Mythe Kapelsche Veer doorbroken - vereniging 1e poolse pantser divisie nederland

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythe Kapelsche Veer doorbroken


Boek Waalwijkse historicus met kritiek op geallieerde commandanten.                                                                         
Door Joep Trommelen 14 februari 1992

DE OVERWINNAAR in een oorlog heeft altijd gelijk. Zo kan het gebeuren dat bijna 47 jaar nadat de geallieerden het Duitse bruggenhoofd bij Kapelsche Veer opruimden feiten naar boven komen die aantonen dat de geschiedenis een minder heldhaftige is dan altijd werd geloofd. Wie het boek 'Fall Braun/De strijd om  Kapelsche Veer 1944-1945' van de Waalwijkse historicus drs. Menni Roitero leest,kan maar tot een conclusie komen: tijdens en na het Ardennenoffensief verloren 1200 Duitsers,Polen,Canadezen,Britten en Noren hun leven in een volkomen onnodige strijd. Van Duitse aanvalsplannen door West-Brabant richting Antwerpen kwam uiteindelijk niets. De enige werkelijke inzet was het prestige van generaals met nog meer medailles voor ogen.

Historicus drs. Menni Roitero op de plaats die een belangrijkerol speelt in zijn boek dat hij schreef na een studie van twee jaar over de strijd om het Kapelsche Veer 1944-1945.
,,Hier stuurden generaals van beide partijen mensen de dood in,onder barre omstandigheden''.  
Foto BNde Stem/Johan v. Gurp

MENNI ROITERO laat blijken dat hij zich nauw betrokken voelt als hij vertelt over zijn boek. Af en toe verheft hij zijn stem.De hoofdrolspelers uit de geschiedenis rond Kapelsche Veer zijn de Duitse generaal Kurt Student en zijn Britse tegenspeler luitenant-generaal John Crocker. Roitero heeft na zijn studie niet veel met het tweetal op. ,,Zowel bij de Duitsers als bij de geallieerden zijn er 600 man de dood ingejaagd'', stelt hij. Hij heeft twee jaar aan het boek gewerkt en schetst de situatie zoals die zich in november en december 1944 in een ijltempo ontwikkelde. Roitero heeft een zeer grondige studie verricht, gebruikmakend van nooit eerder geraadpleegde bronnen. Het boek is zeer feitelijk, maar aan het einde trekt Roitero keiharde conclusies. Ook geallieerde commandanten ontkomen niet aan kritiek.

Monarchie (tjes)
Zelfs generaal-majoor Christopher Vokes, commandant van de Vierde Canadese Pantserdivisie die uiteindelijk de kastanjes uit het vuur moest halen, krijgt er van langs. Hij was eerst fel tegenstander van de aanval die hij moest uitvoeren om de Duitsers bij het bruggenhoofd weg te krijgen. ,,Maar ook aan de geallieerde zijde heerste  er een 'Befehl bist Befehl' mentaliteit. Hij doet het gewoon, in feite zijn alle generaals kleine monarchen. Lezen van Roitero's studie leidt tot drie opzienbarende nieuwe visies. Allereerst doorbreekt het de mythe rond verzetsheld Jan de Rooij uit Sprang-Capelle. In de Langstraat nam men tot nu toe aan dat de Rooij, door op 22 december uit het Land van Heusden en Altena aan de geallieerden door te geven dat de Duitsers aanvallende intenties hadden richting Antwerpen, voorkwam dat Midden en West-Brabant opnieuw slagveld zouden worden. Een grote artilleriebeschieting zou deze aanval vervolgens voorkomen hebben. In Roitero's boek staat echter dat de militaire inlichtingendiensten al op 11 december wisten wat er aan de hand was. Omdat Kurt Student        Kurt Student
pas als de eerste fase van het Ardennenoffensief een succes was aan mocht vallen, kan men concluderen dat de aanval ondanks de informatie van de Rooij niet doorging. De Duitsers zouden toch niet zijn gekomen. Feit blijft dat de Rooij zich vrijwillig meldde en zijn leven gaf toen de Duitsers in Dussen zijn zender in beslag namen en de familie die de zender in huis had, gijzelden.


Vechtmachine
De tweede mythe die Roitero ontzenuwt, is die van de Eerste Poolse Pantserdivisie als een hardnekkige vechtmachine. In werkelijkheid waren de Polen een verzwakte eenheid, die in dit stadium van de oorlog bovendien een veel te langgerekt front moesten bewaken. Eerst bezette de Polen en sector van 18 kilometer lengte, later werd dat maar liefst 52 kilometer. De derde conclusie is de meest bittere: het vertrek van de Duitsers van het bruggenhoofd Kapelsche Veer was niet een gevolg van de aanvallen van de geallieerden, maar een besluit van kolonelgeneraal Blaskowitz die Student eind januari '45 opvolgde. De strijd om het bruggenhoofd Kapelsche Veer was het direct gevolg van het Ardennenoffensief. Het Duitse plan was op een aantal andere fronten eveneens in de aanval te gaan. Het Ardennenoffensief was een laatste poging om door het afsnijden van de geallieerden in Belgiƫ en Nederland en de inname van de haven in Antwerpen de geallieerden aan de onderhandelingstafel te krijgen. De ondersteuningsaanvallen waren bedoeld om reservetroepen te binden en verwarring te zaaien.

     
        Christopher Vokes          Johannes Blaskowitz                 Adolf Hitler                         Stanislaw Maczek

Zijspoor
De eerste zet in het drama dat volgen zou,werd gedaan door generaal Kurt Student. Hij gaf het aanvalsplan richting Antwerpen de naam Fall Braun. Student was de generaal die in mei 1940 de succesvolle parachutistenlandingen in Nederland uitvoerde. De Duitse aanval op Nederland heette toen Fall Celb. Naderhand verbleekte Student's ster na en mislukte luchtlanding op Kreta met enorm hoge verliezen. Student werd door Hitler op een zijspoor gerangeerd en wachtte op en kans op revanche. Roitero omschrijft hem als een gefrustreerd figuur. In oktober 1944 werd Student bevelhebber van legergroep H. Student toont zich enorm verbolgen als hij pas op 8 december 1944 te horen krijgt over de geheime plannen van het Ardennenoffensief, maar ruikt tegelijkertijd zijn kans.

Slechtweer.
Roitero: ,,Hij komt dan met een voorstel. Van de Eifel tot aan Antwerpen is 190 kilometer. Van de Maas tot Antwerpen is het slechts 80 kilometer. Met tien infanterie en vier pantserdivisies, zo'n 180.000 man, achtte hij zich zeer wel in staat om onder dekking van slecht weer en bij verrassing Antwerpen te veroveren. En ik ook, gezien het uitgerekte front dat de Polen moesten verdedigen. Maar helaas voor hem had hij pech. Al die gevraagde divisies waren ingepland voor het Ardennenoffensief. Hij stelt dan voor om het met eigen middelen te doen.''

Misleiden
Uiteindelijk krijgt Student toestemming om vanuit Noord-Nederland, Schouwen-Duivenland en Goeree-Overflakkee op 26 december een aanval in te zetten: Fall Braun. De aanval mocht echter alleen doorgaan als de troepen van het Ardennenoffensief de Maas zouden bereiken. Zover komt het nooit. De Duitsers zouden maar op een plaats de Maas bereiken. Vooruitlopend op Fall Braun liet Student drie bruggenhoofden vestigen langs het Maasfront bij Keizersveer, Kapelsche Veer en Drongelen om de geallieerden ' te binden en te misleiden'. Vanuit de Biesbosch zouden commando's Drimmelen aanvallen. Troepen zouden per fiets geruisloos de bruggen bij Raamsdonkveer en  Oosterhout over de Donge en het Wilhelminakanaal veroveren. De hoofdaanval zou zich in eerste instantie richten op Oosterhout en Dongen. Bij Tilburg zouden luchtlandingen plaats vinden, waarbij de Canadese generaal Harry Crerar wel eens gevangen genomen kon worden. Dan zouden de troepen op de twee nog door de Duitsers bezette eilanden  zich in de strijd mengen. Nadat Breda veroverd was zou de tocht richting Antwerpen gaan. ,,Indien Student het offensief had kunnen uitvoeren, had het Nationaal Oorlog- en Verzetmuseum niet in Overloon gelegen, maar in de buurt van Tilburg en Breda'', is de overtuiging van Roitero.

   
             Kurt Student                        Harry Crerar                                 Jan de Rooij monument

Maasfront
De verzetsgroepen in het land van Heusden en Altena en de militaire inlichtingendiensten ontdekken het plan van de luchtlandingen en constateren dat er veel Duitsers in het gebied actief zijn. Men ontdekte zelfs dat Antwerpen het hoofddoel was en versterkte Breda, Roosendaal en Bergen op Zoom. Bovendien stuurt luitenant-generaal Henry Cerar van het Eerste Canadese leger, waaronder ook John Crockers troepen vielen, extra troepen naar het Wilhelminakanaal om de parachutisten van Student op te vangen. ,,Men is precies op de hoogte van de Duitse plannen'', zegt Roitero. Door het tegenvallende resultaat van het Ardennenoffensief kreeg Student echter nooit toestemming de aanval te beginnen. Bovendien onttrokken de Duitsers naarmate het Ardennenoffensief vorderde, steeds meer troepen aan het Nederlandse Maasfront. Crocker lag aan de andere kant van de Maas met zijn Eerste Britse Legerkorps, dat bestond uit de Eerste Poolse Pantserdivisie en  de Vierde Canadese Pantserdivisie. De laatste divisie werd na het begin van het Ardennenoffensief van de Maas teruggetrokken als reserve, zodat de Polen alleen overbleven. Het front dat zij moeten bewaken krijgt een lengte van 52 kilometer. Eerst zaten zij van Moerdijk tot Raamsdonk, daarna echter tot uithoeken bij Oss.

Enorme verliezen
De troepen Van generaal-majoor Stanislaw Maczek kampen echter met grote problemen. Sinds de landing bij NormandiĆ« had de divisie enorme verliezen geleden. Een oproep van de Poolse regering in ballingschap aan Polen overzee om dienst te nemen mislukte, omdat ze er de voorkeur aan gaven dienst te nemen in het leger van hun tweede moederland. De belangrijkste aanvulling van de divisie bestond uit Polen die als krijgsgevangen  gedwongen voor de Duitsers hadden gevochten. Ondervoed en uitgeput waren ze onder de indruk van de kracht van de Duitse soldaten. ,,In feite zijn ze gewoon  bang voor de Duitsers'', schreef John Crocker. Hij wilde dan ook niet dat de           John Crocker
Canadezen zouden vertrekken. Crerar stelde hem gerust door te stellen dat er voldoende troepen beschikbaar zouden komen bij een Duitse aanval. Hij had toen al aanwijzingen dat de soep weleens minder heet gegeten zou worden.

Snel vernietigd
Student had voor de eerste fase van de aanval in het Land van Heusden en Altena 16.000 soldaten (2 infanteriedivisies en een paradivisie) en in Zeeland 4000 tot 9000. Een fractie van wat hij oorspronkelijk wilde. De Duitse bruggenhoofden bij Keizersveer en Hedel werden door de geallieerden snel vernietigd. Het eiland tussen de Bergse Maas en het Oude Maasje is echter onbezet, zo merken de Duitsers als ze in de nacht van 8 op 9 november in het gebied actief zijn. Door het ontbreken van bemaling en het zeer natte voorjaar is de tegenwoordige Overdiepsche Polder een drassige modderpoel, doorsneden door vele sloten. Het terrein is zeer vlak en er staan vrijwel geen bomen. De Duitsers verschanste zich rond het dubbele veerhuis en de kanonierswoning waar nu het pontje naar Dussen vaart. Het is nu al te voorspellen dat wie zich in dat niemandsland waagt een schietschijf is.


                                                              De situatie van eind 1944 begin 1945.
 Het gearceerde gedeelte is het door de Duitsers bezette gebied. Door het ontbreken van bemaling en het zeer natte  voorjaar is de tegenwoordige Koerdische Polder een drassige modderpoel met veel sloten. Het terrein is zeer vlak en er  staan vrijwel geen bomen.

Ingegraven
Als Maczek in de nacht van 28 op 29 december verkenners naar de Duitse voorpost stuurt, merken deze dat de Duitsers zich erg goed ingegraven hebben. De dag erop arriveren er alsmaar meer Duitsers en Maczek besluit om tot de aanval over te gaan. Die vindt in de nacht van 30 op 31 december plaats en loopt volledig vast in het hevige mortier en mitrallieurvuur. De Polen verloren 49 man aan doden, gewonden, krijgsgevangenen en vermisten. Het bruggenhoofd bestond toen uit 80 leden van de Duitse 712e Infanteriedivisie. In de eerste week voerden de geallieerden kleine aanvallen uit over de Maas onder de naam Operation Trojan. De bedoeling was om de Duitsers uit de tent te lokken om zo hun werkelijke sterkte te kunnen peilen. Er kwam echter geen grote reactie. Ondermeer met behulp van radar ontdekten de geallieerden dat er van een grote dreiging geen sprake meer was. De Duitsers hadden veel schijnopstellingen van kanonnen.

Schietschijven
Crockers stemming was het na het mislukken van de eerste Poolse aanval niet beter op geworden. Hij zette Maczek onder druk, en voor deze stond de eer van zijn divisie op het spel. Hij was vastbesloten om een einde te maken van de dreiging van het bruggenhoofd. Crocker besloot alle artillerie die hij had, beschikbaar te stellen voor een tweede aanval in het weekeinde van 6 en 7 januari. De strijd in het inmiddels besneeuwde en bevroren landschap werd een zeer bloedige. De slecht opgeleide. ongemotiveerde troepen slaagden er wederom niet in de Duitsers te verjagen. Integendeel, ze waren inderdaad schietschijven. In dat weekeinde verloren de Polen 125 man bij Kapelsche Veer. Op 8 en 9 januari keerde de Vierde Canadese Pantserdivisie terug om het front van de Polen te verkleinen. In de tweede week van januari kwamen berichten van de millitaire inlichtingendienst dat de Duitse dreiging toch groter zou zijn dan aangenomen was. Crocker kreeg hiermee argumenten om een nieuwe aanval te plannen. Hij versterkte de Polen met het 47e Royal Marine Commando, een elite-eenheid waartoe ook Noren toebehoorden. De derde poging om de Duitsers te verjagen, kreeg de naam Operation Horse en was gepland  voor het weekeinde van 13 en 14 januari.

Traagheid
De Engelse commando's stonden weliswaar onder Pools commando, maar maakte in feite zelf de dienst uit. Ze vielen de Duitse stellingen deze keer niet frontaal, maar langs twee kanten van de dijk van de Maas aan. Er zaten zaterdag 13 januari honderdzestig Duitsers op het eiland. Ondanks zware gevechten waarbij iedere meter terreinwinst  telde, moesten de Engelsen zich zondagmorgen terug trekken. Er bleef zelfs een kleine groep gewonden voor de stellingen van de Duitsers achter. Negenenveertig commando's vonden de dood. Evenals negen Noren en vier Polen. Velen Engelse veteranen weten de mislukking aan de traagheid van de Noren. Crocker ging nog een stap verder. Niet de Polen, maar de Vierde Canadese Pantserdivisie moest een einde maken aan deze hopeloze strijd. Gezien de grote omvang van dit beslissende offensief kreeg het de naam Elephant. Op 8 januari gaf Hitler toe dat het Ardennenoffensief was mislukt. Generaal -majoor Vokes zag geen reden meer om zijn soldaten de Duitsers te laten bestormen nu het Ardennenoffensief voor de Duitsers was mislukt. Vokes wilde het eiland afgrendelen en afwachten hoe de oorlog verder zou verlopen. Dat was verstandiger dan, zoals hij dat opmerkte.'jonge levens te verspillen'.

Kano's
Onder druk van Crocker stemde Vokes toch toe in het plan. Crockers prestige stond op het spel, temeer daar de pers aan het voornamelijk statische front al haar aandacht richtte op die plaatsen waar wel iets gebeurde. Vokes stelde echter een voorwaarde hij moest 28 kano's krijgen om over de rivier een verrassingsaanval uit te kunnen voeren. Vokes dacht dat de hele operatie hierdoor zou worden afgelast. Tot zijn verbazing werden uit Canada speciaal voor dit doel kano's overgevlogen. Achteraf zei Vokes dat hij toen niets anders meer kon doen dan Elephant in gang te zetten. Een stafofficier van het Eerste Britse Legerkorps merkte op dat de Canadezen in de dagen voorafgaand aan de operatie meer munitie ontvingen dan was verschoten bij de slag om El Alamein. Er stonden driehonderd tanks, middelzware en zware kanonnen klaar, een radarbatterij om Duitse mortieren op te sporen en amfibievoertuigen. Het aantal vlammenwerpers per regiment werd verhoogd van twaalf naar zestig. De vlammenwerper vormde een van de peilers waarop de aanval gebaseerd was. De ongelukkige dragers vormden echter een schietschijf bij uitstek.

Rampzalig  
De aanvallen over land verliepen al even rampzalig als de voorafgaande. De kanoactie ondervond in het begin tegenslag door het kruiende ijs. Omdat de wind het rookgordijn uiteen blies konden de Duitsers de ongelukkige kano bemanning rustig op de korrel nemen. Van de zestig kanovaarders slaagden er slechts vijftien in de strijd over land voort te zetten. Even later moesten ook zij de strijd opgeven.

Netwerk
De Canadezen die het dichtste bij de Duitse stellingen kwamen, rapporteerden dat deze optimaal gebruik maakten van het terrein. In de vlakke polder was iedere beweging goed waar te nemen. Extra moeilijkheid voor de aanvallers was dat het gebied door twee waterlopen werd doorsneden en zeer drassig was. Wat voor de Canadezen een nadeel was, was voor de Duitsers een voordeel. Met een fractie van soldaten die de geallieerden inzetten, konden zij het bruggenhoofd toch behouden. Via een veer ontvingen de Duitsers regelmatig voorraden en versterking. Vanuit het achterland was er volop artilleriesteun. Bij de huizen op de dijk was een uitgebreid netwerk van tunnels, kazematten en loopgraven.

              Kazematten                   Loopgraven                  Tunnels                                  Vlammenwerper   

Oogappels
Duitse parachutisten, de oogappels van Student, lanceerden tijdens operatie Elephant herhaaldelijk succesvolle tegenaanvallen. Crocker schatte voor de aanval begon  dat de hele operatie amper vier uur zou duren. Er werd echter vijf dagen slag geleverd. Op de zesde dag trokken de Duitsers zich zonder echt verslagen te zijn over de Bergse Maas terug en was de strijd bij het Kapelsche Veer ten einde. Aan het einde van zijn boek analyseert Roitero waar het precies misging. Aan de ene kant stelt hij dat Student ook na het mislukken van het Ardennenoffensief niet van plan was zich terug te trekken. Hij wilde zijn parachutisten ervaring laten opdoen. Zij ondergeschikte luitenant Plocher van de zesde parachutistendivisie slaagde er niet in hem van de zinloosheid van het bruggenhoofd te overtuigen. Pas toen Blaskowitz Student op dertig januari verving, kon deze een einde aan alle elende maken. Een dag later trokken de Duitsers terug. Niet als gevolg van de geallieerden inspanningen, maar door een andere commandant.

       
                   Amfibievoertuigen                                   Kano's                        Hermann Plocher           Monument                                                                                                                                             Sprang Kapelle

Ondermijnen
Volgens Roitero zijn de pogingen van de geallieerden om Kapelsche Veer in te nemen nog te begrijpen tot na het mislukken van operatie Horse. Op 16 januari was echter duidelijk dat de situatie  in de Ardennen en langs het hele front in Nederland onder controle was. Crocker meende echter dat intact laten van het bruggenhoofd het moreel van de troepen zou ondermijnen. Dat de zaak een prestigekwestie was geworden, werd nog duidelijker toen Crocker stelde dat het voortbestaan van het bruggenhoofd het geloof van de soldaten in de superioriteit van de Duitsers zou doen groeien.

Doorn  
Op de zelfde dag dat Crerar zijn ondergeschikte Crocker liet weten dat de situatie aan het front was anders te komen liggen zette Crocker de geheime Operation Elephant in gang. Crocker kon zo de hem toegewezen Canadezen  aan zich binden. Crerar kwam hij tegemoet door de effectiviteit van de Canadese divisie op peil te houden.Er waren drie weken verstreken sinds bekend was geworden dat er vanaf  de noordoever van de Maas geen echte dreiging meer was te verwachten. De doorn in Crockers oog bleef echter zitten. ,,Ik had toen ik aan de studie begon niet gedacht dat dit er achter zou zitten'', aldus Roitero. ,,Mijn interesseveld is hoe mensen onder spanning opereren. Het beste is te zien bij militairen, vooral in oorlogstijd. Ze beslissen over levens van anderen. Hier stuurde generaals van beide partijen puur om prestigeredenen mensen de dood in, onder barre omstandigheden.



Fall Braun/De strijd om Kapelsche Veer 1944-1945. Door D.L.Roitero.192 blz, Gianotten 1991, F59ISBN90-6663-014-0,geb
                                                      
 
Zoeken
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu