Wilhelmhaven - vereniging 1e poolse pantser divisie nederland

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wilhelmhaven

Wilhelmshaven in zicht.
Wilhelmshaven eindpunt divisie, in 1947 werd de divisie gedemobiliseerd.

Om 22.15 uur kreeg de divisie de order om alle aanvallende operaties te stoppen. De wapens mochten niet meer vuren om 8.00 uur de volgende dag, daar dan de Duitse capitulatie  van de 21e Legergroep frontlijn zou plaatsvinden. Gedurende de gehele nacht bleef de artillerie vuren, doch om 7.59 uur hielden de kanonnen stil. Alle militaire operaties stopten. De Duitse verdediging trok zich terug op het Jadekanaal. De Jagersbrigade ging vooruit op de lijn  Apen-Westerloy-Westerstede als divisionele reserve.
De overgave van de Duitse troepen in Ostfriesland vond plaats op het hoofdkwartier van het II Canadian Corps te Bad Zwischenahn. Daar het doel Wilhelmshaven was, kreeg de divisie deze grote Duitse marinebasis als bezettingsgebied. De intocht van de divisie vond plaats op 6 mei 1945. Onder leiding van kol. Grudzinski trokken het 2e Pantserregiment en het 8e Bataljon Jagers van Brabant de stad in alwaar de formele overgave plaatsvond. Wilhelmshaven hing vol met witte lakens.
Geen der andere regimenten kreeg toegang tot de havenplaats. Na de intocht en formele overgave van de stad was de buit aan materiaal groot:3 kruisers: Prinz Eugen, Nürenberg en de beschadigde Köln, een commando schip: de Nyassa, 18 U-boten, 205 kleinere schepen, 18 fortificatie kanonnen, 159 stuks artillerie, 560 zware en 370 lichte machinegeweren, 40.000 geweren, 280.000 stuks art granaten, 64.000.000 granaten voor handwapens, 23.000 handgranaten, vele voorraden mijnen en torpedo’s als ook voorraden voldoende om 50.000 militairen gedurende 3 maanden te voeden, als ook kelders vol Campagne en cognac.
In totaal gaven zich over: 2 admiraals, 1 generaal, 1900 officieren en 32.000 manschappen De divisie werd de bezettingsmacht en beveiligde de regio Ostfriesland: Jever, Norden, Aurich, de eilanden Spiekerog en Wangerooge en Wilhelmshaven zelf De Polen bleven maar enkele weken in de havenplaats. Op 20 mei namen de Canadezen het over en werd het 2e Pantserregiment  verplaatst naar Löningen.
Net voor de Tweede Wereldoorlog werd op 1 april 1939 in Wilhelmshaven het Duitse slagschip Tirpitz te water gelaten. De stad was een belangrijke marinehaven en was daarmee een doelwit voor bommenwerpers. De eerste luchtaanval vond plaats op 4 september 1939. In de stad was ook een zogeheten Außenlager van het concentratiekamp Neuengamme gevestigd. Wilhelmshaven was op 27 januari 1943 de eerste Duitse stad die werd getroffen door een Amerikaans bombardement. Op 30 maart 1945 lieten ruim 2100 vliegtuigen meer dan 5000 ton bommen op de stad vallen. Hierbij werd ook een onderzeebootbunker getroffen, waarbij de onderzeeboot U-96 tot zinken werd gebracht. Bij bombardementen door de geallieerden werd in totaal twee derde van de gebouwen verwoest. Op 6 mei 1945 werd de stad ingenomen door de Poolse 1e Pantserdivisie.
Drentse gevangenen naar Wihelmshaven
Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt de Duitse marinestad Wilhelmshaven herhaaldelijk gebombardeerd. Een belangrijk doel van de geallieerde bombardementen is de marinewerf. De schade aan de werf is eind 1944 zo groot dat de leiding een aanvraag indient om arbeidskrachten voor het ruimen van puin en herstel van de schade.

Hierop volgt een toewijzing van politie-arrestanten (Polizeihäftlinge) uit Nederland. Deze moeten worden aangeleverd door de Sicherheitspolizei en SD van Groningen, Leeuwarden en Assen. Het eerste transport, groot ongeveer 300 man, vertrekt op 8 januari 1945 uit Groningen. Er volgen nog verscheidene transporten. Begin april komt de laatste trein met gevangenen in Wilhelmshaven aan.

De gevangenen worden ondergebracht in een kamp aan de Schwarzer Weg (nu onderdeel van de Mühlenweg), dicht bij de marinewerf. Eerder zijn hierin Russische krijgsgevangenen ondergebracht. Het kamp Schwarzer Weg kan worden omschreven als een strafkamp voor Nederlanders die zich schuldig hadden gemaakt aan strafbare handelingen van politieke aard. Vaak gaat het om jonge mannen die zijn ondergedoken om te ontkomen aan de gedwongen tewerkstelling in Duitsland (de Arbeitseinsatz). Er zijn ook gevangenen bij van wie de Duitsers vermoeden dat zij bij het verzet betrokken zijn. Vaak is dit ook inderdaad het geval. Veruit de meeste gevangenen zijn afkomstig uit de provincies Groningen, Friesland en Drenthe.

In totaal zijn er van januari tot mei 1945 ongeveer 1000 gevangenen, allen Nederlanders, in het kamp Schwarzer Weg. Omdat het kamp te vol wordt, worden er op 11 maart 400 man overgebracht naar een klein kamp in Brockzetel, in de buurt van Aurich. Deze verrichten werkzaamheden op het vliegveld Wittmundhafen bij Ardorf. Op 6 april ontruimen de Duitsers dit kamp weer ontruimd en moeten de gevangenen terug naar Wilhelmshaven. Zij worden eerst enige tijd ondergebracht in een kamp in het stadsdeel Fedderwardergroden voordat zij weer vertrekken naar het kamp Schwarzer Weg.


Poolse bevrijders komen eraan.


Trotse Poolse bevrijders



Het leven van de gevangenen in het kamp Schwarzer Weg is een verschrikking. Een van de ergste dingen is de feitelijke uithongering van de gevangenen, die veel te weinig en bovendien slecht voedsel krijgen. Al gauw worden velen ziek. Van verzorging van de zieken wis echter niet of nauwelijks sprake.
Op 3 februari overlijdt het eerste slachtoffer. Hoeveel er hierna nog zijn overleden, staat niet met zekerheid vast. Tot dusver zijn de namen van twintig slachtoffers bekend. Ook in het kamp Brockzetel heersen verschrikkelijke toestanden. In dit geval zijn de namen bekend van tien overledenen. Hierbij is ook een gevangene die na een mislukte ontsnappingspoging als afschrikwekkend voorbeeld voor de anderen wordt doodgeschoten. In het kamp te Fedderwardergroden zijn drie gevangenen overleden.

De Poolse tankdivisie van Stanisław Maczek, de soldaten die ook Emmen hebben veroverd, bevrijdt het kamp Schwarzer Weg op 6 mei. Eerder al, op 15 april, verlaat een ziekentransport van zo’n 300 man het kamp. Deze worden op 16 april in Emden op een open boot geplaatst, die dezelfde dag nog aankomt in Delfzijl.

Veel gevangenen verklaren dat het eigenlijk de bedoeling was geweest om dit transport te torpederen. De Duitse legercommandant in Delfzijl zit in zijn maag met dit onverwachte transport. Hij voelt de hete adem van de geallieerden in zijn nek en heeft weinig zin onder die dreiging ook nog de zorg voor een groep gevangenen op zich te nemen. De commandant besluit het schip weer terug te sturen naar Emden. Maar zover komt het niet. Dankzij bemiddeling van de Delfzijlster burgemeester Welleman mogen de mannen toch blijven.

De bevolking van Delfzijl, die ondanks een uitgaansverbod massaal uitloopt, toont zich geschokt over de ellendige aanblik van de gevangenen: een armzalige groep sterk vermagerde en vervuilde mannen. De Delfzijlster bevolking doet wat ze kan om te helpen: met eten, kleding en dekens. Deze mannen worden een dag later op zo’n dertig boerenwagens naar dorpen in Noord-Groningen overgebracht, waar zij korte tijd later de bevrijding beleven. Tijdens dit ziekentransport en ook na de aankomst in Delfzijl en de evacuatie uit deze plaats zijn nog meerdere gevangenen overleden.

Duitse overgave aan de Poolse kolonel Antoni Grudziński in Wlhelmshaven.

In 1948 wordt op initiatief van een comité van oud-gevangenen in het gemeentehuis van Delfzijl een bronzen gedenkplaat aangebracht ter herinnering aan de indrukwekkende ontvangst door de bevolking van Delfzijl. In 1990 wordt aan de Mühlenweg in Wilhelmshaven, bij de vroegere ingang van het kamp Schwarzer Weg, in opdracht van het stadsbestuur van Wilhelmshaven een gedenksteen geplaatst. Tot 2000 is één van de barakken van het vroegere kamp voor een deel nog aanwezig.

Nu is er van het kamp geen spoor meer terug te vinden. In 1995 wordt in opdracht van het stadsbestuur van Aurich een gedenksteen geplaatst aan de achterkant van het vroegere kamp Brockzetel. Hiervan zijn de barakken al kort na het einde van de oorlog afgebroken en is ook geen enkel spoor van het kamp meer aanwezig. Op het kampterrein bevindt zich een klein particulier gedenkteken voor een van de slachtoffers, dat is aangebracht door de familie.



 
    Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland  © 2002-2019                                                                                  Website X5 Evolution 12
Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu