Jaargang 2005 - vereniging 1e poolse pantser divisie nederland

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Jaargang 2005


Sterfdag Gen.S.Maczek

Op 12 december was er een kranslegging op het graf van generaal S.Maczek, het was alweer 11 jaar geleden dat hij overleed. Bij het graf hadden zich vele Polen en hun nabestaanden zich verzameld om de kranslegging bij te wonen van achtereenvolgens: Ryszaed Raczynki van de Poolse ambassade in Nederland, Mevrouw Anna Kaczynska van de Poolse ambassade België, de heren Hartman en van Alphen van comité Thank You Canada, de vereniging Poolse Oud-strijders en veteranen 1e Poolse Pantserdivisie in naam van generaal Maczek, de vereniging Poolse Oud-strijders en als laatste vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland.

bloemen bij graf     kleuren in overvloed


Medaille voor Poolse veteranen

BREDA – Poolse veteranen of hun weduwen kregen gisteren in Breda een herinneringsmedaille naar aanleiding van zestig jaar vrede. In totaal lagen er 120 medailles klaar voor de Poolse veteranen die Breda bevrijde op 29 oktober 1944. Een groot deel van de medailles werd echter niet opgehaald. Wadec en Nellie Klementowski waren wel vanuit Venlo naar Breda gekomen voor de uitreiking. „Mijn man wil nooit naar dit soort dingen. We zijn vaak uitgenodigd voor medaille uitreikingen, maar nergens heengegaan. Niet naar Londen, niet naar Warschau. Dit keer heb ik eens flink aangedrongen, want ik vind gewoon dat hij het verdient“, fluistert Nellie Klementowski als haar man naar voren loopt voor zijn medaille. Trots en toch wel een beetje ontroerd loopt hij even later terug. „Zie je nou wel, nu hij er eenmaal is vindt hij het hartstikke leuk“, laat zijn vrouw weten. Bekenden ziet Wadec niet in de zaal. „Ik was 19 jaar toen ik hier in Breda vocht en je zit maar met vijf man in een tank. Het zou dus ook wel heel toevallig zijn“, vertelt hij.

Geen optie
Na de oorlog kreeg Wadek Klementowski een baan aangeboden bij een bedrijf van Philips in Venlo. Daar leerde hij zijn vrouw Nellie kennen. Teruggaan naar Polen was vlak na de oorlog geen optie, dus stichtte hij samen met haar een gezin in Limburg. Later wilde hij ook niet meer terug naar zijn geboorteland. Het gezin ging er wel regelmatig op vakantie. Nellie: „Hij leerde de kinderen niet eens Pools, want we waren Nederlanders vond hij. “Samen met de anderen aanwezigen zingt hij na afloop van de uitreiking wel het Poolse volkslied mee. „Toch wel mooi om er af en toe even bij stil te staan, maar zeker niet te vaak.“

liggen klaar     op de foto


Herdenkingsmedailles voor Polen.

Na uitreiking van de badges door Engeland op 12 november door de Engelse attaché, Robin Davis , vond op 12 december om 14.00 uur de uitreiking plaats van de herinneringsmedaille, beschikbaar gesteld door het comité Thank You Canada and Allied Forces en uitgereikt door de heren Hartman en van Alphen namens het comité.

De uitreiking vond plaats in zaal Vianden te Breda. De uitreiking werd zichtbaar op prijs gesteld door de Oud-strijders  en ook door de nabestaanden van de Oud-strijders. Tevens konden zij weer eens bijpraten, want zij kwamen uit geheel Nederland en zagen elkaar zodoende niet zo dikwijls. Tot slot werd er nog het Poolse volkslied gezongen, wat door de oudere aanwezige Nederlander zo goed mogelijk werd meegezongen, want na de oorlog werd dit lied gezongen op Koninginnedag, dat in die periode nog op 1 augustus was.

   


Veteranen Badge Great Brittain.

Op zaterdag 12 november werd in het gemeenschapshuis ,, De Belcrum,, te Breda de Veteranen Badge  uit Engeland uitgereikt aan de Poolse Oud-strijders van de 1e Poolse Pantserdivisie van gen. S.Maczek die in oktober 1944 deze stad verloste van het Duitse juk.
De veteranenbadge is een erkenning voor de diensttijd gedurende de tweede wereldoorlog en wordt aangeboden door de minister van Defensie van Groot Brittannië.
Deze wordt uitgereikt door de Engelse attaché, Robin Davis om 14.00 uur en de festiviteiten eromheen sluiten omstreeks 17.00 uur.

Hoe de Polen in Engeland kwamen.
De val van Frankrijk was een ramp voor de Poolse zaak. De sterkste en best uitgeruste militaire eenheden leden zware verliezen tijdens het korte gevechtscontact dat ze met de vijand hadden. Ze werden uiteengeslagen en er bleef niets anders over dan naar het neutrale Zwitserland uit te wijken. Veel van deze manen die in Frankrijk dienst genomen hadden volgeden de Franse soldaten op hun lange weg naar huis.
Het was een bittere teleurstelling voor generaal Sikorski, zelf een groot bewonderaar van Frankrijk, maar de Poolse regering verklaarde onmiddellijk de strijd voor te zetten. Er begonnen onderhandelingen met de Engelse Regering  waaruit snel overeenkomsten voortkwamen. Op 21 juni 1940 had de President van Polen op het Victoria Station in Londen een ontmoeting met Koning George VI.

Met de hulp van de Britse vloot werden alle Poolse eenheden uit Frankrijk geëvacueerd naar verschillende Britse havens maar de meesten werden naar Liverpool gebracht. Daar werden ze opgevangen door de Engelse Vrouwelijke Vrijwilligsters met thee en sigaretten. Daarna reisden ze per trein naar het noorden met de bestemming Glasgow. Op 18 juli 1940 waren al 17.000 Poolse militairen in Engeland aangekomen.

In februari 1942 werd de1e Poolse Pantserdivisie opgericht en het commando van deze eenheid werd gegeven aan generaal Maczek.
Deze nieuwe divisie bestond uit de 10e en de 16e Brigade. De 1e Poolse Pantserdivisie kreeg al snel de reputatie snel en doeltreffend te zijn. Kort na de oprichting vertrok de divisie naar de zuidelijke steden aan de grens Duns, Melrose en Galashiels. Andere eenheden van de divisie werden gelegerd in de Lothains zoals Grosford House, Dalkeith Palace en Gifford. De tanks van de divisie behoorden in die streek tot het straatbeeld hoewel de feitelijke oefeningen plaats vonden op meer geschikte terreinen i Cambridgeshire en Yorkshire. In oktober 1943 werd de infanterie Brigade in de organisatie opgenomen. Het probleem van mankracht bleef bij bijna elke Poolse eenheid in Schotland bestaan omdat er met een minimum aan mensen moest worden gewerkt. Er waren ook zorgen over de leeftijd en de lichamelijke conditie van de militairen. Andere geallieerde divisies bestonden meestal uit mannen die de helft van de leeftijd hadden van sommige Poolse soldaten. In 1944 bestond de divisie uit 13.000 man, 381 tanks en 4050 voertuigen. Voor een leger dat bekend stond als ouderwets maar dapper in optreden - het beeld van de Poolse cavalerie die in 1939 Duitse tanks aanviel bestond nog steeds - waren beide de 1e Poolse Pantserdivisie en de 1e Onafhankelijke Parachute Brigade goede vertrekpunten.

 

Op de foto rechts Poolse troepen op een Brits koopvaardijschip genaamd ,,Royal Scotsman,, op weg naar Liverpool.




Geschreven door:Commandant van het 1e poloton, 1e Compagnie, 1e Lt. Roman Stolarz van het 9e Bataljon
(vanaf 1 juli 1945 het 9e bataljon Jagers van Vlaanderen)

Vroeg in de ochtend, trok ik met mijn compagnie, het 9e Bataljon, later het 9e bataljon Jagers van Vlaanderen, gedecoreerd door prins Karol, Regent van België, met het Belgische oorlogskruis van Nestel, vanuit Bavel langs de Valkenierslaan, Overakkerstraat via de Prins Hendrikstraat en Molengrachtstraat naar het centrum van Breda. Op de tegenwoordige Generaal Maczekstraat, deel van de Poolseweg, stopten we. Er waren geruchten dat de Duitsers die in de Chassekazerne gelegerd waren, een van hun aanvallen op ons wilden uitvoeren. De straten werden afgezet en het 2e peloton van onze 1e compagnie patrouilleerde in de straten van waaruit de Duitsers eventueel zouden kunnen aanvallen. De voorposten van mijn peloton waren in de Vijverstraat en het Wilhelminapark. Onder mijn jongens heerste een aangename sfeer, zij waren ondanks alles wat ze al meegemaakt hadden in de oorlog niet gespannen, net zo als alle andere voorgaande afwachtende op een aanval van de tegenstander. Twee van mijn jongens, Alex Kornilloff en Ryszard Puzia, hadden contact gekregen met een onderwijzersgezin uit de Vijverstraat.

Samen met mijn collega, Leon Czertok, stond ik te praten toen wij opeens een vrouw naar ons zagen wuiven, die in een prachtig hoekhuis aan de Vijverstraat 15 woonde. Na enig overleg, want we moesten op onze hoede zijn voor alles en iedereen, besloten wij naar de vrouw toe te gaan. Bij haar huis aangekomen vroeg ze of wij samen met haar iets wilden drinken, hetwelk wij accepteerden. Wat we te drinken kregen, de smaak ervan althans, kan ik me niet meer herinneren: het zal wel surrogaat koffie geweest zijn. De conversatie was in het Engels, omdat wij haar anders en zij ons niet kon verstaan. Leon sprak niet veel, zelfs niet toen zij ons vertelde dat haar man in Duitsland in krijgsgevangenschap zat. Hij was majoor bij de landmacht.

Doordat de tuindeuren openstonden kon Leon een piano zien staan. Eerst twijfelde hij, maar toen vroeg hij toch aan onze gastvrouw of hij wat op de piano mocht spelen, daar hij een verwoed pianospeler was en sinds de oorlog geen kansen meer had gehad om nog eens te kunnen spelen. Zij vond dit een prachtig idee en in de huiskamer luisterden wij naar pianospel van Leon. Doordat ik zo aandachtig naar Leon had geluisterd, had ik niet bemerkt dat de gastvrouw uit de kamer was gelopen. Ik werd bedachtzaam, tikte Leon op de schouders en zei dat hij met spelen moest ophouden, want ik voelde dat er hier niet alles verliep zoals dat hoorde. Wat er enkele minuten daarna gebeurde zal ik mijn hele leven niet meer vergeten.

Langzaam ging de kamerdeur open, onze gastvrouw kwam weer binnen, maar wat was dat nu, wie stond er achter haar? Het was een oud vrouwtje, schichtig, ja zelfs bang en weer was het nu omdat zij blij was ze iemand zag, een typisch mensje. Dit ging zo enkele seconden door totdat ze in de gaten had, dat wij geen Duitsers waren, tenminste ze zag geen Duitse uniformen. Uiteindelijk ging ze dan toch met onze gastvrouw de kamer binnen. Toen wij aan elkaar voorgesteld waren keek de gastvrouw ons strak in de gezichten, zij wilden onze reacties niet mislopen. De gastvrouw die nooit over deze zaak iets gerept had, maar ons vertelde dat ze voelde dat de oorlog ten einde liep, wij de bevrijders waren en wij ook niets over dit geval zouden doorvertellen, kon nu niet langer haar mond houden en stak van wal, ook omdat ze van het oude vrouwtje toestemming had gekregen het te vertellen.

Het oude vrouwtje was een Jodin en had sinds de oorlogjaren bij onze gastvrouw onderdoken gezeten. Omdat de man des huizend was opgepakt, waren zij bang dat ook het oude vrouwtje gepakt zou worden en getransporteerd. Toen mevrouw haar hele verhaal had verteld, keek ik naar Leon en zag dat hij de tranen in zijn ogen had staan. Ik klopte op de schouder, want ik wilde hem laten merken, dat we het vrouwtje niets zouden doen en hun overtuigen dat we ook niets zouden doorvertellen. Leon zei echter niets, stond op en liep naar het vrouwtje, die bang van hem werd en ging hem staan aanstaren. Ineens omhelsde Leon het vrouwtje en liet nu zijn tranen in de vrij loop, want nu kon hij eindelijk ook  het vrouwtje vertellen dat hij Jood was en vanzelfsprekend ook de hele oorlog in angst gezeten had.

Zelfs ik wist niets van Leon. Nu ik dit tafereel zag van twee wildvreemde mensen, die elkaar ineens omhelsde was het net of moeder haar zoon had teruggevonden en omgekeerd. "De oorlog zal nu gauw voorbij zijn, dan hoeft U niets te vrezen en kunnen we eindelijk weer eens normaal leven gaan leiden", sprak Leon. Nu ging hij weer naar de piano en bleef een hele lange tijd door zitten spelen met het vrouwtje aan de piano staand, om hem toch maar een prettige middag te kunnen bezorgen. Daarna werden nog vele verhalen verteld en veel gelagen en tenslotte was het voor ons allemaal een zeer geslaagde middag geworden.

Deze geschiedenis kon ik niet langer meer voor me houden, want van de oorlog worden alleen maar keiharde feiten naar voren gehaald en nooit wordt zo een mensen lievend tafereel verteld, zodoende …




De slag om het Markkant.  (Het Markkanaal bij Oosterhout)

Het vierde oorlogsjaar 1944 was begonnen.
De mensen hoopten steeds vuriger dat ze zouden worden verlost van de Duitse bezetters. De toestand werd steeds slechter en kon niet langer zo doorgaan.
Er zou in de loop van 1944 een invasie verwacht worden. De verrassing kwam toch na 4 jaar D-day. 6 juni 1944.
Er waren een aantal operaties nodig om het misdadig bewind van Hitler op de knieën te krijgen.

“Operatie Pheasant”
Als eerste doel en tevens hoofddoel: het vrij maken van de Schelde monding om de haven van Antwerpen weer te kunnen gebruiken.
Het tweede doel van de “Operatie Pheasant” was het de pas afsnijden van het sterke Duitse vijftiende Leger. Dat langs de Franse- en Belgische kust door Zeeland naar West-Brabant terug trok om aan een omsingeling te ontsnappen. Dit doel werd niet bereikt. Het vijftiende leger was vindingrijk en wist te omkomen van de oprukkende geallieerden. Deze ontsnapping verstrekkende gevolgen voor een latere strijd aan de Mark- Dintellinie.
De operatie “Operatie Pheasant” werd vanaf 22 oktober 1944 over een breed front uitgevoerd door Canadese Engelse, Amerikaanse Poolse en Nederlandse Troepen uitgevoerd.
De Duitsers wisten als ervaren frontsoldaten goed gebruik te maken van het terrein de drassige riviertjes en kanalen.
Op 30 oktober 1944 was de "Operatie Pheasant" zo ver gevorderd dat de Duitsers zich hadden terug getrokken achter de laatste goed te verdedigen hindernis.

De Mark- Dintellinie.
Deze moeilijk te nemen waterlinie bestond uit het Wilhelminakanaal (Geertuidenberg-Oosterhout), het Markkanaal (Oosterhout-Terheijden) en de rivier Mark en Dintel.
Na de bevrijding van Breda start er een nieuwe fase in de strijd tegen de Duitse bezetters.
Moerdijk was het volgende aanvalsdoel van de 1e Poolse Pantserdivisie.
Op 31 oktober 1944 begon het Poolse bevrijdingsleger bij " De Nieuwe Veer” ten noorden van Prinsenbeek de rivier de Mark over te steken. Deze oversteek draaide uit op een mislukking.Er waren waarschijnlijk 2 feiten die doorslaggevend waren voor deze mislukking:

1. De Duitsers voerden een effectieve verdediging, goed gemotoriseerd materiaal en de goed ingeschoten Duitse artillerie.

2. De Polen hadden een handicap dat ze voor het eerst kennis maakte met onze drassige polders met als gevolg dat zij zich vastreden en bleven staan als schietschijf.
Bij "De Nieuwe Veer" waren de kansen verkeken. De Generaal Maczek moest uitzien naar een betere mogelijk om naar het noorden te komen. Er vonden nieuwe verkenning plaats op 1 en 2 november 1944.
In de vroege morgen van 3 november was het zo ver. De Polen staken op 2 verschillende plaatsen De Mark over. Nog die zelfde dag was er een bruggenhoofd gevormd met als noordelijke grens het dorp Den Hout.

Op 8 november werd Moerdijk bevrijd.



Organisatie van jaarlijkse herdenkingen in Baarle.

Na de herdenking van “Baarle 50jaar bevrijd”is dit comité opgericht met de bedoeling om de jaarlijkse herdenking te organiseren en in stand te houden. Tot aan dat moment kende men in beide Baarles een hele reeks van herdenkingen: 11 september, 11 november, 5 mei, 1 oktober en nog meer, meen ik.Dat was allemaal een beetje veel van het goede en na “Baarle 50 jaar Bevrijd” werd besloten jaarlijks een herdenking te organiseren. En we mogen stellen dat het tot nu toe elk jaar opnieuw weer waardige herdenking is. In de “kroonjaren”geven we extra accenten en proberen meerdere herdenkingen te houden: een in september bij het Amerikaanse monument aan de Hoogstratensebaan, één op 1 oktober met een accent voor onze Poolse bevrijders en dan nog één herdenking eind oktober in Ulicoten waar de Engelsen bevrijders extra worden herdacht.

Sinds “Baarle 50 jaar bevrijd” hebben we bijzondere kontakten blijven onderhouden met de Vereniging van oud-strijders die in westen hebben gevochten (voorzitter Władysław Dwojak). In het begin hebben we zelfs nog een inzameling gehouden van allerlei bruikbare goederen en trokken we met een trailer naar het verre Gdansk toe.Intussen zijn kontakten groeiende met scholen in Gdansk en proberen we die wat vaste voet te geven. Wanneer we daartoe in de gelegenheid zijn, is ons comité ook aanwezig bij andere herdenkingen in de regio. Zo bezoeken we jaarlijks de herdenking in het naburige Alphen en zijn we ook aanwezig op de herdenking in Breda op de begraafplaats aan de Ettensebaan. Kortom een levendig comité dat probeert de waardering en respect voor onze bevrijders levendig te houden!

Herdenkingscomité Baarle, Dhr.F. Tuytelaars, secretaris.


61e Herdenking van de slag om Arnhem
Op zaterdagmiddag 17 september aanstaande vindt om 15.00 uur de 61e Herdenking plaats van de Slag om Arnhem bij het Polenmonument op het Plac Polski – Polenplein – in Driel.
Daar zal ter nagedachtenis aan de bijdrage van de Eerste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade aan de Slag om Arnhem, een korte Herdenkingsplechtigheid worden gehouden.
Poolse en Engelse veteranen zijn daarbij aanwezig, evenals de Poolse Ambassadeur in ons land, de heer   J.  Michalowski. Naast een vertegenwoordiger van de Poolse veteranen zal ook de burgemeester, mevrouw E. Tuijnman een toespraak houden.
Het volledige programma van de 61e Herdenking van de Slag om Arnhem is verkrijgbaar bij de Informatiebalie in de hal van het gemeentehuis in Elst.

Het monument van de Britse en Canadese genie soldaten.
Op de hoek van de Vogelenzangsestraat bij de Drielse Rijndijk staat een monument voor de Britse en Canadese geniesoldaten. In de nacht van 25 op 26 september 1944 hebben zij bijna 2400 Britse en Poolse Airborne-soldaten van de overkant uit Oosterbeek hier op de zuidelijke Rijnoever in veiligheid gebracht. Bij het monument staat een stenen tafel, waarop je hun verhaal kunt lezen.




Organisatie van herdenkingsplechtigheden in Axel.

De organisator: Vrienden Poolse Oud-strijders Axel, heeft te kennen gegeven te stoppen met het organiseren van de jaarlijkse herdenkingen betreft De Poolse bevrijders. De Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie neemt nu deze taak over.

Tot het jaar 1966 werden de herdenkingen georganiseerd door de Vereniging Axel – Polen. Vanaf september 1996 t/m 2004 waren de ceremonies ter nagedachtenis van de burgers slachtoffers en de gesneuvelde soldaten van de 1e Poolse Pantserdivisie georganiseerd door de “Vrienden Poolse Oud-strijders Axel” altijd op zaterdag die dichts bij de 19 september ligt. Volgens hen was het 50 jaar na de oorlog  te vroeg om met de organisatie ter nagedachtenis van de bevrijders te stoppen. In 1996 namen in de ceremonies nog maar 32 Poolse oud-strijders deel. De organisatie wilde niet alleen de gesneuvelde maar ook de nog levende Poolse soldaten herdenken. Op die zaterdagochtend ontmoetten de deelnemers elkaar in het Gregorius Centrum naast de kerk. Vervolgens namen ze deel in de Kerkdienst ter intentie van de gesneuvelde Polen en Nederlanders tijdens de bevrijding. Daarna liepen ze in stille tocht naar het Poolse Militaire Ereveld waar ze het Doden Appel bijwoonden. Daar worden kransen bij het monument en bloemen op de 22 Poolse graven gelegd. Vervolgens liepen de deelnemers naar het Poolse Monument in het Centrum van de stad op de hoek van de Zeestraat en de Oranjestraat. Daarna rijden de deelnemer naar het Dragonderkruis aan de Hulsterseweg waar tijdens een korte plechtigheid kransen werden gelegd. Vervolgens kunnen de deelnemers in een restaurant van een diner op eigen kosten genieten en met elkaar napraten. Dit jaar, voor het eerst, werd de Dodenherdenking op het Poolse Ereveld door onze Vereniging in samenwerking met de Poolse priester Bartłomiej Małys uit Rotterdam georganiseerd.

Opmerkingen
Monument voor Poolse militairen die Axel op 19 september 1944 bevrijdden. 25 Poolse soldaten stierven tijdens de acties op 17 september 1944 bij het kanaal van Axel-Hulst. De aanval door de Poolse soldaten op Axel duurde vier lange dagen, waarbij de belangrijkste aanval ten oosten werd ingeleid door artillerievuur. Het monument is geplaatst op de hoek Zeestraat/Oranjestraat, de plaats waar de Polen (van de eerste Poolse pantserdivisie) de eerste aanval op Axel inzetten. Op 18 september1948 onthuld door Kolonel Dr. Z.M. Szydlowski, commandant van de divisie

Onze Vereniging is van plan om deze dodenherdenking daar voort te zetten, A. Stopa

Gedenkteken onthuld voor vergeten bevrijders.
BOURTANGE  - In de vesting Bourtange is donderdag een gedenkteken onthuld ter ere van de Poolse bevrijders van Oost-Groningen. Het teken bestaat uit een plaquette waarop de namen staan van zes Poolse soldaten die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in de gemeente Vlagtwedde om het leven kwamen.

Het gedenkteken werd onthuld in aanwezigheid van de Poolse ambassadeur Michalowski, burgemeester Broertjes van Vlagtwedde en de weduwe en zoon van een overleden soldaat. Burgemeester Broertjes betitelde de Poolse soldaten als vergeten bevrijders: ,,We moeten dankbaarheid en respect tonen aan hen die dat toekomt.'' De Poolse ambassadeur J. Michalowski uitte zijn dank tegenover de gemeente Vlagtwedde. ,,Dankzij u zullen onze soldaten niet langer naamloos zijn.''

Pantserdivisie
De eerste Poolse pantserdivisie was tijdens de bevrijding van Nederland enige tijd gelegerd in Bourtange en heeft een grote rol gespeeld bij de bevrijding van Nederland. De divisie landde op 1 augustus 1944 samen met geallieerde strijdkrachten in Normandië, waarna ze oprukte naar het noorden. In oktober werd Breda door de pantserdivisie bevrijd. Begin april 1945 bereikte de brigade het noordoostelijke deel van Nederland. De Polen bevrijdden daar onder meer Emmen, Ter Apel, Stadskanaal, Winschoten en Bourtange. De bevrijdingstocht eindigde in het Duitse Wilhemshaven. Meer dan zeshonderd Poolse soldaten sneuvelden in Nederland.De plaquette in Bourtange is niet het eerste Poolse gedenkteken in Nederland. Op het Poolse Militaire Ereveld in Breda staat al een monument dat herinnert aan de eerste Poolse pantserdivisie.

Herdenking Poolse bevrijders van Bourtange (1945-2005)
Op 14 april 2005 vindt in de vesting Bourtange een herdenkingsceremonieel plaats voor de gevallen Poolse st
rijders in de gemeente Vlagtwedde. Op deze datum wordt een bronzen herinneringsplaquette onthuld, waarop het wapen van de divisie en de namen van de 5 in de gemeente Vlagtwedde gesneuvelde militairen zijn afgebeeld. Initiatiefnemer is de heer Roelf Nobbe uit Arnhem, oud inwoner van Bourtange. De heer Nobbe heeft een boek geschreven over de periode 1939-1945 -zijn jeugd in Bourtange- waarin hij schrijft over de deportage van de Bourtanger Joden en de bevrijding, door de Poolse soldaten van de Eerste Poolse Pantserdivisie o.l.v. Generaal Stanislaw Maczek. Het boek zal half december verschijnen.

In de gemeente Vlagtwedde was er tot nog toe geen permanent herinneringsteken voor de gesneuvelde Poolse militairen in de gemeente (met uitzondering van de enige jaren geleden gerealiseerde Generaal Maczeklaan in Ter Apel). De plaquette wordt bevestigd op de gevel van het Convooimeestershuis (Marktplein 9). Tijdens de oorlogshandelingen werd dit pand gebruikt als stafkwartier van de 3e Brygada Strzelcow. Voor het jaar 2005 is gekozen vanwege het feit dat de bevrijding dan 60 jaar geleden is. Bij de activiteiten worden uiteraard de Bourtanger bevolking en leerlingen van de Willem Lodewijckschool in deze plaats betrokken.





Alphen herdenkt vrijdag zijn doden.

Donderdag 12 mei 2005 - ALPHEN – Alphen herdenkt morgen de Alphense en Poolse militairen die in de Tweede Wereldoorlog zijn gesneuveld. De dodenherdenking vindt in Alphen traditiegetrouw plaats in het eerste weekeinde na 10 mei.

In 1940 werd de herdenking het eerst gehouden voor de vijf bij de Duitse invasie omgekomen Alphense militairen. Na 1944 werden ook de achttien Poolse soldaten die tijdens de bevrijding van Alphen sneuvelden bij de herdenking betrokken. De 18 Poolse en 5 Nederlandse militairen liggen begraven op de erebegraafplaats op het oude kerkhof aan de Molenstraat. De organisatie van de bijeenkomst is in handen van de plaatselijke Bond van Wapenbroeders. De plechtigheden beginnen om 19.00 uur met een dienst in de Willibrorduskerk. De plaatselijke harmonie, de Alphense zangkoren en het Schuttersgilde verlenen hun medewerking aan de bijeenkomst. De oecumenische dienst wordt geleid door de Alphense pastoor J. Paes en dominee M. Lanooy van de protestante Ledevaertgemeente in Chaam.

Na de herdenking in de kerk en bij het oorlogsmonument op het Binckplein gaan de deelnemers naar het ereveld waar burgemeester H. Nuijten van Alphen-Chaam een herdenkingsrede zal houden. Na een dodenappèl worden kransen en bloemen gelegd bij de Poolse en Nederlandse oorlogsgraven. Leden van de Scouting en leerlingen van de basisschool helpen daarbij. Bij de graven van de Nederlandse militairen is in 1940 op initiatief van pastoor W. Binck een herdenkingssteen geplaatst. Omdat de namen van de gesneuvelden na 65 jaar niet meer te lezen zijn, wordt deze week een nieuwe koperen plaat met daarop de namen op de steen bevestigd. Voorzitter van de Bond van Wapenbroeders E. Kersing vond de onleesbaarheid van de herdenkingssteen een blamage en zorgde voor het nieuwe bord.

Organisatie van Herdenkingsplechtigheden in Alphen.
Na de oorlog, vanaf 1945 tot 1960 werden de ceremonies ter nagedachtenis van de bevrijders van de 1e Poolse Pantserdivisie georganiseerd door de parochie in Alphen. In 1960 nam de Bond van Veteranen in Nederland de organisatie over. Na de reorganisatie in 1978 nam de Bond van Wapenbroeders; afdeling Alphen, de organisatie  en ceremonies op zich. Tot nu toe organiseren ze de herdenkingsceremonies ter nagedachtenis van de burgers slachtoffers en de gesneuvelde soldaten van de 1e Poolse Pantserdivisie elk jaar op de eerste vrijdag na de 10e  mei.

De deelnemers ontmoeten elkaar in het Culturele Centrum naast de kerk. Daarna nemen ze deel in de Kerkdienst ter intentie van de gesneuvelde Polen en Nederlanders tijdens de bevrijding. Vervolgens worden kransen gelegd bij het Monument van de Oorlogsslachtoffers die zich naast de kerk bevind. Daarna lopen ze in stille tocht naar het Poolse Militaire Ereveld waar ze het Doden Appel bijwonen. Daar worden kransen en bloemen op de 18 Poolse graven gelegd. Vervolgens kunnen de deelnemers in de Culturele Centrum van een kopie koffie genieten en met elkaar napraten.
K.Stopa




‘Vrijheid delen is de kunst’

Vrijdag 6 mei 2005 - BREDA – Het leek wel gepland. Op het moment dat de stille tocht richting het Valkenberg ging, voor de jaarlijkse dodenherdenking, begon het te regenen. Gestage druppels op de sobere stoet.

Monotoon tromgeroffel begeleidt de stoet van de Grote Kerk, waar zo’n honderd mensen een herdenkingsdienst hebben bijgewoond, naar monument De Vlucht in het Valkenberg. Voor de genodigden is er een stoel, de overige belangstellenden staan rijen dik achter dranghekken als Betty Adank, voorzitter van het comité Vier Mei, het woord neemt. Zij stond stil bij de mensen die ‘geluk hadden’ en terugkwamen. „Velen van hen worstelen nu nog met de verschrikkingen van toen. Vrijheid heeft voor hen een hele andere betekenis gekregen.“ Daarmee stipte ze het thema van de dodenherdenking van dit jaar aan: vrijheid delen is de kunst. Een thema waar burgemeester Peter van der Velden in zijn toespraak ook op terugkwam. Want omgaan met die vrijheid is volgens de burgervader niet altijd even makkelijk.

Spiegel
Daarbij zijn het volgens hem vooral kunstenaars die de grenzen verkennen en de samenleving zo een spiegel voorhouden. „En willen we het dan zien of komen we er tegen in opstand. Ik hoef de moord op Theo van Gogh maar in herinnering te roepen. Hij was tenslotte ook een kunstenaar.“ De belangstelling om een krans te leggen bij het monument is zo groot dat lang niet alle veertig groeperingen hun bloemstuk konden plaatsen voor om één minuut voor acht de ‘Last Post’ klonk.

Stadsbus
En om klokslag acht uur is het dan twee minuten stil. Op een langsrazende stadsbus en een knetterende brommer na. Die stilte wordt pas weer verbroken bij het spelen van de volksliederen. En dan blijkt dat Breda zijn bevrijders niet vergeten is. Want niet alleen het Wilhelmus wordt meegezongen, ook de nationale liederen van België, Polen, Groot-Brittannië en Canada worden, zij het wat zachter, meegezongen of geneuried. Iets voor half negen zijn alle kransen gelegd en kunnen ook andere belangstellenden hun bloemen leggen of een waxine-lichtje aansteken. Al maakt de nog steeds druppende regen met die laatste korte metten.




De bezetting van Wilhelmshaven.

Op 5 mei is er eigenlijk geen vreugde bij de Polen, hoogstens een gevoel van opluchting. Velen zijn al bijna 6 jaar van huis en hebben te veel kameraden zien sneuvelen. De dag van de capitulatie is voor hen heel onwezenlijk,maar met enige voldoening gaan ze op 6 mei 1945 Wilhelmshaven, de wieg van de Duitse vloot, bezetten. Duitse officieren met witte armbanden brengen de Poolse stafofficieren naar de stad. Op het vlaggenschip ,, Hare majesteit Prince Rupert,, wordt de overgave van de stad en de haven getekend en een Poolse officier kan het niet nalaten tegen de Duitsers te zeggen: ,, Wel, mijne heren, U ziet dat het niet gelukt is om Polen van de kaart van Europa weg te vagen!,,.
Naast en enorme hoeveelheid wapens, munitie, mijnen, torpedo's en voedsel behoren bij de overgave ook nog 3 kruisers en 18 onderzeeërs. Verder capituleren onvoorwaardelijk: de commandant van het fort, de commandanten van 8 infanterie-en cavalerieregimenten, de commandant van de ,,Ostfriesland,,vloot, 2 admiraals, 1 generaal, 1900 officieren en 32.000 soldaten.
Een schrale troost is dat alles voor de Polen, want die zijn  immers nog steeds niet thuis en ze hebben 2000 kameraden op de slagvelden van West-Europa moeten achter laten.

Bron: Boek ,,Eerste Poolse Pantserdivisie in Nederland,, van Thom Peters

   
 

Wilhelmshaven 1945: Bovenstaande foto's zijn beschikbaar gesteld uit de privé collectie van Gilles Lapers.


Een Pools-Nederlandse ontmoeting.

Het Poolse koor zat al in de bus, klaar om weer af te reizen naar hun gastgezinnen, toen er een raar in een zwarte pantjesjas gestoken mannetje met het verzoek kwam te assisteren bij het zingen van een Pools lied. Insiders gaat nu onmiddellijk een licht op: dat moet Jan Goeree geweest zijn, één van de opperstalspreekmeesters en doorluchtig voorzitter van het Smartlappenkoor “Heerlijk Leed” uit Emmen. Het moet nu toch even gezegd: Jan mag dan af en toe  - en dan het liefst op vrij cruciale momenten - een geheugen als een zeef hebben, maar aan fantasierijke en wilde ideeën ontbreekt het hem niet.

Zo kon het dan ook gebeuren dat op zaterdag 9 april 2005 tijdens een optreden van ons koor een stel in Poolse klederdracht gestoken heren en vooral dames binnenwandelde in de wereld van glas en beton van het Emmense winkelcentrum “de Weiert” om zich spontaan tussen de rijen van “Heerlijk Leed” op te stellen. Wubby had zich namelijk ter gelegenheid van het 60-jarig bevrijdingsfeest van Emmen op haar archief gestort en daar het schone lied “Plynie Wisla, plynie” uit opgediept. Ooit, een jaar of vijf geleden, was dit lied al eens door “Heerlijk Leed” vertolkt en had toen de nodige emotie en ontroering bij toen aanwezige Poolse bezoekers veroorzaakt en nu deed zich nóg eens een gelegenheid voor dit lied andermaal te zingen. Twee woensdagavonden hebben we de kans gehad ons de van een overdreven hoeveelheid medeklinkers voorziene tekst (Kto go raz pokochal, nie zapomni w grobie) min of meer eigen te maken en toen moest het dan maar gebeuren. Als we het op eigen kracht hadden moeten doen, was het volgens mij nog een beetje een probleem geworden, maar dank zij de briljante inval van Jan en de steun van de dames en heren van het Poolse koor klonk het zó goed dat we zelfs twee maal hebben gezongen. Vervolgens bracht het Poolse koor nog een tweetal andere Poolse liederen om daarna het “podium” weer aan ons en onze collega’s van Millenniumleed uit Emmercompascuum te laten en vrolijk zwaaiend het winkelcentrum verlieten. Voor ons en hopelijk ook voor onze Poolse “collega’s” was het een leuke en hartverwarmende ervaring.


     Oud-strijders bij herdenking            Poolse tank in Wilhelminastraat 1945    Poolse tank bij café ,,De Prins,,1945  


De oorlog heeft me verscheurd: tussen Polen en Nederland.

Jozef Majkowski (71) bevrijdde in 1945 met de Eerste Poolse pantserdivisie onder meer Emmen, waar hij nu woont. “Ik was een van de jongste en de kleinste van de eerste Poolse pantserdivisie. Een ventje in een uniform met twee strepen. Een echte soldaat kon je me nauwelijks noemen. Ze hadden me in drie dagen schieten geleerd en dat was mijn hele opleiding. Nog geen week nadat ik zelf bevrijd was uit een werkkamp in Normandië, zat ik in een vrachtwagen naar het front, met zes Poolse kampgenoten. Ik had anderhalf jaar in verschillende Duitse werkkampen gezeten. Toen we toevallig de Poolse pantserdivisie voorbij zagen trekken, hebben we ons maar aangesloten. Het was zomer 1944, vlak na D-Day. Ik dacht: nog even met de pantserdivisie door Nederland en Duitsland, en dan ben ik weer thuis. Mijn 21-ste verjaardag vierde ik in Terneuzen. Het eerste optimisme was er toen al af. Bij de gevechten rond het dorpje Axel, in Zeeuws-vlaanderen, waren 26 jongens gesneuveld. Ik had geluk gehad. Een paar dagen later, bij de opmars naar Breda, was het alsnog raak. M'n hele rug vol granaatscherven. 's Middags lag ik veilig in een Engels hospitaal en dacht opgelucht: voor mij is nu de oorlog afgelopen. Maar met Pasen 1945 was ik terug bij mijn divisie. De bevrijding van Drenthe was nogal makkelijk.

De Duitsers waren al gevlucht. We reden gewoon van dorp naar dorp. Polen kwam elke dag dichterbij. De week voor de capitulatie ben ik bij de laatste gevechten voor de tweede keer gewond geraakt - ik was een pechvogel. Wat de bevrijding voor mij betekende? Lastige vraag. Ik ben in 1944 uit het werkkamp bevrijd - dat was een duidelijk moment. Maar daarna... Ik hoopte dat 'de bevrijding' betekende dat ik op een goed moment weer eens naar huis kon, mijn ouders weer zou zien, weer door de beukenbossen bij onze boerderij zou zwerven. Maar steeds was er nieuw uitstel. Duitsland werd bezet. Anderhalf jaar bleven we daar nog. Toen was me inmiddels ook duidelijk geworden dat ik in mijn eigen land, onder het nieuwe communistische regime, niets meer te zoeken had. Ik kon wel terug, maar ik wilde niet meer. Zelfs mijn vader schreef: 'Jozef, blijf daar, het is beter voor je'. Wie niet terugging, raakte de Poolse nationaliteit kwijt. Je moest dus echt kiezen. Dat klinkt dramatisch, maar ik was jong, en bovendien heb ik me altijd makkelijk aangepast aan de omstandigheden. Ik red me overal wel. Het was geen moeilijke keuze. Bijna alle jongens uit mijn groep zijn in Nederland terechtgekomen, ook mijn broer, die net als ik bij de pantserdivisie heeft gevochten. Nederlandse bedrijven boden ons banen aan. Ik ging in december 1946 naar Emmen, want daar vroegen ze een horlogemaker - precies mijn vak. Spijt heb ik nooit gehad. Het is me goed gegaan in Emmen. Ik leerde er mijn vrouw kennen, we hebben twee kinderen gekregen en hebben samen een grote juwelierszaak opgebouwd.

Toen mijn zoon een paar jaar geleden de zaak overnam, hadden we twaalf man personeel in dienst. Alles zelf verdiend, we hebben nooit een cent hypotheek gehad. We zijn in pure armoe begonnen maar het waren de jaren van de wederopbouw: we kregen het elk jaar beter. Maar we hebben er ook keihard voor gewerkt. De naam 'Majkowski' kent iedereen in Emmen. Als ik bij mijn klanten thuis kom, halen ze alle sieraden en uurwerken tevoorschijn die ze in de loop van jaren bij onze zaak hebben gekocht. Je hebt een band gekregen met die families. Dat is leuk. Ze willen ook steeds opnieuw mijn verhaal horen, alles over generaal Mazek, over de Poolse pantserdivisie, over mijn zwerftocht door bezet Duitsland. Dus ik vertel opnieuw en opnieuw. Maar thuis praten we er eigenlijk nooit over, ook al liggen er onder de oppervlakte bij mij nog veel emoties. Oorlogsfilms kan ik nog steeds niet zien. Na mijn auto-ongeluk op mijn veertigste heb ik mezelf eindelijk gegund om in de zomer in Zeeland op vakantie te gaan en in Axel de jaarlijkse herdenking bij te wonen voor Poolse oud-strijders. We gaan nog steeds elk jaar en het doet me erg goed. Axel zet ons echt in het zonnetje, in andere plaatsen die we hebben bevrijd komt die waardering nu pas, vijftig jaar later. Ook in Emmen. Mijn geboortedorp heb ik pas twaalf jaar na de bevrijding voor het eerst weer teruggezien. Ik kreeg steeds geen visum van de Poolse ambassade, en toen ik eindelijk toestemming had, leefde mijn moeder al niet meer. Ik heb haar nooit meer gezien.

De oorlog heeft me verscheurd: als ik in Nederland ben, mis ik Polen en als ik in Polen ben, mis ik Nederland. Ik denk Nederlands, na al die jaren. Ik erger me aan wat er van mijn geboorteland is geworden. Maar zo is het nu eenmaal. Ieder heeft zijn lot en het mijne was zo slecht nog niet.




Poolse oudstrijder en ereburger van Baarle Wladyslaw Dwojak overleden

Dinsdag 5 april is in het Poolse Gdansk luitenant-kolonel Wladyslaw Dwojak overleden. Al geruime tijd was hij ernstig ziek Zaterdag 9 april is hij na een plechtige kerkelijke viering met militaire eer begraven. Wladyslaw Dwojak was tankcommandant bij de Poolse troepen die Baarle hebben bevrijd.
Baarle leerde Wladyslav kennen, in oktober 1994, toen op grootse wijze ‘Baarle 50 jaar bevrijd’ werd gevierd. Vanaf het eerste moment dat er kennis werd gemaakt met hem en zijn veteranen, was duidelijk dat hij een gedreven iemand was. Hij was iemand met gezag en dat in meerdere opzichten. Zijn veteranen waren ‘alles’voor hem, op hun beurt keken ze tegen hem op en deden alles wat hen gevraagd werd. Hij was voorzitter en de drijvende kracht achter de regionale vereniging van veteranen van het Poolse leger in het Westen en van de landelijke vereniging van veteranen van het Poolse leger in het Westen die vanuit Warschau werd bestuurd.

Ook Baarle eerde hem
Sinds de viering van “Baarle 50 jaar bevrijd” was hij bij alle volgende lustrumvieringen, samen met een afvaardiging van zijn veteranen, te gast van het Baarlese herdenkingscomité en de Baarlese bevolking. Leerlingen en onderwijzend personeel van diverse scholen uit Gdansk maakten meestal ook deel uit van de Poolse afvaardiging. En zo nu en dan kwam hij gewoon een extra keer langs, wanneer hij met leerlingen en leerkrachten uit Gdansk de hele tocht van de 1ste Poolse Pantserdivisie vanuit Normandië naar Nederland nagereden had.

Bij de herdenking in oktober 2005 werd de onderscheiding “Ereburger van Baarle-Nassau” toegekend aan de Poolse veteranen. Luitenant-kolonel Wladyslaw Dwojak mocht de onderscheiding namens alle veteranen van de 1ste Poolse Pantserdivisie in ontvangst nemen.


Veel liefs uit Warschau.

Warschau, 26 mei 1946
Lieve Geertruida,

We ontmoetten elkaar in Buinen, ongeveer twee jaar geleden. Ik vocht in de 1e Poolse onafhankelijke parachutistenbrigade. Ik was gewond en in het veldhospitaal hielp jij verplegen. We hebben elkaar daarna nooit meer gezien. Je vroeg me toen mijn verhaal te vertellen. Die belofte los ik nu in.

In 1938 kwam ik in dienst in het Poolse leger. Een jaar later vielen de Duitsers en de Russen ons land aan. Ik vocht aan de Duitse grens en werd krijgsgevangen genomen. Ik wist te ontsnappen uit het gevangenkamp en via allerlei omzwervingen over de Balkan kwam ik uiteindelijk in Griekenland terecht. Van daaruit kon ik per schip naar Engeland komen. In Engeland aangekomen meldde ik me meteen aan bij de pas opgerichte Poolse parachutistenbrigade. Ik had nog nooit een parachutesprong gedaan, maar het was mijn enige kans om mee te kunnen helpen aan de bevrijding van mijn vaderland. Ik ontwikkelde me goed en al snel was ik een van de meest geharde parachutisten van ons bataljon.

Alles was erop gericht om ons vaderland te bevrijden. Daarom oefenden we ook met zwaarder materieel. Toen in augustus 1944 Warschau in opstand kwam, hoopten we dat we naar Polen zouden vliegen. Een maand later stapten we werkelijk het vliegtuig in. Ietwat teleurgesteld. We moesten naar Nederland. Het werd een nachtmerrie, daar weet je alles van. Ik kwam weer in Duitse krijgsgevangenschap. De behandeling was slecht, je kon beter dood zijn. Ik ben zo hard geslagen dat ik mijn leven lang mank zal blijven. Uiteindelijk werden we bevrijd door de Amerikanen. Europa was weer vrij, maar Polen niet. De Russen hebben Polen ‘bevrijd’. Oftewel: we hebben een nieuwe bezetter. Deze brief wordt dan ook gesmokkeld. Hij zou niet door de censuur komen.

Polen heeft zwaar geleden in de oorlog. Zes miljoen van de dertig miljoen burgers zijn omgekomen. In Warschau zijn van de 1,3 miljoen inwoners maar een half miljoen in leven gebleven. Alleen bij de opstand vielen al 200.000 doden. En wij konden niet helpen… Ik ben bang dat ik je nooit meer zal zien. Er gaan geruchten dat oorlogsveteranen weer opgesloten zullen worden. Het is te gek voor woorden. We hebben Europa bevrijd en komen nu in gevangeniskampen. Ik heb in ieder geval mijn belofte ingelost, je kent nu mijn verhaal. Ik wens je veel geluk in de toekomst.

Veel liefs uit Warschau,

Andrzej Paczkowsk

 
Zoeken
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu