Jaargang 2008 - vereniging 1e poolse pantser divisie nederland

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Jaargang 2008


Battle-field-Tour

BREDA - Twee weken na de jaarlijkse herdenking van de bevrijding van Breda door de 1e Poolse pantserdivisie, was de stad gisteren opnieuw het decor van een indrukwekkende, grootscheepse herdenkingsceremonie.

Een 150-koppig, overwegend Pools gezelschap, onder wie 85 militairen, maakt deze dagen een 'battlefieldtour' langs alle Poolse slagvelden van de Tweede Wereldoorlog. Vanaf Normandië wordt het spoor van de voor Breda zo belangrijke Pantserbrigade gevolgd. De met veel plechtigheden gelardeerde toernee geschiedt ter herinnering aan het feit dat Polen op 11 november 1918 na meer dan honderd jaar bezetting weer zelfstandig werd. Op diezelfde dag capituleerden de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog in het Noord-Franse Compiègne. Onder de gasten bevonden zich gisteren veel hoogwaardigheidsbekleders, maar een speciale plek was er voor Alfons Raichert (83), de laatst overgebleven Poolse veteraan. Een stuk levende geschiedenis dat zich aan het Generaal Maczek-museum in Breda heeft verbonden. In dat museum maakten vooral het vaandel en het uniform van Generaal Stanislaw Wladislaw Maczek, onder wiens aanvoering de 1e Poolse Pantserdivisie Breda bevrijdde, veel indruk op de Polen. Maczek's stoffelijke resten zijn na zijn overlijden op 102-jarige leeftijd op zijn nadrukkelijke verzoek bijgezet tussen zijn 'mannen', op de Poolse erebegraafplaats aan de Ettensebaan. Daar voerde een groot aantal sprekers het woord en vuurde een erepeloton een reeks saluutschoten af ter nagedachtenis aan hun gesneuvelde landgenoten. Na vertrek kleurde het ereveld rood-wit dankzij alle kransen en bloemen.

Geachte aanwezigen,
Namens de Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland heet ik u van harte welkom op deze speciale herdenking die voor u is   georganiseerd ter nagedachtenis van de Poolse militairen die tijdens de bevrijding van Breda en overige delen van Nederland zijn gesneuveld.

Enkele weken geleden stonden hier ruim 400 mensen die luisterden naar de toespraak van de Ambassadeur van Polen en de Burgemeester van de gemeente Breda voor de jaarlijkse herdenking van de bevrijding van de stad Breda op 29 oktober 1944.Het doet ons goed als vereniging zijnde dat de belangstelling na 64 jaar nog altijd overweldigend is, om de gesneuvelde Poolse Militairen van o.a. de 1e Poolse Pantserdivisie van generaal Maczek en de vliegers van de Poolse eenheden bij RAF te eren.

Zij die sneuvelden voor uwe en onze vrijheid mogen wij nooit vergeten. Wij als tweede generatie, kinderen van Poolse oud-strijders, vinden het dan ook een morele verplichting om voor onze vaders en hun kameraden de herdenkingen op deze Poolse ere begraafplaats in lengte van jaren in stand te houden.

Geachte aanwezigen,
U staat hier op de Poolse Militaire erebegraafplaats aan de Ettensebaan te Breda. Deze begraafplaats is officieel geopend juli 1963, het heeft dus bijna 20 jaar geduurd voordat deze begraafplaats tot stand is gekomen  en telde toen 151 graven. De bedoeling was  om alle Poolse oorlogsgraven uit heel Nederland in Breda te concentreren. Dat is maar gedeeltelijk gelukt, het Ereveld werd maar half zo groot als de oorspronkelijke planning. Er zouden vier vakken komen maar het werden er maar twee. Verplaatsing van de Poolse oorlogsgraven uit Oosterhout,Ginneken, Alphen en Axel bleek onbespreekbaar met de plaatselijke bevolking. Dat is de reden dat op het Poolse Ereveld maar enkele slachtoffers liggen die bij de bevrijding van Breda het leven verloren. Hoewel de meeste gesneuvelden op dit Ereveld tot de 1e Poolse Pantserdivisie behoorden,  vinden we er ook de graven van enkele Poolse vliegtuigbemanningen. U kunt dat zien aan det kruizen,want daar is het embleem van de 1e Poolse Pantserdivisie of de Poolse adelaar op aangebracht.

Verder treffen we er het graf aan van één Poolse parachutist die diende onder generaal Sosabowski. Een zeer merkwaardig graf is van een Poolse militair die in 1919, als geïnterneerde militair, in Oldebroek overleed. Op de eerste rij rechts zijn de eerste vijf graven afkomstig van de Amerikaanse Begraafplaats te Margraten. Deze Polen kwamen om in Duitsland. Omdat De Amerikanen alleen graven van landgenoten in Margraten wensten te verzorgen werden deze Poolse graven naar elders verbannen!Ook  de Commandant van de eerste Poolse Pantserdivisie Generaal Stanilaw Maczek heeft hier zijn laatste rusplaats gevonden. Hij had een persoonlijke wens om te midden van zijn militairen begraven te worden op de Poolse Militaire erebegraafplaats te Breda.Zijn Laatste wens is door de Burgemeester van Breda destijds gehonoreerd en zodoende is hij op deze plaats op 23 december 1994 met grootte  militaire eer begraven.

Op 25 oktober 2003 werden hier vijf gesneuvelden vliegeniers in een graf begraven. Zij waren ingedeeld bij de Polish R.A.F. Hun lichamen zijn herbegraven, toen wrakstukken van hun vliegtuigen zijn gevonden rond het IJsselmeer in midden Nederland. Op verzoek van hun nabestaanden hebben zij hun laatste rustplaats gevonden hier aan de Ettensebaan te Breda. Zo is het huidige ereveld ontstaan. Nu telt het 157 graven waar in 161 militairen zijn begraven.

De Oorlogsgravenstichting te Den Haag is in opdracht van de Nederlandse Regering verantwoordelijk voor het beheer van het Ereveld. Het tuinonderhoud wordt op verzoek van de Oorlogsgravenstichting met veel zorg uitgevoerd door de Gemeente Breda. De vereniging eerste Poolse Pantserdivisie Nederland heeft de traditie van herdenken hier op deze begraafplaats overgenomen van de eerst generatie Poolse oud-strijders en hopen nog in lengte van jaren de herdenking te mogen houden hier aan de Ettensebaan in het bij zijn van onze Poolse oud-strijders.

Ik dank u voor Uw aandacht.

Polen maken Battlefieldtour
maandag 10 november 2008

Een Poolse militair bekijkt het Generaal Maczek-museum. foto Ramon Mangold/het fotoburo
BREDA - Twee weken na de jaarlijkse herdenking van de bevrijding van Breda door de 1e Poolse pantserdivisie, was de stad gisteren opnieuw het decor van een indrukwekkende, grootscheepse herdenkingsceremonie.
Een 150-koppig, overwegend Pools gezelschap, onder wie 85 militairen, maakt deze dagen een 'battlefieldtour' langs alle Poolse slagvelden van de Tweede Wereldoorlog. Vanaf Normandië wordt het spoor van de voor Breda zo belangrijke Pantserbrigade gevolgd. De met veel plechtigheden gelardeerde toernee geschiedt ter herinnering aan het feit dat Polen op 11 november 1918 na meer dan honderd jaar bezetting weer zelfstandig werd. Op diezelfde dag capituleerden de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog in het Noord-Franse Compiègne. Onder de gasten bevonden zich gisteren veel hoogwaardigheidsbekleders, maar een speciale plek was er voor Alfons Raichert (83), de laatst overgebleven Poolse veteraan. Een stuk levende geschiedenis dat zich aan het Generaal Maczek-museum in Breda heeft verbonden. In dat museum maakten vooral het vaandel en het uniform van Generaal Stanislaw Wladislaw Maczek, onder wiens aanvoering de 1e Poolse Pantserdivisie Breda bevrijdde, veel indruk op de Polen. Maczek's stoffelijke resten zijn na zijn overlijden op 102-jarige leeftijd op zijn nadrukkelijke verzoek bijgezet tussen zijn 'mannen', op de Poolse erebegraafplaats aan de Ettensebaan. Daar voerde een groot aantal sprekers het woord en vuurde een erepeloton een reeks saluutschoten af ter nagedachtenis aan hun gesneuvelde landgenoten. Na vertrek kleurde het ereveld rood-wit dankzij alle kransen en bloemen.

Vreugde en verdriet bij bevrijding Wagenberg

De Duitsers hadden een uitkijkpost in de toren van de Sint Gummaruskerk. ;De Duitsers hadden een uitkijkpost in de toren van de Sint Gummaruskerk. Bidprentje van de omgekomen leden van de familie Van Gils. Cornelia Polak, een zuster van Elisabeth, stierf alsnog op 9 december 1944. De familie Van Gils-Polak ligt begraven op het parochiekerkhof in Wagenberg

Vandaag is het op de kop af 64 jaar geleden dat de geallieerden Wagenberg binnentrokken. Nadat Breda op 29 oktober was bevrijd, trok de Eerste Poolse Pantserdivisie noordwaarts.Tot dan had het rustige dorp weinig van de oorlog gemerkt, maar in die laatste week vonden er zware gevechten plaats. Vanuit de lucht bestookten de geallieerde troepen de bruggen over de Mark en het Wilhelminakanaal. Waarnemers van de Duitse artillerie richtten uitkijkposten in. Hoog in de kerktorens van Teteringen, Den Hout, Terheijden en Wagenberg hielden zij de boel in de gaten. Op 2 november beleefde het dorp zijn eerste bombardement. Er zouden nog meer hevige bombardementen volgen, voordat de bewoners op 4 november opgelucht konden ademhalen. Het leek erop dat de Duitsers waren verdreven.

Bertus van Gils (85) maakte het van nabij mee. Toen de oorlog uitbrak was hij te jong om in militaire dienst te gaan. Eind 1944 hielp hij als vrijwilliger met de medische verzorging van de vele gewonden. "Om twee uur 's middags op zaterdag 4 november kwamen de Polen Wagenberg binnen. Het vervoer van gewonde slachtoffers naar Breda was niet mogelijk, omdat er geen brug was. We zouden met paard en kar helemaal naar Dordrecht moeten, want de Moerdijkbrug was op dat moment nog intact. Het was nota bene een Duitser, die ons toen heeft gewezen hoe we veilig via Oosterhout naar het Sint Ignatius Ziekenhuis in Breda konden komen. We bleven in Teteringen slapen en toen we de volgende ochtend terugkeerden, lag er een Baileybrug."

De bevrijding verliep niet zonder slag of stoot. Bij hun terugtocht hadden de Duitsers veel in brand geschoten. De Polen bij hun opmars ook. Terwijl Bertus van Gils slachtofferhulp verleende, ging het huis van een andere Van Gils aan de Wagenbergsestraat door geallieerd vuur in vlammen op. Het gezin bracht de nacht door in een schuilkelder, samen met andere familieleden. Op 5 november liepen ze de kelder uit om de schade aan de verwoeste woning te bekijken. Daar werden ze getroffen door granaten. Een artilleriebeschieting door achtergebleven Duitsers werd hen fataal. Eén dag na de bevrijding kwamen vader en moeder Van Gils, schoondochter Ida en drie kleinkinderen van 2, 3 en 4 jaar alsnog om het leven. Een tante bezweek later aan haar verwondingen. Bertus van Gils assisteerde op de plek des onheils. "We brachten de lichamen per bakfiets naar het kerkhof, waar ze in een bomkrater zijn begraven." Voor de achtergebleven kinderen Van Gils, negen in getal, werd op de plaats van het ouderlijk huis een noodwoning gebouwd. "We hebben elkaar opgevangen en kregen onderling een sterke band", zegt dochter Toos (81), die later met Bertus trouwde.

 

Vele jaren later is in de Wagenbergse Sint Gummaruskerk een niet-ontplofte bom uit de Tweede Wereldoorlog gevonden. Hoe die daar is terechtgekomen, zal altijd een raadsel blijven. In de muur van een woning aan het Flippenpad zit nog een granaathuls die daar vermoedelijk in de eerste dagen van november 1944 is ingeslagen.

De oorlog eiste in Wagenberg totaal 25 slachtoffers. Drie van hen sneuvelden in de eerste meidagen van 1940. De rest liet het leven toen het dorp werd bevrijd.
Ook de geallieerden hadden het hier zwaar te verduren voordat de vijand was overwonnen. Drie Engelse soldaten, een Noorse piloot en 48 Poolse militairen sneuvelden.
Veel Polen konden na de oorlog niet naar huis doordat delen van hun land bij Duitsland en Rusland waren gevoegd. Omdat ze in Brabant gastvrij waren onthaald, kwamen er tientallen terug om er te blijven. In Wagenberg en Terheijden zijn zes Poolse (oud-)strijders getrouwd. De bevrijding is inmiddels vele malen herdacht en er zijn niet veel mensen meer over, die het kunnen navertellen. Maar veel ouderen kennen de betekenis van de zin 'Dziekujemy wam Polacy!' : Wij danken de Polen!

Met dank aan Heemkundekring De Vlasselt

Dag van de Poolse soldaat
Poolse Oorlogsgraven Oosterhout Adres: Veerseweg 32, Oosterhout

In een hoek van de Algemene Begraafplaats Leyssenakkers in Oosterhout is een afgescheiden erehof met 30 Poolse oorlogsgraven.Een prachtig verzorgde Ere Begraafplaats voor zo'n 32 Poolse miltairen die sneuvelden in en om Oosterhout. Het geheel ziet er zeer fraai uit en men is graag bereid u uit te leggen "wie, wat en waar". Een klas schoolkinderen zorgt mede voor deze erebegraafplaats.

 


De mars van Henryk Dabrowski.

Henryk Dabrowski (65) uit Warschau loopt van zijn woonplaats naar Gibraltar, 3500 kilometer te voet, met karretje en tent. Op iedere plek waar de Poolse militairen zijn gesneuveld en hij een graf vondt ontsteekt hij een kaarsje en strooit hij wat zand uit. Dat zand komt uit de geboorteplaats van generaal Wladyslaw Sikorski, commandant van het Poolse leger en premier van Polen  in ballingschap, die op 4 juli 1943 onder verdachte omstandigheden met zijn vliegtuig neerstort  in de Straat van Gibraltar. Een geschiedenis die verwijst naar de massa slachting van Katyn, waarbij tienduizenden Poolse militairen in Rusland de dood vonden. Hebben de Russen iets te maken  gehad met de dood van Sikorski? Een paar dagen terug was Dabrowski in Breda, op het Pools ereveld aan de Vogelzanglaan in het Ginneken en hield hij een eerbetoon aan zijn gesneuvelden landgenoten. Onder toeziend oog van Bredanaar  Stas Szamrowicz (61), zoon van een Pools oud-strijder, die Dabrowski een nachtje bij hem thuis liet logeren.





Winter aan het Zijpe
Goed georganiseerde raid schudde Anna Jacobapolder wakker!

In onze Cronicke (nr. 2, oktober 2004) vertellen in het krantenartikel "Vuurdoop in de sneeuw" enkele Nederlandse Stoottroepers over hun ervaringen op 22 januari 1945 in Anna Jacobapolder. Het pseudoniem van de schrijver van dit stuk is W.J. Hofwijk. Zijn echte naam is Willy Kint, oorspronkelijk afkomstig uit Ossenisse. Volgens de schrijver is dit stuk gepubliceerd in het weekblad "Pen Gun". Later werkte hij voor de Maasbode en de Katholieke Illustratie. Onder de naam W.J. Hofwijk heeft hij ook diverse boeken gepubliceerd waarvan "de 66 dagen van Baarlo" erg bekend is. In dit boek beschrijft Willy Kint zijn eigen ervaringen bij de Limburgse verzetsgroep. Later is door de K.R.O. dit boek verfilmd onder de titel "de Partizanen". De schrijver is als 84-jarige nog steeds actief. Over de Duitse aanval op Sint-Philipsland is destijds nog meer opgeschreven en daar kunt u in het navolgende stuk kennis van nemen.

Algemene toestand
Voor een goed begrip van de situatie is het nodig eerst iets te melden over de gebeurtenissen na de bevrijding van Zuid-Nederland. Op 9 november 1944 voerden Poolse militairen de laatste achterhoede-gevechten met Duitsers bij Moerdijk en daarna was West-Brabant bevrijd. De Geallieerden besloten niet verder naar Noord-Nederland door te stoten. Men had onvoldoende voorraden om nog grote operaties te beginnen en daarom was een winterstop onvermijdelijk. Het front kwam stil te liggen bij de grote rivieren dus de Maas, de Bergsche Maas, de Amer en het Hollandsch Diep.

Bewaking
De bewaking van deze rivieren werd meteen grotendeels toevertrouwd aan de 1e Poolse Pantserdivisie. De Polen hadden eerder in Brabant een opmars uitgevoerd van Baarle-Nassau tot Moerdijk. Hun commandant, generaal Maczek, schreef in zijn memoires dat hij daarna hoopte op wat rust om zijn Divisie weer op sterkte te brengen maar dat pakte anders uit. Het bleek al snel dat de vijand niet zomaar in een nederlaag berustte. Van tijd tot werd door zware artillerie naar het zuiden geschoten. Verder staken de Duitsers met zwaar bewapende patrouilles de grote rivieren over en ze drongen diep in bevrijd gebied door. Deze patrouilles vermeden gevechtscontact omdat het waarschijnlijk alleen maar ging om inlichtingen in te winnen.

Dichter bij de rivieren traden de Duitsers wel agressief op. Ze overvielen Geallieerde observatieposten, ontvoerden burgers en militairen en legden landmijnen. De bij Capelsche Veer gelegen Overdiepse Polder werd zelfs door de Duitsers heroverd om mogelijk als bruggenhoofd te dienen voor het Ardennenoffensief in december 1944. Ten koste van veel mensenlevens werd het bruggenhoofd pas in eind januari 1945 op de Duitsers heroverd.

Poolse veteraan 'Freddy' Wieliszek overleden

BREDA - In Breda is donderdag 'Freddy' Wieliszek overleden. Wieliszek vocht als soldaat in de zomer van 1944 bij de invasie in Normandië en het najaar van 1944 maakte hij deel uit van de Eerste Poolse pantserdivisie die Breda bevrijdde van de Duitsers. Hij was een van de bekendste Tweede Wereldoorlog-veteranen in Breda. De Poolse Bredanaar was erg actief en geliefd en hij verscheen vaak op allerlei officiele bijeenkomsten. Freddy Wieliszek werd 87 jaar.

Freddy Wieliszek werd als Alfred Alojzy Wieliszek op 4 augustus 1921 in de Poolse stad Lodz geboren. Tijdens de oorlog diende hij als kapitein onder de legendarische generaal Maczek, die samen met veel gesneuvelde kameraden op het Poolse ereveld in Breda begraven ligt.
Wieliszek was een van de vele Polen die zich na de oorlog in Breda vestigden. De mannen wilden niet terugkeren naar hun vaderland omdat de Sovjetunie dat had bezet. Veel Polen ontwapenden in de Baroniestad en gingen in de industrie aan de slag.

Wieliszek werkte bij de jamfabriek van de HERO. Hij werd later in zijn geboortestad Lodz en in Breda ereburger vanwege zijn inzet in de strijd. Eind jaren veertig speelde hij nog bij voetbalclub NAC.Uitgerekend op de dag dat NAC Breda in Warschau in de voorronde van de Europa League voetbalde, stierf Wieliszek. Wieliszek droeg veel Nederlandse en Poolse onderscheidingen. Hij was ook erevoorzitter van het Pools Olympisch Comité in Nederland. In zijn rouwadvertentie in BN/DeStem staat prominent het wapen van de 1e Poolse Pantserdivisie afgebeeld, de legereenheid die hem naar Breda bracht, waar hij een nieuw leven opbouwde.  Dinsdag zijn de uitvaart en crematie in Breda, op zijn verjaardag, de dag waarop hij 88 had moeten worden.

 

NAC, Breda en de band met Polen
Door Carl Mureau

BREDA - Wij danken de Polen, lees je overal: Dziekujemy wam Polacy. Breda, eind oktober 1944. De Eerste Poolse Pantserdivisie bevrijdt de stad van de Duitse bezetter.
Generaal Stanislaw Maczek en zijn mannen krijgen een hartelijk onthaal. Trees heeft in Breda geen Canadees, ze beleeft jool met een stoere Pool. De prille liefdes zijn het begin van een warme band tussen Breda en Polen, die anno 2009 nog altijd bestaat. ,,De Bredase bevolking en ook haar burgemeesters hebben Polen altijd een warm hart toegedragen,’’ zegt Michel Lessmann (53), zoon van een Poolse bevrijder en al veertig jaarNAC-supporter. ,,Ook NAC heeft een Poolse geschiedenis, vooral dankzij het gouden duo Pogrzeba en Frankiewicz, dat eind jaren zestig in Breda furore maakte.’’

Na de oorlog strijken zo’n 250 Poolse soldaten in Breda neer. Zij stichten hier gezinnen en gaan werken in fabrieken als de Kwatta, Enka en Etna. De mannen van Maczek voelen zich thuis in de Baroniestad en treffen elkaar nog in de cafés Dom Polski, Malgosia en Warschau. En als goede katholieken gaan ze trouw naar de speciale Poolse missen in de kerk van de paters Kapucijnen. Breda groeit uit tot misschien wel de meest Poolse stad van Nederland, waar zich sinds enkele jaren ook weer nieuwe Polen vestigen, vooral bruiden en bouwvakkers. Het telefoonboek van Breda wemelt van de -iszeks, -owski’s en -wiczen. In het Wilhelminapark staat behalve een Pools monument ook een ‘Poolse’ tank, die eigenlijk Duits is maar hier als oorlogsbuit mag blijven pronken.

Breda heeft een Poolseweg, die uitkomt op de Generaal Maczekstraat. Naar de illustere commandant - ‘vecht hard, maar ridderlijk’ was zijn devies - is ook een museum vernoemd. En als Maczek - 102 jaar oud - sterft in Schotland, krijgt hij zijn laatste rustplaats op het Poolse Militaire Ereveld in Breda. Eén van Maczeks mannen, Alfred (Freddy) Wieliszek, schopt het in 1947 tot voetballer van NAC. ,,Fred was een technisch vaardige linksbuiten, die heel goed in de dribbel was,’’ zegt Lessmann over de strijdmakker van zijn eigen vader. Wieliszek, die nu hoogbejaard in een verpleeghuis woont, is intussen een bekende Bredanaar. Niet zozeer vanwege zijn prestaties bij NAC, maar vooral door zijn onstuitbare inzet voor het bloeiende Poolse verenigingsleven in Breda én de sportieve uitwisselingen met Polen. Hij is bovendien uitbater van de laatste ‘Poolse’ kroeg: het Huis van Negotie. Lessmann: ,,Daar verzamelden wij met ons vaste groepje supporters altijd voor en na de thuiswedstrijden van NAC.’’

Wieliszek speelt slechts één seizoen in de hoofdmacht van NAC. Twee Poolse voetballers die bij de geelzwarten pas echt naam maken, zijn Norbert Pogrzeba en André (Charly) Frankiewicz. Dit duo, gevlucht vanuit het communistische Polen, strijkt halverwege het seizoen 1968/1969 vanuit Amerika in Breda neer. ,,Die gasten waren een sensatie. Prachtige voetballers. Zij gaven ons elftal, dat net weer in een dipje zat, een echte impuls,’’ zegt NAC-coryfee Addy Brouwers. ,,Pogrzeba was een stilist, een goede spelverdeler. Frankiewicz was een lichtvoetige spits, die scoorde uit alle hoeken. Als hij het op zijn heupen had, was ’ie niet te grijpen.’’ In maart 1969 rolt NAC aan de Beatrixstraat Feyenoord op met 3-1. Frankiewicz scoort twee keer, Pogrzeba maakt de derde Bredase treffer. Rinus Israel neemt op geniepige wijze wraak. ,,Na een luchtduel stapt hij zo met zijn noppen op de rug van Frankiewicz,’’ vertelt Brouwers. ,,Het hele stadion joelde. De afdruk van die noppen stond na afloop rood in zijn rug.’’

In de krant verschijnen koppen die teruggrijpen naar 1944. ‘Breda opnieuw bevrijd’ en ‘Breda opnieuw in extase over Poolse schutters’. ,,Die jongens waren erg populair. Dat had ook te maken met de geschiedenis, de bevrijding van de stad in 1944,’’ denkt Wislaw Kitzmann, een Poolse vluchteling die indertijd (reserve-)keeper was bij NAC.
Ook buiten het veld maken de Polen indruk, want Frankiewicz brengt behalve zijn vriendin Carol twee gelikte auto’s mee uit Amerika. ,,Een Oldsmobile Tornado en een Ford Mustang,’’ weet Brouwers’ vrouw Marian nog. ,,Carol reed altijd veel te hard, zag de mijlen op haar snelheidsmeter voor kilometers aan. Als André naast haar zat, bond hij een touwtje om haar teen, dat hij aantrok als ze het gaspedaal te diep intrapte.’’

Dankzij de banden die Breda met Polen onderhoudt, brengt de NAC-selectie in 1971, aan het eind van het seizoen, een bezoek aan het land. Twee weken, drie wedstrijden, en veel wodka drinken. Maar helemaal onbezorgd is de trip niet, zo midden in de Koude Oorlog. Kitzmann: ,,Onze clubarts kocht bij een antiquair in Katowice een icoon. Terug in ons hotel stonden twee mannen van de geheime dienst aan zijn deur. Hij moest zijn aankoop afstaan, want dat kunstwerk mocht het land niet verlaten. We werden die twee weken heel goed in de gaten gehouden.’’

Frankiewicz keert in 1971 terug naar Amerika. Een jaar later verlaat ook Pogrzeba NAC, hij verhuist naar Duitsland. De Bredase club trekt nog wel eens een nieuwe Pool aan, zoals Alex Mandziara (1971) en Joachim Siwek (1980). ,,Maar die jongens hebben nooit in de schaduw kunnen staan van Pogrzeba en Frankiewicz,’’ zegt oud-speler Ati Graaumans, NAC- man in hart en nieren. Vandaag en volgende week meten de Bredanaars hun krachten met Polonia uit Warschau. Voor de jonge generatie NAC-fans brengt dit geen extra sentimenten met zich mee, denkt Graaumans. Zij willen slechts één ding: dat hun ploeg de Europa League bereikt. Graaumans: ,,De Poolse connectie doet hun niet zoveel. De tijd gaat snel voorbij.’’

Voor oudere Bredanaars ligt dat anders, zeker als ze ook nog een Poolse achtergrond hebben. Lessmann: ,,Oudere mensen die je tegenkomt, ook zij die niets met sport hebben, weten allemaal dat NAC bijzondere wedstrijden gaat spelen. ‘Ze moeten tegen een Poolse club, hè’. Ja, aan deze duels kleeft voor mij wel een romantisch tintje.’’
Toen het lot NAC aan Polonia Warschau koppelde, zocht Lessmann meteen contact met een neef in Polen. ,,Hij meldt dat Polonia een stugge ploeg heeft, met vier internationals, die niet zomaar door Don Leo (Beenhakker, red.) zijn geselecteerd. Toch verwacht hij dat NAC sterker is en deze ronde zal overleven.’’ Als dat lukt, kan Breda volgende week opnieuw zeggen: Wij danken de Polen. Dziekujemy wam Polacy. Net als 65 jaar geleden. Lessmann: ,,Dat zou mooi zijn.’’

Bron : De Rat, sportwereld.nl

Anna Jacobapolder

In Anna Jacobapolder in de Gemeente Tholen, provincie Zeeland, Wordt een herinneringsplaat met namen onthuld van slachtoffers van een nachtelijke Duitse overval op de watertoren aan het Zijpe op Sint Philipsland. De genodigden worden om uiterlijk om 13.30 uur verwacht in “Ons Dorpshuis” te Anna Jacobapolder. Er wordt een plaat op aangebracht met namen van slachtoffers: Prins Marie Andrzej Poniatowski, Bronislaw Powalka, Boleslaw Podedworny, twee Engelse artilleristen, een Nederlandse Stoottroeper en een burger.De drie Poolse militairen waren toen in Oosterhout ingekwartierd.  In het Poolse Ereperk van de Algemene Begraafplaats Leijsenakkers, aan de Veerseweg te Oosterhout rust nu Bolesław Podedworny. Prins Marie Andrzej Poniatowski rust nu in Frankrijk te 02220 Mont-Notre-Dame, dept. l'Aisne. Bronislaw Powalka op het Poolse Militaire Ereveld te Lommel in België. Het grafmonument van Piet Avontuur is overgebracht naar Tholen en de Gemeente is akkoord met herbouw in Anna Jacobapolder.

Een oomzegger van Poniatowski, graaf Guillaume de Louvencourt,  komt ook en hij brengt een Poolse journaliste mee. Bij restaurant “Het Veerhuis” is inmiddels ook een hotel gebouwd dus de gasten kunnen dichtbij slapen. Oprichtingscomité: de voorzitter dhr. Jan Kempeneers, e-mail: jkempeneers@hetnet.nl van de Heemkundekring, Kolonel Lodders namens de Stoottroepen en Jos van Alphen - historicus

Gevechtsgroepen
De 1e Poolse Pantserdivisie kreeg het zwaar te verduren want het was een onmogelijke opgave om zoveel kilometers dijk te bewaken maar er kwam hulp van andere Geallieerde eenheden. Er werden dan tijdelijke gevechtsgroepen samengesteld die elk een sector bewaakten. Zo werd de Anna Jacobapolder in januari 1945 bewaakt door een Bataljon Nederlandse Stoottroepen, twee pelotons tanks van het 1e Poolse Pantser-regiment, een squadron Poolse Dragonders, een batterij Engelse M10 tanks en als reserve de Canadese Manitoba Dragoons.

Nederlandse Stoottroepen
Meteen na de bevrijding werd begonnen met het werven van vrijwilligers voor de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. Daarna werd het Bataljon Brabant opgericht waarvan de 10e Compagnie Stoottroepen bij Anna Jacobapolder werd ingezet. Veel jonge mannen uit deze Compagnie zoals de vijf broers Marijnissen waren afkomstig uit het Verzet. Deze mannen moesten onder bijzonder moeilijke omstandigheden hun gevaarlijke taak uitvoeren want ze waren slecht gekleed en bewapend. De Stoottroepers kregen in Vught een korte infanterieopleiding en daarna observeerden ze vanuit de stellingen in de dijk langs het Zijpe de eilanden aan de overkant. Omdat de hele sector onder Engels commando stond was in elke observatiepost altijd een Engelse militair aanwezig die telefonisch in contact stond met het hoofdkwartier.

Poolse tanks
Het bewaken van zo veel kilometers dijk is uiteraard een infanterietaak. Toch is er soms meer slagkracht nodig en daarom waren wat verder van de dijk af bij de boerderij ‘Hof Rumoirt’ twee pelotons zware Sherman tanks van het 1e Poolse Pantserregiment opgesteld. Dit regiment was eigenlijk ingekwartierd in Oosterhout maar bij toerbeurt deden de manschappen dienst aan het front.

Dragonders
Ter bescherming van de tanks, die bij ‘Hof Rumoirt’ stonden opgesteld, werd een beroep gedaan op een eskadron pantserinfanterie van het 10e Regiment Dragonders. Zij verplaatsten zich in licht gepantserde voertuigen. Ook dit regiment was ingekwartierd in Oosterhout.


62nd Anti Tank Regiment Royal Artillery
Van dit zelfstandige Britse artillerie regiment werd de 245e batterij op Sint-Philipsland gedetacheerd. Deze batterij was uitgerust met twaalf M10 tankdestroyers bestaande uit een Sherman tank waarin een verzwaarde koepel een 17 ponder kanon was ingebouwd. De M 10 is in verschillende modificaties gebouwd hetgeen steeds weer een andere naam opleverde. Zo gebruikte de 245e batterij een versie waar een dieselmotor in gemonteerd was. Er werd in de Geallieerde legers nauwelijks dieselolie gebruikt dus de logistiek was al een probleem op zich. Een ander nadeel van het gebruik van diesel komt verderop nog ter sprake.

Met de 17 ponder granaten konden alle Duitse tanks worden uitgeschakeld maar het was ook mogelijk om brisantgranaten te verschieten. Dat gebeurde dan ook regelmatig op Sint-Philipsland. Een Engelse waarnemer bekeek vanaf de watertoren de overkant en als er Duitse activiteiten gezien werden openden de M10's het vuur. Vanwege een nijpend tekort aan infanteristen werd door de manschappen van de

( foto:Wally Shea en zijn bemanning voor hun M10 Tankdestroyer.)

M10's ook infanteriedienst gedaan langs de waterkant. Daar waren deze tanksoldaten niet blij mee!
De rol van deze batterij was belangrijk want de Engelse kapitein, die de batterij commandeerde, was ook commandant van de verdediging van de sector Sint- Philipsland. Na deze korte beschrijving van de eenheden die in Anna Jacobapolder optraden volgt nu een verslag dat de Poolse luitenant Ostromecki over de actie van 22 januari 1945 maakte:

Op het schiereiland
Uit het boek "1. Dywizja Pancerna w Walce" . Vertaling Krystyna Stopa.
In januari 1945, na het begin van het Van Rundstedt offensief, werd het 1e Poolse Pantserregiment toegevoegd aan het 1e Britse Corps. Daarna vertrok het regiment vanuit de regio Tilburg - Breda naar de monding van de Maas. Als men op de kaart van Nederland kijkt is het moeilijk om te zien of het nu de monding van de Maas of de Rijn betreft. Er komen een aantal waterlopen, vertakkingen en rivieren bij elkaar in een modderige delta. Het blijkt dat de Nederlanders er zelf geen oplossing voor hebben en om discussie te voorkomen hebben ze deze plaats maar het Hollands Diep genoemd. Vlakbij deze monding ligt een klein schiereiland dat met een smalle doorgang met het vasteland verbonden is. Over het schiereiland loopt een rechte gladde weg. Rond het schiereiland liggen drie grote eilanden. De monotonie van het onnatuurlijk vlakke landschap wordt alleen verlevendigd door het kleine plaatsje Sint-Philipsland waar ook een schilderachtige molen staat.

Nadat het 1e Pantserregiment in deze regio aankwam werden meteen twee pelotons tanks op het schiereiland gestationeerd. De tactische situatie van dit vergeten front was als volgt: Het schiereiland zelf (Sint-Philipsland) en een schiereiland ten zuiden daarvan (Tholen) waren in Geallieerde handen. Ten noorden van Sint-Philipsland ligt het eiland Goeree-Overflakkee dat in Duitse handen was evenals het eiland Schouwen-Duiveland dat ten westen van Sint-Philipsland ligt. De pelotons van het 1e Pantserregiment kregen infanterieondersteuning van Dragonders van het regiment 10 Pulk Dragonów en van Engelse militairen van het 62e Britse Anti-tank Regiment. Zij bemanden de observatiestellingen in de dijken en ze patrouilleerden op het schiereiland. Daarna begon het ondankbare en monotone werk om deze sector bezet te houden. Ondankbaar omdat, zoals de militairen zeiden, niemand wist dat wij in de frontlijn opereerden.

Vliegende bommen (V1)
Monotoon omdat alle dagen hetzelfde waren en het leek dat niets de stilte langs de kustlijn verstoorde. Zelfs de berichten dat op Goeree-Overflakkee veel Duitsers zaten kon het dagelijkse leven van de bewoners niet verstoren. Enkele verdwaalde mortiergranaten of mitrailleursalvo's van Spandau's, door de Duitsers vanaf de bezette eilanden afgevuurd, waren te zeldzaam om in deze sector de rust te verstoren. Zo gingen de dagen en de hopeloos lange nachten voorbij. Soldaten, die in de verlaten huizen woonden, brachten hun vrije tijd vindingrijk door met het bouwen van kachels want het werd winter. De grond was al hard bevroren. De manschappen waren onvermoeibaar in de weer om van alles te zoeken dat als brandstof voor hun kachels gebruikt kon worden. Als de kachels eenmaal brandden kwamen er gedachten over gebraden wild boven drijven. Dat draaide weer uit op heimelijke strooptochten met de Stengun als jachtgeweer.

Soms werd door de tanks naar het westen geschoten (Schouwen-Duiveland). Een Engelse artillerie eenheid, die de watertoren als observatiepost gebruikte, vuurde ook af en toe naar de overkant. Het enige vermaak was het staren naar de Duitse vliegende bommen (V1) die reutelend over onze hoofden in de richting van Antwerpen vlogen.
Bij het aanbreken van de nacht gebeurde er helemaal niets meer. De observatieposten in de dijken werden bemand. De soldaten, die geen dienst hadden, voerden lange gesprekken over hun herinneringen voordat ze in slaap vielen. De vorst, de nachtdiensten en de zeldzame verloven werden vervloekt. Men verveelde zich. Dragonders en Engelsen bemanden de uitkijkposten langs de rivier maar wij voelden ons bijna overbodig. Wat was ons opgedragen? Overdag schoten we soms met onze kanonnen naar vijandelijk gebied. 's Nachts beveiligden wij ons kwartier en ons zelf. Zo ging het. Waarschijnlijk was er op het schiereiland één man die zich niet verveelde.

Een lange jonge luitenant met blauwe ogen en licht haar namelijk de commandant van de twee tankpelotons de zogenaamde "Pantsergroep". Hij was tevreden met zijn functie. De hele dag bracht hij onvermoeibaar door met het oplossen van problemen met de beveiliging, de keuken, de radiostations, de vijand en andere commandanten. Hij verloor nooit zijn humor en was een beetje overal. De luitenant inspecteerde tanks en wapens, maakte de diensten, zocht de posities voor de tanks uit, controleerde de verbindingen, vergaderde met de Engelsen en hij overtuigde de officieren van de artillerie op welke Duitse doelen op de eilanden aan de overkant geschoten moest worden. 's Avonds zat hij in de commandopost en daar werden nieuwe plannen gemaakt. Daarna ging hij opnieuw een ronde langs zijn tanks maken.

Wanneer uiteindelijk zijn energie op begon te raken kwam hij ook bij onze geïmproviseerde open haard zitten en discussieerden wij tot diep in de nacht. Soms haalde hij een zorgzaam bewaarde dwarsfluit uit zijn tank. Dan ontstond er een "verzoekprogramma" dat altijd begon met het lied "Sur le pont d' Avignon" Ik genoot van deze grote jongen met de mooie handen van een artiest. Dan werd ik me er steeds opnieuw van bewust dat het noodlot deze jongen hier met het Poolse leger in een klein Nederlands dorp bracht. Hij was afkomstig uit een Poolse familie met grote tradities maar zijn grootvader en zijn vader waren Fransen die geen woord Pools spraken. Zelfs nu sprak hij met een duidelijk buitenlands accent. Maar er was iets dat hem buitengewoon aantrok want na de bezetting van Frankrijk door de Duitsers roeide hij in een bootje de zee over om zich te gaan melden bij de Poolse Strijdkrachten in Engeland.

De 22e januari scheelde niets van andere dagen op het schiereiland. Alles leek zijn normale gangetje te gaan. Alleen was er enkele dagen geleden wat sneeuw gevallen en dat accentueerde nog meer de leegte rondom ons. Terwijl de luitenant laat op de avond vertrokken was voor overleg in het Engelse hoofdkwartier zette de vijand een zware aanval in met mortieren en machinegeweren. Daarna kwam het bericht dat de Duitsers, gebruik makend van het opkomend tij, met een sterke patrouille waren overgestoken. Later bleek dat deze actie tot doel had het opblazen van de watertoren die diende als observatiepost voor onze artillerie. De Duitsers kwamen op twee plaatsen aan land waarna ze zich in drie groepen verdeelden. De eerste groep hield zich bezig met de watertoren, de tweede met het liquideren van de observatieposten die daar vlakbij lagen en de derde groep viel de tanks aan om daarna mijnen te leggen. Er werd voortdurend met mortieren geschoten om de weg naar het water af te snijden.

Toen de luitenant hoorde dat er een aanval was begonnen stapte hij onmiddellijk in een scoutcar en ondanks de beschietingen kwam hij zo snel mogelijk terug naar de opstelplaats van de tanks. De bemanningen waren al ingestapt maar het was zeer moeilijk om een tegenaanval te doen. Het was donker en er was niets van de vijand bekend. In het voorterrein was een chaotische schietpartij te horen maar dat kon zowel door Duitsers als door de eigen terugtrekkende eenheden worden veroorzaakt.

Luitenant Marie Andrzej Poniatowski
De luitenant liep langs de pelotons, controleerde de bewaking van de infanterie en stapte daarna in zijn tank. Staande in de toren van zijn tank probeerde hij met heel zijn gezichtsvermogen te ontdekken wat er in het duister gebeurde. Enkele minuten later werd hij door een geweerkogel getroffen en hij gleed zwaar gewond naar beneden in de toren. Ondertussen werd er steeds op de tanks geschoten. Er werd nog een bemanningslid van een tank gedood en er viel een gewonde. Tenslotte ontstond er een geweldig zware ontploffing toen de lading onder in de watertoren ontstoken werd. De galm van de beschieting zwakte af en de geluiden losten daarna op in de duisternis. De Duitsers hadden hun doel bereikt en ze trokken snel terug. In de verte werd nog wat geschoten en toen werd het stil op het schiereiland. De verliezen van het 1e Pantserregiment bedroegen: een gewonde en twee doden omdat nog geen uur later luitenant Marie Andrzej Poniatowski, drager van de hoogste Poolse onderscheiding "Virtuti Militari", in de handen van de soldaten, die hem naar het ziekenhuis brachten, is overleden.

was getekend: luitenant ADAM OSTROMECKI - 1e Pantser Regiment

War diary 62nd A/T Regiment Royal Artillery

22 januari 1945, 01.55 uur: Een vijandelijke patrouille landde op Sint-Philipsland (geschatte sterkte 50 man). Voorwaartse posten zwaar beschoten met mortieren en de post op coördinaten 496453. De Stelberg werd onder de voet gelopen.
22 januari 1945, 01.55 uur: Een vijandelijke patrouille landde op Sint-Philipsland (geschatte sterkte 50 man). Voorwaartse posten zwaar beschoten met mortieren en de post op coördinaten 496453. De Stelberg werd onder de voet gelopen.
Door het hoofdkwartier van de batterij en door het 1e Poolse Pantserregiment werden versterkingen gestuurd. Het doel van de patrouille was het opblazen van de observatiepost van de 245e Batterij op coördinaten 492447, de watertoren. De toestand was om 02.50 uur hersteld.

War diary Manitoba Dragoons = 18th Canadian Armoured Car Regiment.
De Manitoba Dragoons ofwel het 18th Armoured Car Regiment was een zelfstandig Canadees regiment pantserinfanterie. Zij gebruikten halftracks en andere kleine gepantserde voertuigen voor transport als ze samen met tanks in actie waren. Bijna de hele winter was dit regiment toegevoegd aan de 1e Poolse Pantserdivisie.
Op de beschreven datum was dit regiment niet op Sint-Philipsland maar zij maakten toch een aantekening over de gebeurtenissen omdat de Manitoba Dragoons eerder zelf ook daar opereerde.

20 januari 1945: Er was vandaag lichte vijandelijke activiteit aan het front en er vielen in totaal 40 Duitse granaten. In de omgeving van Willemstad (coördinaten 07248) 20 stuks en nog eens 20 stuks op coördinaten 0692475. Het weer: De omgeving begon steeds meer op Canada te lijken want een sneeuwlaagje van drie inches maakte het landschap wit.


1. Watertoren, 2. Post William, 3. De Stelberg met Post David,
4. Post Ernst, 5. Hof Rumoirt, 6. Handelshaven met













21 januari 1945:
Er werd weinig geschoten vandaag en er vielen ongeveer 20 granaten in onze sector. 's Nachts staken twee Hollanders het water over. Ze vertelden ons dat de oostelijke oever van de rivier de IJssel, liggende in de noord-oostelijke hoek van Nederland, door de Duitsers met gedwongen hulp van Nederlandse arbeiders wordt gefortificeerd.
Het weer: Het blijft koud en er viel nog wat sneeuw bij en daardoor wordt het auto rijden gevaarlijk.

22 januari 1945:
Er was vannacht een toenemende activiteit van de vijand in de sector van het "C" eskadron en er vielen 100 granaten in de omgeving van Willemstad (coordinaten D7248). Ook vielen granaten in de buurt van NOORDSCHANS bij Klundert(coördinaten D 7847) Voor de eerste keer zagen we in onze sector, toen we beschoten werden, een vijandelijk vliegtuig dat luchtwaarneming leek te doen. Twee van onze mannen worden vermist op coördinaten 0692475. Waarschijnlijk werden zij gewond gevangen genomen door een vijandelijke patrouille. Het zijn korporaal J. Steinmetz en soldaat W. Veness beiden van het "C"eskadron. Achteraf bleek dat W. Veness toch was gesneuveld. Hij ligt begraven op de Canadiaaan War Cementery te Bergen op Zoom.

Een Duitse patrouille van 50 man viel Sint Philipsland (coordinaten D4844) aan. Het 62e Anti Tank Regiment heeft daar de verantwoordelijkheid maar eerder opereerden wij daar enkele maanden. De vijandelijke patrouille veroorzaakte veel schade en veroorzaakte ook gewonden en doden. Ze bliezen de watertoren op die het 62e AntiTank Regiment als waarnemingspost gebruikte. Het was een goed georganiseerde raid en we moeten toegeven dat de vijand zeer bekwaam is in dit soort acties.
Het weer: Het was vandaag helder en koud

De landing
Uit bovenstaande verslagen is in grote lijnen te reconstrueren hoe de aanval verliep. Er blijven echter nog veel vragen over waar na verder archiefonderzoek misschien een antwoord op te vinden is. Het blijft onduidelijk met hoeveel man de Duitsers aan land kwamen. Uit de geschreven bronnen varieert het aantal tussen 12 en 200 man die landden in twee groepen. Eén groep kwam aan land bij boerderij "de Stelberg". Vlak bij de buitendijkse Bruinisser stelberg, een zoetwater drenkplaats voor vee, waar het buitendijkse schor smal was en doorsneden van kreken. Ooggetuigen hebben de volgende dag de sporen in de sneeuw op de dijk gezien. De andere landingsplaats is waarschijnlijk in de buurt van het handelshaventje bij de suatiesluis geweest. Deze landingen waren een volslagen verrassing. De Duitsers waren goed voorbereid en ze maakten handig gebruik van de elementen. Daarnaast namen ze ook maatregelen om elk geluidje te verdoezelen.

Tot de Bruintjeskreek
Bij de landing lieten ze de boten door het opkomend tij geruisloos aan wal drijven. Tijdens de landing werd met zware artillerie op naburige sectoren geschoten zodat het onrustig was in de lucht. Volgens de Polderbewoners Bram Nouwen en zijn zwager Jan Zuidweg werd vanaf Bruinisse geschoten en waren er inslagen in een langgerekte vorm, ten noorden van de Langeweg, over en bij de Noordweg, tot de boerderij Frederiksburg van dijkgraaf P. Boudeling. In de woning van zijn broer L. Boudeling liep diens zoon Jan Boudeling de nacht van de raid rakelings een scherf of kogel langs zijn hoofd mis, zo deelde hij juist voor het verschijnen van dit artikel mee. Een gehavende binnendeur in de woning kort bij de kruising Langeweg – Lageweg levert het bewijs dat de gevechtshandelingen zich die nacht uitstrekten tot het huidige natuurgebied Bruintjeskreek.

De Poolse oud-strijder Sylvester Bardzinski vertelde dat er een Duits vliegtuig boven Sint-Philipsland vloog. Dat was blijkbaar zo ongewoon dat het ook in de War Diary van de Manitoba Dragoons wordt gemeld. Dieper in het achterland werd ook nog lawaai veroorzaakt door de M10 tanks van de Engelsen waarvan dag en nacht de motoren moesten draaien omdat anders de dieselolie uitvlokte. Maar er was nog meer: Het tijdstip van de aanval was zeer goed gekozen. Het was helder vriezend weer. Het is dan belangrijk zo goed mogelijk van het maanlicht te profiteren maar het mag niet te licht zijn want een getrainde infanterist heeft maar weinig licht nodig. De maanstand was die dag tussen Eerste Kwartier en Volle Maan. De maan was voor 70% verlicht en dat was voldoende. De Duitsers droegen sneeuwpakken en zelfs hun wapens waren wit geschilderd. De invallers hielden contact met elkaar door vogelgeluiden te maken. Het waren duidelijk geroutineerde specialisten die al meer van deze karweien hadden uitgevoerd.

De aanval
Toen in de observatieposten langs de dijk van Het Zijpe de eerste geluiden van de Duitsers werden gehoord was het al te laat. Waarschijnlijk waren de posities van de observatieposten al eerder verkend en zodoende wist de vijand ook precies waar de telefoonleidingen lagen. Die bleken dus al doorgeknipt te zijn voordat er iets alarmerends gebeurde. Daarna werden alle posten vanuit de Duitse boten met lichte mortiergranaten bestookt. Later werd ook vanaf Schouwen-Duiveland met zwaardere mortieren op de stellingen in de dijk geschoten. Omdat de constructie van die stellingen daar niet tegen bestand was bleef er niets anders over dan terug te trekken op een verdedigingslinie die verder landinwaarts lag. Richting Hof Rumoirt, kern Anna Jacobapolder, en zoals we zojuist noemden tot het binnenwater Bruintjes Kreek. Vlak achter de dijk was er geen dekking mogelijk omdat op last van de Duitsers de boerderijen en alle huizen op een na waren afgebroken. Alleen de woning van beurtschipper Adriaan Aarnoudse bleef staan. Meer naar de tramhaven bleef ook de woning van boerderij Willemsburg waar de familie Van Hoeve woonde nog staan. Deze werd gevorderd voor de Duitse staf omdat de woonbunker bij de tramhaven nog niet gereed was.

Verwarde toestand
Tijdens deze beweging ontmoetten de Stoottroepers echter Duitsers die met een omtrekkende beweging al ver achter de dijk waren. De Stoottroepers konden de zwaarder bewapende en goed gecamoufleerde Duitsers niet weerstaan. Bovendien hadden de Nederlandse militairen te weinig munitie bij zich en ze hadden helemaal geen ervaring met nachtelijke infanterie gevechten. Er ontstond een verwarde toestand. Inmiddels was de 25 meter hoge watertoren niet meer bewaakt en dat was juist de bedoeling van de Duitsers. Nu was het zaak om zo snel mogelijk de springstof op vitale plaatsen in de watertoren aan te brengen.

Om te verhinderen dat er versterking uit het achterland zou komen werden de tanks bij Hof Rumoirt door Duitsers bezig gehouden met ze aan te vallen en er werden ook booby traps aangebracht. Ook werd tijdens de actie voortdurend met artillerie en mortieren op de Langeweg geschoten. Omdat er te weinig zicht was bleek het uiteindelijk onverantwoord om met de tanks naar de dijk op te rukken. Temeer omdat eigen manschappen daar het slachtoffer van zouden worden. Na een zeer zware explosie werd duidelijk wat de Duitsers in hun schild voerden. De watertoren zakte rechtstandig naar beneden omdat op de begane grond de muren werden weg geslagen. Na de ontploffing werden tussen het puin nog wat landmijnen gelegd en daarna verdwenen de Duitsers even snel naar de dijk als ze gekomen waren om met brullende motoren naar de overkant te stuiven.

Verliezen
STOOTTROEPEN - 10e Compagnie Regiment Brabant:
Toen het gevaar geweken was ging een patrouille van Stoottroepers onder leiding van een Engelse sergeant-majoor zoeken naar mogelijke slachtoffers. Halverwege de Langeweg vonden ze in de noordelijke sloot onder de sneeuw het lichaam van Soldaat Petrus Antonius Marie Avontuur geboren 30 januari 1920 te Princenhage.
Waarschijnlijk gesneuveld terwijl hij probeerde zijn hoofdkwartier te bereiken. Hij werd door zijn dienstmakkers tijdelijk begraven op het R.K. Kerkhof van Kruisland. Op 31 oktober 1945 werd zijn graf overgebracht naar de R.K. Begraafplaats Zuylen te Breda Vak: 25K, Rij 2, graf 24. In Breda is in de wijk het Sportpark een straat naar hem genoemd dus de "Piet Avontuurstraat". Bij het appel bleek dat er nog één Stoottroeper ontbrak. Hij is waarschijnlijk als krijgsgevangene mee genomen door de Duitsers. Verdere informatie ontbreekt.

 1e Poolse Pantserdivisie

Podporucznik (2e uitenant) Prins Marie Andrzej Poniatowski, geboren 15 april 1921 te Parijs. Zoals boven beschreven voerden de Duitsers een afleidende aanval uit op de tanks die bij Hof Rumoirt stonden opgesteld. Luitenant Poniatowski de commandant van de twee pelotons Sherman tanks werd daarbij, staande in de koepel van zijn tank, door een geweerschot dodelijk gewond waarna hij enkele uren later in het ziekenhuis te Bergen op Zoom overleed:
Hij werd begraven in de tijdelijk aangelegde Poolse afdeling van de Gemeentelijke Begraafplaats te Merksplas in België. Deze begrafenis vond plaats in Merksplas omdat enkele regimenten er naar streefden al hun doden op dezelfde plaats te begraven. Al na enkele maanden is zijn stoffelijk overschot naar Frankrijk over gebracht.
Zijn graf is nu te vinden bij de R.K. kerk van Mont-Notre-Dame, 02220 département l' Aisne, Frankrijk. Ook zijn vader, die burgemeester was van Mont-Notre-Dame, ligt daar begraven.

                       

Podporucznik (2e luitenant) Prins Marie Andrzej Poniatowski, met daarnaast
zijn graf bij de Rooms-Katholieke kerk Mont-Notre-Dame in Aisne, Frankrijk.

Starszy strzelec Bronislaw Powalka
Geboren 25 december 1913 te Kamieniowola p. Lubartów, Polen.
Tijdens dezelfde aanval werd geprobeerd enkele tanks te verplaatsen om de weg voor oprukkende Duitsers te blokkeren. Om tankchauffeur korporaal Piskorek aanwijzingen te geven ging boegschutter Powalka voor zijn tank uitlopen. Daarbij werd hij gedood door een vijandelijk geweerschot. Hij werd ook begraven in de tijdelijk aangelegde Poolse afdeling van de Gemeentelijke Begraafplaats te Merksplas in België. In 1947 werd zijn graf overgebracht naar de Poolse Militaire Begraafplaats te Lommel in België. Hij rust nu in vak II, rij B, graf 4.

Starszy dragone Boleslaw Podedworny
Geboren 18.2.1913 Koczanów p. Pinczów, Polen.
Zoals eerder beschreven werden de tanks beschermd door pantserinfanterie van het 10e Regiment Dragonders. Bij de verwarrende schietpartij rond de tanks sneuvelde dragonder Podedworny door een geweerschot. Omdat zijn regiment in Oosterhout was ingekwartierd namen zijn landgenoten zijn stoffelijk overschot mee naar Oosterhout om het te begraven op R.K. Kerkhof (nu Algemene Begraafplaats Leysenakkers) aan de Veerseweg te Oosterhout. Zijn graf ligt daar nog steeds in het Poolse Ereperk.














Het graf van Podedworny

62nd ANTI TANK REGIMENT, ROYAL ARTILLERY

Luitenant Eric Francis Bell, oud 28 jaar
Luitenant Bell was een van de "troop commanders" in de 245e Batterij. Hij sneuvelde tijdens de Duitse aanval maar het is niet precies bekend waar dat gebeurde. Hij werd meteen na de actie begraven in Roosendaal op de R.K. Kerkhof in Rij A, graf 7.

Gunner Perry Thomas Baugh, oud 36 jaar
Gunner Baugh van de 245e Batterij raakte dodelijk gewond tijdens de boven beschreven actie. Hij overleed in een hospitaal te Roosendaal en werd daarna begraven op het R.K. Kerkhof te Roosendaal in Rij A, graf 6.

In de War Diary van 62nd A/T Regiment wordt gemeld dat er zes man gewond raakte en dat er twee man worden vermist die als krijgsgevangenen door de Duitsers werden meegenomen Het waren volgens het “Royal Artillery Museum” de gunners F. Storey en P. Batchelos. Zij overleefden hun gevangenschap.

Duitsers
In de geschreven bronnen komt weinig voor over de Duitse aanvallers. Zelfs het juiste aantal wordt niet duidelijk maar er wordt verder ook niets vermeld over hun militaire hoedanigheid. De inwoners van Anna Jacobapolder A. Nouwen en J. Zuidweg vertelden dat het SS-ers waren. Hetzelfde hebben de Poolse soldaten ook in Oosterhout op hun inkwartieringsadres verteld. SS-ers waren fanatieke, goed getrainde vechtjassen dus de elite troepen van de Duitsers. Of de Duitsers verliezen hebben geleden is niet bekend. Er zijn destijds nergens in de omgeving Duitse oorlogsgraven met een sneuveldatum van 22 januari 1945 aangetroffen .

Besluit
Dit artikel is ontstaan omdat in Oosterhout de vraag rees waarom Bolestaw Podedworny daar begraven lag. Al snel kwam Sint Philipsland in beeld en gaandeweg heb ik nog meer gegevens gevonden. Er bestaat ongetwijfeld ook nog archiefmateriaal dat ik nog niet ken. Ik heb geprobeerd uit een aantal bronnen een zo objectief mogelijk beeld te reconstrueren van wat er zich in die bewuste nacht in een zeer kort tijdsbestek afspeelde. Mijn bedoeling is zeker niet om zestig jaar later personen of organisaties nog in gebreke te stellen. Ik wil alleen de mannen die hun jonge leven offerden voor onze vrijheid een plaats in de geschiedenis geven. Mogelijk is dat nog te accentueren met een klein monumentje bij Lombok, waar eens de watertoren stond.

Bronnen
Oud-strijders:
Sylvester Bardzinski
Roman Fedoruk
Zbigniew Mieczkowski
Wally Shea
Bewoners Anna Jacobapolder
Heemkundekring “Philippuslandt”
Gemeente Archief Breda (klachten Stoottroepers, G.O.I.W.)
Gemeente Archief Oosterhout (Poolse Oorlogsgraven)
Stichting "de Koepel", Utrecht (Maanstanden)
Generaal Maczek Museum, Breda

Literatuur
1. “1. Dywizja Pancerna w Walce” gedrukt in 1947 door La Colonne te Brussel, herdrukt door “Marqus” te Skoczów, Polen, ISBN 83-916868-0-9. 2. “1. Pulk Pancerny w Walce”, printed by Saint Catherine Press, Brugge, België. 3. “With the Tanks of the 1st Polish Armoured Division”, K. Jamar. Gedrukt in 1946 door H.L. Smit te Hengelo. 4. “POLEGLI an polu CHWALY” ondertitel “Killed in action”, Generaal Maczek Museum, Breda, 1983. 5. “We zullen hem niet vergeten” Jacques Sadée en Corry Lossez, Uitgeverij Brabantia Nostra, Breda, ISBN 90-6949-026-9. 6. “Breda vertelt van zijn bevrijding”, A. Hallema, gedrukt in 1946 door Broese en Peereboom te Breda. 7. “Merksplas Oorlogs Dagboek”, uitgave Markblas te Merksplas 1984. 8. War Diary: “62nd Anti Tank Regiment, Royal Artillery” 9. War Diary: “18th Canadian Armoured Regiment” ook wel genoemd “the Manitoba Dragoons”. 10. Krantenartikel “Vuurdoop in de sneeuw” door J.W. Hofwijk uit de Pen Gun. 11. Krantenartikel “Dieven in de polder” P.Z.C. 12. Krantenartikel “Gebeurtenissen rond de Anna Jacobapolder in “1943-1944”, P.Z.C.

Pen Gun
Onze gastschrijver Jos van Alphen noemt het voorgaande artikel in de aanvang het artikel “Vuurdoop in de sneeuw”, door J.W. Hofwijk, dat we in de vorige Cronicke (nr. 2, oktober 2004) publiceerden. Inmiddels heeft Van Alphen contact gehad met deze schrijver, wiens naam in werkelijkheid Willy Kint is en op hoge leeftijd nog steeds actief is. Deze (oorlogs) journalist en schrijver publiceerde ook in het in 1945 en 1946 wekelijks verschijnende blad “Pen Gun”. Het lijkt mij - vooral voor onze jongere generaties – goed hier een toelichting op te geven. Hoogstwaarschijnlijk schreef Willy destijds ook het artikel “Vuurdoop in de sneeuw” voor dit blad. Het eerste nummer van de wekelijks verschijnende ‘Pen Gun’ kwam uit op 1 juni 1945. Het laatste, nr. 81, op 30 dec. 1946. Het blad werd gedrukt op de door het militair gezag gevorderde persen van de Nieuwe Apeldoornse Courant en werd uitgegeven door de Sectie voorlichting bij de staf van de bevelhebber van de Nederlandsche Strijdkrachten. Na december 1946 werd het voortgezet als: “Het lichtspoor voor de Nederlandsche strijdkrachten”
I.v.m. de slechte conditie van het papier is het blad Pen Gun enkel beschikbaar en ter inzage op microfilm (C 158). Aanvraag is mogelijk aan de balie in de leeszaal Koninklijke Bibliotheek. Op 29 juni 1981 verscheen van het blad Pen Gun een speciale uitgave ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van Z.K.H. Prins Bernhard.

Jan Kempeneers

Piet Avontuur krijgt monument in Tholen

Dinsdag 15 januari 2008 - BREDA - De Bredase verzetsheld Piet Avontuur (1920-'45) krijgt een officieel monument in de gemeente Tholen (Z).

De plaatselijke overheid en het Regiment Stoottroepen hebben het initiatief van een kleine projectgroep overgenomen en organiseren nu voor 20 maart een grootscheepse plechtigheid met militair vertoon. Ten minste honderd oudstrijders zijn uitgenodigd om de onthulling van het monument op de Algemene Begraafplaats van Anna Jacobapolder (op St.-Phlipsland) bij te wonen. De begraafplaats ligt vrijwel op de plek waar Piet Avontuur, sectiecommandant bij de Nederlandse Stoottroepen, op 23 januari 1945 sneuvelde. Bij dezelfde Duitse aanval lieten ook vijf Poolse en twee Engelse geallieerden, evenals een burger het leven. Hun namen worden eveneens vermeld op het gedenkteken. Dat is grotendeels een reconstructie van Avontuurs particuliere grafmonument dat tot juli 2007 op de Bredase begraafplaats Zuylen stond. Piet Avontuurs gebeente is die dag herbegraven op het nationaal ereveld in Loenen.

'We mogen onze helden niet vergeten'
21 mrt 2008, - ANNA JACOBAPOLDER - Monument voor Piet Avontuur plechtig onthuld.

Het is guur, koud en winderig deze donderdag in de polders van Sint Philipsland. Maar het is niets in vergelijking met het winterse weer in de nacht van 22 op 23 februari 1945. In die nacht laten zeven stoottroepers, onder wie de Bredase verzetsheld Piet Avontuur, het leven aan de Langeweg in Anna Jacobapolder. Nu, 63 jaar na dato, heeft het dorp een monument dat herinnert aan het korte, maar hevige gevecht.

De kleine begraafplaats net buiten het dorpje staat stampvol. Oud-strijders, nabestaanden van de gesneuvelden en andere belangstellenden luisteren, gewapend met paraplu's, naar toespraken van kolonel Joop Lodders en de burgemeester. Het militair muziekkorps zorgt voor een plechtige, muzikale omlijsting. De overgebleven overlevenden, staat de bewuste nacht in het geheugen gegrift. De Duitsers komen letterlijk als een dief in de nacht in bootjes de Zijpe overgestoken. Sint Philipsland is dan al bevrijd, maar dient als uitvalsbasis voor de geallieerden om Schouwen-Duiveland te bevrijden. Bij het aan land komen, worden de Duitsers snel ontdekt door een Engelse wachtpost van de tiende compagnie. Maar te laat. De telefoonlijnen zijn dan al doorgeknipt. Niet veel later wordt de watertoren, met daarin een commandopost van de geallieerden opgeblazen. Deze nacht laten naast Piet Avontuur ook vijf Poolse, onder wie prins Marie Andrzej Poniatowski, twee Engelse geallieerden en een burger het leven. "Verzetshelden mogen onder geen beding anoniem in de nevelen van de geschiedenis verdwijnen", vindt Lodders. "Piet Avontuur was zo'n held. Zonder opleiding en goede uitrusting vocht hij hier, niet ver van deze plek. Van de overlevenden van zijn compagnie met stoottroepers hebben we er acht getraceerd. Helaas zijn er het afgelopen jaar alweer drie overleden." Het monument staat fier bij de ingang van de begraafplaats. Het bestaat voor een deel uit de grafsteen van Piet Avontuur die tot vorig jaar zomer op het Bredase kerkhof Zuylen stond. Op een plaquette staan de namen van de gesneuvelden. "Het stoffelijk overschot van Pietje is naar het nationale ereveld in Loenen gebracht", zegt Lodder. "Zijn grafmonument viel in brokken uiteen en ging niet mee. We hebben het gerestaureerd en voorzien van de plaquette."

Tom Peeters, Breda

Op allerlei manieren brengt Tom Peeters (77) al sinds 1944 de bevrijding van Breda door de 1e Poolse Pantserdivisie onder de publieke aandacht.

Als amateur-historicus bereidt hij de publicatie van twee nieuwe studies voor. Tussen 1950 en 1990 was hij op velerlei wijzen actief in het culturele leven en onderwijs. Hij is nu Lid in de Orde van Oranje-Nassau. In de naoorlogse jaren groeide Tom Peeters’ bewondering uit tot oprechte vriendschap met tal van Polen. Hij publiceerde vier boeken over Breda’s bevrijders waarvan één in Pools is vertaald, organiseerde drie veteranenreünies en is nu als vrijwilliger aan het Generaal Maczekmuseum verbonden.

De bevrijding van Breda door de Eerste Poolse Pantserdivisie van generaal Stanislaw Maczek, op 28 en 29 oktober 1944, was voor de inmiddels 14-jarige Tom een dubbele bevrijding. Abrupt eindigde het gevoel van beklemming waarmee hij was opgegroeid. Toen de bezetting aanbrak, was Tom Peeters nog negen. Zijn ouderlijk huis stond aan de Zandbergweg 236, net voorbij de (zuidelijke) hoek met de Ginnekenweg. Voor een opgroeiende jongen was er weinig te beleven. „Voor tieners was er niks, geen enkel vermaak.

Herdenking in Hooge Zwaluwe

HOOGE ZWALUWE - In de rooms-katholieke kerk aan de Kerkdijk in Hooge Zwaluwe wordt zondag om 19.00 uur de jaarlijkse herdenkingsbijeenkomst gehouden in verband met dodenherdenking.
Het thema is: Solidariteit, ruggengraat voor vrijheid. Het gemengd koor van de Willibrorduskerk, fanfare Concordia, mevrouw Wortel en de heer Van Dijk verlenen hun medewerking aan deze bijeenkomst. Na afloop gaat fanfare Concordia voor richting het monument aan de Haven. Daar wordt twee minuten stilte gehouden, waarna het Poolse volkslied en het Wilhelmus zullen klinken. Wethouder Harry Bakker houdt een toespraak en legt een krans bij het monument namens het gemeentebestuur. Ook anderen leggen bloemen.

Breda's eerste moderne inzamelingsactie

BREDA - Het is een verhaal over de dood die vroeg of laat elke strijd wint. Maar óók het verhaal van de generositeit van honderdduizend Bredanaars die, middenin de Wederopbouw, massaal bereid waren een ereschuld in te lossen aan een Poolse bevrijder.

Selchts twee maal voerde Wiktor Fraczcaks levenslot hem naar Breda; eenmaal ontkwam hij er aan een ontijdige dood. De eerste keer dat de Poolse econoom de stad aandeed, maakte hij - als 37-jarige kapitein van het 9e Bataljon, deel uit van de Eerste Poolse Pantserdivisie, die op 29 oktober 1944 Breda van de Duitsers bevrijdde. De aanblik van de verwoeste Driesprongkerk, opgeblazen door de terugtrekkende Duitsers, zou hem het sterkste bijblijven. Na de oorlog vestigde Fraczcak zich met zijn vrouw Jadwiga, een onderwijzeres, aanvankelijk in het vrije Duitsland. Maar Jadwiga's heimwee bracht het paar in 1948 toch terug naar het communistisch geworden, straatarme Polen, waar Fraczcek als bedrijfseconoom bij het ministerie van Buitenlandse Zaken ging werken. De woonomstandigheden in Polen waren destijds bedroevend en zoals bij zoveel landgenoten, kreeg de tuberculose ook vat op Fraczeks longen.

Inmiddels vader van een dochter, kwam hij in '52 op een legerpensioentje thuis te zitten. Spoedig volgde een eerste sanatoriumopname, in 1956 een tweede. De veteraan bleek ongeneeslijk ziek, enkel een operatie bood hem nog kans van leven. Maar in het van tbc vergeven Polen kon hij pas na anderhalf jaar onder het mes. Terwijl de dood eind '57 om Fraczceks uitterende lichaam begon te dobbelen, kwam het lot van de wanhopige oudstrijder zijn in 1944 in Breda achtergebleven strijdmakkers ter ore. Eén van hen was dr. Witold Komar (50), een aan de KMA docerende jurist, die als landelijk bestuurder van de Poolse Katholieke Vereniging (PKV) in het voorjaar van '58 de kat de bel aanbond.

Komar vond De Klokkenberg bereid de Poolse veteraan gedurende anderhalf jaar te laten kuren voor de helft van de gebruikelijke verpleegkosten. Voor de verdere financiering kwam de plaatselijke afdeling van Herwonnen Levenskracht (H.L.), de vereniging tot bestrijding van Volksziekten in beeld. Afdelingssecretaris Bart Jansen (1915-'91) uit de Pijnboomstraat en zijn medebestuursleden werkten razendsnel. In een week tijd zetten zij een door burgemeester Kortmann en bisschop Baeten krachtig aanbevolen en door de plaatselijke pers warm ondersteunde inzamelingsactie op poten, waarbij op 5 mei 390 collectanten - sommigen in Poolse klederdracht - de 28.000 Bredase voordeuren langs gingen.

Aan het eind van die Bevrijdingsdag was er 10.772 gulden opgehaald. Waarbij niet onopgemerkt bleef dat ook Duitse toeristen stevig in den Beutel hadden getast. Tien dager later lag er al een visumaanvraag bij de Poolse ambassade. Toen was het wachten op de traag van bureaucratie en argwaan malende, Oost-Europese formaliteitenmachine. Vol mededogen volgde Breda in de navolgende mei- en juniweken de berichtgeving daarover in de twee plaatselijke dagbladen. Totdat de uitgemergelde Wiktor Fraczcak donderdagochtend 26 juni om 10.15 uur op Utrecht-CS de trein uit Berlijn uitstapte. Zijn oude bekende Witold Komar, inzamelingsleider Bart Jansen, een verpleegkundige en een afgevaardigde van de Nederlandse oudstrijdersbond stonden op het perron klaar om de door alle attenties en blijken van medemenselijkheid zeer aangedane oud-kapitein op te vangen. De winkeliers Nouwens en Van Baal hadden zich met hun (toen nog zeldzame luxe) auto's voor het vervoer naar Breda aangemeld.

Het eerste wat Fraczcek opmerkte, toen de wagens de oostelijke stadsgrens passeerden, was de herbouwde Driesprongkerk (inmiddels gesloopt). Na een kort officieel welkom op het Stadhuis werd de opgewonden maar oververmoeide patiënt fluks naar De Klokkenberg gebracht. In zijn met Westerse luxe omringde sanatoriumbed - H.L. had zelfs voor een scheerapparaat gezorgd - sterkte de van dankbaarheid overlopende veteraan langzaam aan. In eigentijdse verslagen komt hij naar voren als een eenvoudige, opgewekte man met beweeglijke bruine ogen; een levendig verteller in vloeiend Duits en Engels. Op maandag 5 januari '59 was Fraczcak sterk genoeg voor zijn operatie, die succesvol verliep. Jadwiga ontving een bevrijdend telegram - en de blijde mare ging door de stad. De volgende dag kreeg Jadwiga Fraczcek evenwel een telefoontje uit Breda. Haar man leek de nacht goed doorgekomen, maar een complicatie in de vroege ochtend was hem alsnog fataal geworden. Drie dagen later werd Fraczcaks stoffelijk overschot via Brussel naar Warschau teruggevlogen. Met een requiemmis in de Ginnekenstraatkerk nam de stad op zaterdag 10 januari afscheid van de bevrijder die, ruim veertien jaar na Breda's bevrijding, in de allerlaatste hinderlaag was gelopen. Wiktor Fraczcak werd 51 jaar.

Bliksemactie
Vijftig jaar geleden was Breda in de ban van zijn eerste massale geldinzamelingsactie - nieuwe stijl. Op 5 mei 1958 hadden honderden collectanten op die ene Bevrijdingsdag, 13 jaar na de oorlog, ruim tienduizend gulden opgehaald, om het leven te kunnen redden van de doodzieke Poolse bevrijder kpt. Wiktor Fraczcak. Met spanning wachtte de stad op 's mans aankomst.




Slijpen, boren en in ere hersteld...

De serene rust op begraafplaats Vogelenzang in het Ginneken wordt deze dagen wreed verstoord door kabaal van een slijpmachine en trilboor. Een container bij de ingang, gevuld met brokken steenpuin, staat er als waarschuwing voor de ordeverstoring. Bezoekers kijken even vreemd op, maar wandelen dan toch onverstoorbaar het kerkhof op. Links in de hoek, waar de Poolse oorlogsgraven (1944) liggen, werken drie mannen zich in het zweet.

Twee hoveniers en een technische man van de Oorlogsgravenstichting uit Den Haag zijn druk doende met het verwijderen van 42 van de in totaal 80 graven op het Pools militair ereveld. Beschermbril op, stofmasker voor en John Groenestein zaagt met de slijptol een grafsteen van de sokkel. Terwijl collega Nico van Dijk met hamer en beitel, of drilboor, de restanten puin uit het graf haalt. De grafstenen van de in het Ginneken en Bavel gesneuvelde Poolse militairen verlaten tijdelijk de begraafplaats voor een opknapbeurt bij steenhouwerij Timmermans in Nieuwekerk in Zeeland. De in zwart-wit ingegoten namen gaan er uit, in brons gegoten namen komen terug en de grafstenen worden gepolijst. Er zit een bijzonder verhaal achter de Poolse namen.

In de oorlogsjaren 1939-1942 maakte het Duitse leger grote verliezen. Nieuwe manschappen werden geworven in de bezette Poolse gebieden. Poolse jongens moesten verplicht dienen voor het Duitse leger. Veel van hen liepen over of gaven zich over aan de geallieerde troepen. Zo kwamen er ook Poolse militairen terecht bij de Eerste Poolse Panterserdivisie van generaal Maczek. Veel van hen gebruikten een schuilnaam om de families in Polen bij een eventueel krijgsgevangenschap te behoeden voor represailles van de Duitsers. Een Poolse soldaat noemde zich Jankowski, schuilnaam voor Sewokski, Siemienski heette in het echt Cichocki en Antonowicz was schuilnaam voor Kryger. Opvallend zijn de Nederlandse voornamen waar de schuilnamen mee beginnen. Alle familienamen zijn nu achterhaald, de 'echte' namen worden door de steenhouwer in brons aangebracht. Is het voor een paar dagen gedaan met de rust, in september staat het Pools ereveld er weer vredig bij. De Oorlogsgravenstichting beheert in het land 8000 graven van geallieerden en 6500 graven van Hollandse militairen.

Een site om stil te worden

De vormgeving van de site is sober: eenvoudige Engelstalige teksten tegen effen gekleurde achtergronden.
Deze week: Het www.surfcity.nl biedt een schat aan informatie. In een flits surf je van de ene kant van de wereld naar de andere. Nuttige, leuke of interessante informatie vind je vaak ook dicht bij huis. BN/DeStem belicht wekelijks een site uit de regio Oosterhout.

Reacties: nicole.andries@bndestem.nl. De makers van www.polishwargraves.nl hebben een sobere website in elkaar gezet, passend bij het onderwerp van de site. In eenvoudige, Engelstalige teksten geeft de site tegen effen gekleurde achtergronden informatie over Poolse soldaten die het leven lieten tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Wie op de link 'War cemeteries/Grave yards' klikt, en daarna op het linkje 'The Netherlands', kan zien welke Poolse militairen een laatste rustplaats hebben gevonden in onze regio. De makers van de site hebben de gevallen soldaten per begraafplaats op een rij gezet, en dat hebben ze zeer nauwkeurig gedaan.

In Dongen bijvoorbeeld ligt één Poolse militair begraven, op de begraafplaats aan de Bolkensteeg. Kazimierz Tadensz Kozula kwam in februari 1945 op wel zeer ongelukkige wijze om het leven in 's Gravenmoer. Hij liet zijn eigen wapen vallen, het ging één keer af en dat schot werd de 25-jarige Pool fataal. Wie door de namen op de website scrollt, komt veel meer trieste verhalen tegen. Veelal jonge Polen, begin twintig, die omkwamen tijdens de Poolse inspanningen om het zuiden van Nederland te bevrijden. Door mortiervuur, mijnen, of gewoon door domme pech.

Het is mooi dat de makers van deze website de Polen ook op internet een plekje hebben gegeven, zodat ze niet zomaar vergeten worden. Elke omgekomen en in Nederland begraven soldaat heeft een eigen link. Onder elke link staan behalve persoonlijke informatie ook foto's - soms alleen van het witte grafkruis waar de militair onder rust, maar ook kiekjes van de lachende militair tijdens zijn leven. Of van de onthulling van een straatnaambordje - in het geval van Leon Galuba, naar wie de Galubastraat in Dorst is vernoemd.

Deze site moet het niet hebben van spectaculaire effecten of fijnzinnige vormgeving, maar van het engelengeduld waarmee de makers alle informatie en beeldmateriaal bij elkaar hebben gebracht. Vooral de informatie over dertig Polen die begraven liggen aan de Veerseweg in Oosterhout is zeer uitgebreid. Wie de informatie naam voor naam bekijkt, wordt er stil van. En dat mag soms best, op het chaotische en haastige internet.

De 'Ingelsen' bleken in werkelijkheid Polen te zijn

(foto:Het Poolse monument in Axel. foto Wim Kooyman)

Hoe laat of hoe vroeg het de ochtend van woensdag 20 september 1944 precies was, staat ons niet meer bij. Als jonge gast van elf jaar speelde tijd nog niet zo'n rol. Wat ons nog wel bij staat is het weer: nevelig, eerder mistig eigenlijk, maar wel een mist die mooi weer beloofde. Over naar school gaan werd, zover we ons herinneren, niet gepraat.

Daags tevoren waren er nog verschillende groepjes Duitsers langs gekomen op weg naar de Westerschelde, met name naar Terneuzen. Een groep bestond uit Aziatisch uitziende mannen, slonzig, onder het stof, dood- en doodvermoeid, mager als honden en snakkend naar een kan drinkwater. 's Morgens werd er de kant van het Vogelfort bij Hengstdijk op nog geschoten en er stonden wel twee of drie schuren in brand. Ineens doken twee Duitse militairen met een Rode Kruisband om de arm op uit de nevel. Onberispelijk in uniform, weldoorvoed en in het bezit van een wit brood en minstens een pond goede boerenboter. In alle rust zetten ze zich in de 'bakkêêt' aan tafel, besmeerden de sneden brood zeer dik met boter, kamden hun haar nog eens en trokken verder, ook de kant van Terneuzen op.

En dan ineens was die zandkleurige tank daar. Ze kwam de 'april' (oprit) af en stelde zich op voor het damhek, de loop van het kanon in de richting van Kloosterzande. De 'Ingelsen' waren er! Ingelsen, dat waren de enige mogelijke bevrijders die we kenden. Het woord geallieerden was op Campen vast en zeker niet bekend. Maar het waren geen Engelsen, op hun mouw stond Polska, het waren Polen.

Hoe we er achter kwamen dat ze gek waren op tomaten en komkommers is niet meer duidelijk, maar we deden ze er een groot plezier mee. De tomaten hapten ze weg zoals wij appels. Daar stonden we van te kijken. Komkommers ontdeden ze van de schil en de rest aten ze rauw op. Na de verkenners kwam de eigenlijke strijdmacht. Eén groep moest over Boschkapelle (Vogelwaarde-West) naar Campen en dan naar Kloosterzande en Walsoorden. Een andere over Zaamslag en Reuzenhoek naar Campen. Na de cavalerie volgden de infanterie en de artillerie. De twee Rode Kruismannen van 's morgens kwamen in de loop van de middag weer langs, nu boven op een tank. Ze leken er niet onder te lijden dat ze de oorlog verloren hadden. De Ingelsen bleken Polen te zijn! Polen was toch onder de voet gelopen door Duitsland en de Sovjet-Unie? Op 1 september 1939 vielen de Duitsers over een breed front hun buurland binnen. Het Poolse leger beschikte wel over cavalerie van de oude stempel, paardenvolk, nauwelijks over het moderne strijdmiddel tanks en pantserwagens. Op 17 september viel Rusland de Polen in de rug aan en op 1 oktober moest het land capituleren.

Een deel van de militairen werd krijgsgevangen genomen, anderen gingen in het ondergrondse verzet en een aantal van hen kon uitwijken naar het buitenland. Tot die laatste groep behoorde een flink deel van de Tiende Gemotoriseerde Cavaleriebrigade, de zogenaamde Zwarte Brigade, onder kolonel Stanislaw Maczek. Veel militairen vluchtten naar Roemenië, waar ook de Poolse regering heen gegaan was, of naar Hongarije. De soldaten werden ontwapend, opgesloten in kampen en hun bewegingsvrijheid was beperkt. Dat werd gemakkelijker nadat ze over burgerkleren konden beschikken. Toen ze vernamen dat de minister-president van Polen, generaal Sikorski in Frankrijk was en daar een nieuw Pools leger opbouwde, konden velen een uitreisvisum krijgen.

Via de Balkan en Italië kwam het merendeel begin januari 1940 in Frankrijk aan. Anderen wisten via Hongarije of zelfs via Zweden Frankrijk te bereiken en duizenden meldden zich aan voor het nieuwe leger, alsook veel al voordien naar Frankrijk geëmigreerde Polen. Al spoedig beschikte Sikorski over twee infanteriedivisies, een infanteriedivisie in opbouw en de Tiende Pantserbrigade onder (inmiddels) generaal Maczek. Zijn brigade nam in mei en juni in Frankrijk deel aan de strijd tegen de Duitsers onder meer bij de Somme. Al vechtend trok zij zich terug tot bij Dyon waar ze ingesloten dreigde te raken. Door alle zwaar materieel achter te laten konden ze in kleine groepjes ontsnappen naar Spanje en Noord-Afrika om daar ingescheept te worden voor Groot-Brittannië.

De verzamelplaats voor alle ontsnapte militairen werd Schotland waarbij zich emigranten uit Noord- en Zuid-Amerika voegden. Ook de Poolse marine en de luchtmacht waren grotendeels uit de handen van de Duitsers en Russen gebleven en zaten veilig in Schotland. Op 21 juni 1941 verklaarde Duitsland de oorlog aan Rusland. Sikorski kreeg van de Russen gedaan dat ze de krijgsgevangen Polen, waarvan veel ervan naar Siberië waren getransporteerd, vrijlieten en er mocht een leger van 100.000 man uit geformeerd worden. Via Irak en Perzië werd dat leger verplaatst naar Egypte. Een deel ervan nam deel aan de woestijnoorlog in Noord-Afrika. Daarna trok de krijgsmacht via Sicilië Italië door, waar ze ondermeer het onneembaar geachte Benedictijnenklooster Monte Casino innamen. Een deel van dit leger voegde zich bij de Eerste Poolse Pantserdivisie. Tussen 20 juli en 5 augustus 1944 werd die in Normandië aan land gezet. Na een harde strijd bij Caen en Falaise wisten de Polen door te breken.

De eerste maand verloren zij aan doden, gewonden en vermisten 2000 manschappen. Op de flank van het Eerste Canadese Leger moeten zij de toegang tot de haven van Antwerpen zien vrij te maken. In tien dagen tijd wisten ze een afstand van 500 kilometer af te leggen. Over Gent en Sint- Niklaas bevrijdden zij Oost- Zeeuws-Vlaanderen ten oosten van het Kanaal van Gent naar Terneuzen tot aan de Schelde en Westerschelde. De Canadezen bevrijdden het gebied ten westen van het kanaal en na een moeizame strijd West-Zeeuws-

Vlaanderen. Een Britse legergroep nam Antwerpen in. Bij de acties in Zuid- en West-Europa verloor de Eerste Poolse Pantserdivisie 5092 manschappen aan doden, gewonden en vermisten, nagenoeg een derde deel van de totale divisie.

 
Zoeken
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu