdhuurder. Louter en alleen om het geld, ontdekten zij later.

„Op een avond kwam ik thuis van mijn werk en kreeg ik plotseling een stomp midden in mijn gezicht. Het is goed dat ik toen heel rustig van aard was. Bij de politie zei een rechercheur: Je moet terugslaan. Je moet hem niet doodslaan, maar wel flink hard raken. De huisbaas liet zich dagen achtereen niet zien, die was niet gek. Bij ons vertrek naar Terneuzen stond hij te huilen. Het ging hem alleen om de centen.“

Terneuzen was een tussenstation, het echtpaar kwam verblijd met een van de drie kinderen terug naar Breda en kwam in het Heuvelkwartier terecht. „Daar hebben we heel fijn gewoond, de kinderen zeggen dat nog wel eens.“ Molenschot werd zijn nieuwe werkgever. Daar vroeg Raichert opslag en kreeg precies één cent. „Ik was woest en zag aan de kop van mijn chef dat hij het nog leuk vond ook. Ik heb onmiddellijk ontslag genomen. Annie zei tegen de mensen die daar van opkeken: ‘Hij weet wat-ie doet’. Ik lijk misschien wel iemand over wie je heen kunt lopen, maar zo is het niet.“ Het bedrijf Pieter Stapel in Oosterhout werd uiteindelijk 23 jaar lang zijn laatste werkgever. Raichert werd daar productiechef en kreeg wat problemen bij de beoordeling van werknemers, die opmerking maakten over het feit dat hij een Pool was. Wat hij zich wel in zijn hoofd haalde. Zijn directeur steunde hem volledig.

Annie Raichert: „Vroeger hoorde je wel als er iemand iets had uitgevreten: Ja, ja, die Polen, net als nu met de Turken en Marokkanen. Maar echt gediscrimineerd is-ie nooit.“

Alfons: „Met Polen is het hetzelfde als met Nederlanders. Je hebt goede en je hebt minder goede. De meeste Polen in Breda zeggen alleen maar Loof den Heer, zeggen niets dan goeds over het leven. Maar ik weet zeker dat iedereen bepaalde dingen heeft meegemaakt. Je bent een buitenlander tenslotte. Terugkijkend moet ik zeggen dat het me ondanks alles bevallen is in Breda. Alles wat we bereikt hebben, daar hebben we zelf voor gezorgd. In onze tijd was er niets mogelijk, geen buurthuizen, geen Pools huis, niets.“
Annie: „Hij is een goede Hollander, hij kan lekker kankeren.“

 
Zoeken
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu